Wandeling door het bekende én onbekende gedeelte van de Marais


Deze wandeling begint op Place Bastille, de plek in Parijs waar de revolutie begon. Lopend door de oude straatjes van de Marais komen we prachtige hôtels tegen uit de tijd dat de rijken en adel zich hier vestigden. Places des Vosges is het oudste, en misschien wel het mooiste plein, van Parijs.

Onderweg komen we in de Joodse wijk veel terrasjes tegen en veel winkeltjes (waarvan de meeste op zondagmorgen gesloten). De grootste verzameling werken van Picasso vind je in het gelijknamige museum. Het stadhuis van Parijs, het Centre Pompidou, oude passages en het oudste huis van Parijs, teveel om op te noemen. Het metrostation aan het eind van de wandeling is al een bezienswaardigheid op zich.

Je kunt hieronder de tekst van de route doorlezen, de lokatiecijfers staan op de routekaart. Ga je de wandeling uitvoeren kun je beter de kant-en-klare PDF's downloaden en printen:

TEKST wandeling

KAART wandeling

WANDELING MARAIS NAAR JULES VERNE

→ Start: Metro Bastille

→ Place Bastille

1

Place Bastille
Dit plein is vooral beroemd vanwege de herinneringen aan de Revolutie. Hier stond de zware vesting gebouwd in 1370-1382 tijdens Charles V. Later werd de Bastille een staatsgevangenis waar o.a. de mysterieuze figuur, die bekend werd als de man met het ijzeren masker, gevangen zat. Ten tijde van Lodewijk XIV was een briefje van de koning genoeg om je hier, zonder enige vorm van proces, gevangen te zetten. In het begin mocht je als welgesteld man nog wel je kamerbediende meenemen en had je een redelijk luxe cel. De gouverneur verdiende goed aan zijn gevangenen, ze moesten huur betalen voor hun cel!
In de loop der tijd werd het karakter van de gevangenis steeds grimmiger en vonden steeds meer gruwelijkheden plaats.
De beruchte vesting werd het hoofddoel van de volksopstand die op 14 juli 1789 uitbrak. 7.000 woedende Parijzenaars bestormden het gebouw, omdat men dacht hier wapens en munitie te vinden. De Bastille, die door gouverneur De Launay met slechts 32 Zwitserse lijfwachten en 82 invaliden bewaakt werd, viel in korte tijd in handen van het volk. De gouverneur werd vermoord en de slechts zeven(!) aanwezige gevangenen werden in een triomftocht op een kar door de stad gevoerd. Bleek later dat de gevangenen eigenlijk geen gevangenen waren maar gevaarlijke gekken, onder andere de Markies de Sade, maar ja niemand die zich daar druk om maakte. De daarop volgende dag begon men meteen al met de afbraak van de Bastille, dat een jaar in beslag zou nemen. De ongelooflijke grote berg met stenen werd gebruikt voor de bouw van de Pont de la Concorde en er werden zelfs stenen verkocht als souvenir. Als je goed naar het plaveisel van het plein kijkt, zie je ronde bogen van een andere kleur steen. Als je de lijnen volgt, zie je contouren van de oude Bastille. Nu staat er midden op het plein, waar vroeger tijdens de Revolutie de guillotine stond, de Colonne Juillet. Die overigens niets met de Revolutie te maken heeft, maar een nagedachtenis is aan de slachtoffers van de juli-revolutie van 1830 en de latere februari-revolutie van 1848. De slachtoffers van deze bloedige tijd werden onder de zuil begraven en hun namen gegraveerd in de 52 meter hoge bronzen zuil. De zuil is bekroond met een verguld bronzen beeld van een gevleugelde dame, de ‘beschermengel’ van de vrijheidsgedachte, Genie de la Liberte. De zuil is te beklimmen, d.m.v. 238 treden, boven gekomen heeft men een mooi uitzicht heeft over plein en de Nieuwe Opera van Parijs.

De Nieuwe Opera werd in 1989 door de Canadees Charles Ott gebouwd en biedt aan 2700 mensen plaats. Vooral de akoestiek is van wereldfaam. Tijdens de bouwwerkzaamheden heeft het baggerwerk voor de nodige onrust gezorgd. De grote kuil die gegraven moest worden stortte telkens in door ondergrondse stromingen, dus moest er van narigheid (weer) een buitenlandse firma opdraven, zoals zo vaak in Parijs. Gezien de trots van de Fransman was dit al een probleem, maar toen bekend werd dat die firma ook nog een vrouw als directeur had, was het verhaal compleet, schande en nog eens schande. De desbetreffende firma? Zwagerman, uit.......Nederland.

→ Neem Boulevard Henri IV, richting de Seine

→ Ga rechtsaf Squaire Henry-Galli, wordt een klein stukje verder de Quai Célestins

Op het Square Henri-Galli staan in de hoek nog overblijfselen van de torens van de Bastille
Quai Célesins nr. 2 staat Ecole Massillon, een katholieke school waar ook geen katholieke leerlingen zich mogen melden. Massillon zie ooit: “Een school is niet alleen een plaats van kennisoverdracht, het is ook een plaats van communicatie van de geesten”. Wijze woorden. De voorgevel is werkelijk een plaatje.

→ Rechtsaf Rue de Fauconnier

2

Hôtel de Sens
Dit herenhuis is samen met Hôtel Cluny en Hôtel Jacques Coeur nog één van de drie middeleeuwse prive-woningen uit de 15e eeuw in Parijs. Hôtel de Sens werd gebouwd tussen 1475 en 1507. De eerste bewoner was de aartsbisschop van Sens. Tijdens de zestiende eeuw was het een centrum van intriges, terwijl de kardinaal van Guise het huis bewoonde. In 1605 leefde koningin Margot, de eerste vrouw van Henri IV hier.
Thans bevindt zich hier de Bibliothèque Forney, gewijd aan de decoratieve en beeldende kunst, evenals de industriële technieken Het heeft ook een grote verzameling affiches en wanddecoratie.

→ Bij Hôtel de Sens de Rue de l’Avé Maria nemen

→ 1e weg links Rue des Jardins Saint Paul

Aan de linkerkant zie je nog oude stukken van de 12e eeuwse stadsmuur uit de tijd van Philppe Augustes

→ Let op! in het midden van de straat rechts onder de huizen door een steeg naar Village Saint-Paul

3

Village Saint-Paul
Hier vind je in vijf binnenplaatsen die met elkaar in verbinding staan allerlei winkeltjes die antiek, curiosa, retrokleding en andere tweedehands spullen verkopen: meubels, schilderijen, kookspullen, boeken en speelgoed. Maar ook zijn er winkels met design, sieraden, linnengoed en moderne meubels en een restaurant met terras.

→ Dwars door Village Saint-Paul naar de Rue Saint-Paul en linksaf gaan

→ Bij de Rue Saint-Antoine rechtsaf en oversteken

4

Hotel de Sully
Dit herenhuis aan de Rue Saint-Antoine nr. 62 werd in het begin van de 17e eeuw gebouwd voor Sully, minister onder Henri IV. Prachtige renaissance bouwstijl, een bijzonder rijk interieur en overvloedige decoraties maken dit herenhuis tot het meest prestigieuze hôtel van de Marais. Het werd gebouwd door Jean Androuet Du Cerceau in 1625. Tegenwoordig wordt het Hôtel de Sully ingenomen door de Caisse Nationale des Monuments Historiques et des Site.

→ Loop (indien mogelijk) dwars door Hotel de Sully en kom uit op Place Vosges.

→ Zoniet, iets verder de Rue Saint-Antoine inlopen en de 1e weg links, de Rue Birague nemen

5

Place des Vosges
Het Vogezenplein is het oudste plein van Parijs. Het plein ligt in de Marais-wijk, en het is ontworpen door Baptiste Cereau. Het rond 1600 het eerste moderne grote plein in de West-Europese stedenbouw.
Op 30 juni 1559 werd in de rue Saint-Antoine een groot toernooi georganiseerd. In de strijd overwon Hendrik II al zijn tegenstanders. Als kroon op het werk wilde hij de strijd ook nog opnemen tegen Montgomery, de kapitein van zijn wacht. Dat werd hem evenwel fataal, want de lans van de kapitein brak middendoor en trof hem in het oog. In allerijl werden zelfs ter dood veroordeelden onthoofd om met de geamputeerde hoofdjes allerlei experimenten uit te voeren die de koning van een gewisse dood zouden kunnen redden! Hoewel de koning verzorgd werd door de beroemde Ambroise Paré, stierf hij tien dagen later. Hoe dan ook, koningin Catharina de Medici liet het Palais des Tournelles, waar Hendrik stierf, afbreken en in de plaats kwam een plein met als doel een paardenmarkt. Hier mocht dus nooit meer gevochten worden! Het plein, dat de naam Place Royale kreeg, werd tussen 1605 en 1612 gebouwd. Het werd uiteindelijk voltooid onder Lodewijk XIII en er werd een standbeeld van deze koning geplaatst. Het plein van 140 bij 140 meter wordt omringd door 39 gelijk uitziende huizen (op twee na), ieder gebouwd van rode stenen. Aan de noordelijke en zuidelijke wand staan het grotere Pavillon du Roi en het Pavillon de la Reine, die twee dus!
Tijdens de Franse revolutie besloot het parlement het plein om te dopen. Het zou voortaan de naam dragen van het eerste departement dat zijn belasting zou afdragen aan de revolutionaire regering. Het departement Vosges betaalde als eerste en werd in naam verenigd met dit plein. Na de revolutie werd de naam “Place des Vosges” aangehouden. Het vernielde standbeeld van Lodewijk XIII werd op 4 november 1829 vervangen door een nieuw stenen exemplaar. Het werd vervaardigd door Louis Dupaty en na diens dood in 1825 voltooid door Jean-Pierre Cortot.
Verschillende huizen hebben hun eigen geschiedenis. Op nr. 9 is het Hôtel de Chaulnes de Academie van Architectuur, op nr. 14 Hôtel de la Riviere waarvan de originele fraaie plafonds van Lebrun nu in het Musee Carnavalet zijn. Op nr. 1 is Madame de Sévigné geboren (bekend vanwege haar brieven die een mooi beeld vormen over de periode Lodewijk XIV), op nr. 11 heeft Marion Delorme (minnares van kardinaal Richelieu) gewoond van 1639-1648, op nr. 21 woonde Richelieu zelf van 1615 tot 1627 en op nr. 6 Victor Hugo waar nu het Musée Maison Victor Hugo is gevestigd.

→ Ga precies aan de andere kant, zo je bent binnen gekomen, het plein weer af.

→ Linksaf de Rue des Francs Bourgeois

→ Loop een klein stukje de Rue Sévigné in voor de ingang van Musée Carnavalet

6

Musée Carnavalet
Het Musée Carnavalet is het officiële museum voor de geschiedenis van de stad Parijs (Musée pour l’histoire de Paris).
Na jaren van verloedering is de Marais vandaag de dag een beschermde wijk, waardoor veel van deze gebouwen weer hun oude grandeur hebben teruggekregen. Het Hôtel Carnavalet werd in 1548 gebouwd voor graaf Jacques des Ligneris, toenmalig voorzitter van het Parlement. In 1866 is het aangekocht door de stad Parijs. Eén van de bekendste bewoners was Madame Sévigné, die hier 20 jaar woonde, bekend geworden om de brieven aan haar dochter. Deze brieven geven een zeer gedetailleerd beeld van het hofleven ten tijde van Lodewijk XIV in Versailles.
Sinds 1989 is het museum aanzienlijk vergroot door de bijvoeging van het Hotel le Pelletier de Saint-Fargeau. Deze 17e eeuwse residentie, presenteert de grote collecties die zijn toegewijd aan de revolutionaire periode maar ook werken uit de 19e en 20e eeuw. Het museum herbergt ook een bibliotheek over de geschiedenis van Parijs. De melktandjes van Lodewijk XIV, de originele sleutel van de Temple en de beroemde brieven van Madame Sévigné behoren tot de collectie. Alleen de binnenplaats met de prachtige tuinen zijn al een bezoek waard.

→ Vervolg de Rue Sévigne tot het eind van de straat. Ga links de Rue de Parc Royal

→ Met de bocht mee naar rechts en de Rue de Torigny nemen

7

Musée Picasso
Het Picassomuseum in Parijs geeft een overzicht van het werk van Pablo Picasso. Tussen 1936 en 1955 woonde Picasso in Parijs in het 6e arrondissement aan de Rue des Grands Augustins nr. 7, het 17e-eeuwse Hotel d’Hercule. De schitterende collectie kwam tot stand doordat de Franse staat na de dood van de kunstenaar een kwart van zijn werk opeiste als successierechten.
Het museum is gehuisvest in het Hôtel Salé, dat gebouwd is tussen 1656 en 1659 door Jean Boullier de Bourges. De opdrachtgever Pierre Aubert heer van Fontenay, was een welgesteld man door het innen van belastingen op zout, vandaar de naam van het gebouw, Hôtel Salé.
Het museum in Parijs herbergt de grootste collectie ter wereld van de werken van Picasso. Er zijn onder andere 251 schilderijen, 160 beeldhouwwerken en meer dan 1500 tekeningen. Afgezien van het werk van Picasso, kan de bezoeker ook kunstwerken bewonderen van Braque, Rousseau, Miro en Renoir.
Het chronologische bezoek begint met het zelfportret uit 1901 en eindigt met de “Old Man Seated” uit 1971. Tijdens deze rondleiding is men getuige van de geboorte van het Kubisme en van de “Demoiselles d’Avignon.

→ Linksaf de Rue Coutures St Gervais

→ Linksaf de Rue Vieille du Temple

Kijk nog even naar de achterkant van het museum

→ De weg helemaal vervolgen tot Rue Francs Bourgeois, linksaf erin

8

rue des Francs-Bourgeois
Hier staan verschillende prachtige herenhuizen met mooie binnentuinen.
Op nr. 60, een klein stukje de ander kant op, Hôtel de Soubise (de moeite waard). Nu het musée de l’Histoire de France, een van de oudste gebouwen van de Marais. Het heeft een prachtig voorplein met zuilenrij.
nr. 54, meteen op de hoek, het middeleeuwse hôtel van Jean Hérouet met een mooi hoektorentje. Malingre Jean, een adviseur van Lodewijk XI, liet dit Maison bouwen. Toen zijn dochter Maria trouwde met Jean Hérouet, secretaris van de Hertog van Orleans, werden zij eigenaar van het Hôtel en kreeg het zijn naam. Het Hôtel werd zwaar beschadigd tijdens het bombardement van 6 augustus 1944. Het oorspronkelijke huis van Jean Malingre is bijna volledig herbouwd, met uitzondering van de achthoekige toren.
nr. 35, Hôtel de Coulanges (nu maison de l’Europe, met mooie tuin Jardin Francs-Bourgeois-Rosiers
nr. 36, Een oude apotheek met nog de originele houten toonbank.
nr. 29, De kapel achterin de tuin van heeft een oude toren van de muur van Philippe Auguste.
nr. 29-31, Hôtel d’Albret uit 1550. Op de binnenplaats staat het kunstwerk La Colonne als herinnering aan de Revolutie.
nr. 30, Hôtel d’Alméras uit 1611, met een poort met ramskoppen.

→ Rechtsaf Rue Pavée

→ Bij splitsing rechts aanhouden

→ Rechtsaf Rue des Rosiers

De rue des Rosiers
is het hart van de joodse wijk. Hier vind je joodse boekwinkels, delicatessenwinkels en kosjere restaurants. Al in de 12e eeuw was er hier een joodse wijk. In de 19e eeuw nam het aantal joden na een verbanning in de 14e eeuw weer toe. Ze kwamen vooral uit Oost-Europa en Rusland. De straat verliest langzaam maar zeker zijn joodse uitstraling. Veel joodse winkels zijn vervangen door hippe kledingzaken. Vooral op zondag is het druk in de rue des Rosiers. Je kunt er nog uitstekend joods voedsel krijgen zoals falafel en gepekelde citroenen. De straat is vernoemd naar een vroegere tuin met rozenstruiken, die langs de stadsmuur van Philippe Auguste lag. Het nachtleven van deze wijk staat ook bekend vanwege zijn ‘gay scene’ en hier eindigt dan ook de jaarlijkse gay pride parade van Parijs: Marché des Fiertés.
nr. 7, op de hoek van het pleintje, bij rue Ferdinand Duval, stond ooit het trotse familiebedrijf restaurant Goldenberg. Aan dit restaurant kleeft een nare geschiedenis. Op 9 augustus 1982 werd hier een granaat naar binnen gegooid en machinegeweren afgeschoten. De aanslag op het Joodse restaurant kostte 6 mensen het leven en 22 mensen raakten gewond. De man die later de aanslag opeiste was Ilich Ramírez Sánchez, beter bekend als Carlos de Jakhals.

→ Linksaf Rue Vieille du Temple

→ Linksaf Rue du Roi de Sicile

nr.36, is café Klein Holland. Zin een kroketje, bitterballen of een glaasje Grolsch?

→ Rechtsaf Rue Pavée

→ Steek de Rue de Rivoli over naar de Rue Saint-Antoine en ga rechts af

→ Rue Saint-Antoine wordt de Rue de François Miron

→ Bij de Eglise Saint Gervais rechts aanhouden

→ Eind van de weg linksaf Rue de Lobay

→ Langs de achterkant van het Hôtel de Ville

→ Rechtsaf Quai de l’Hôtel de Ville

→ Rechtsaf Place Hôtel de Ville

9

Hôtel de Ville
Het oude en vermaarde Hôtel de Ville, raadhuis van Parijs, staat op een plek waar zich in het verleden een 16e eeuws gebouw bevond. Het gebouw, ontworpen in de renaissance stijl door Domenica da Cartona, is tijdens de Commune in 1871 volledig afgebrand. De structuur van het huidige raadhuis herinnert aan het vroegere gebouw, het werd ontworpen door Deperthes en Ballu en in 1882 gebouwd. Het gebouw bestaat uit verschillende koepels in de vorm van afgeknotte piramides. Verder is het gebouw bezaaid met een groot aantal beelden, om precies te zijn 136, op de vier zijden van het gebouw. Op één van de terrassen ziet men een beeld van Etienne Marcel, leider van de Parijse kooplieden en aanstichter van de vele ongeregeldheden die het leven in de 14e eeuw van Parijs geheel verlamden. Vele jaren later werden hier tijdens de Revolutie, Robespierre en zijn volgelingen op 27 juli 1794 door de soldaten van Conventie gearresteerd. Na een mislukte zelfmoordpoging werd Robespierre overgebracht naar de Conciergerie om van daaruit, afgevoerd op een mestkar, over de Pont au Change linksaf te gaan richting Place de la Concorde al waar de dood wachtte in de vorm van de guillotine. Dit alles onder luid geroep van tienduizenden mensen.
Nu is het Hôtel de Ville het gemeentehuis van groot-Parijs. Parijs heeft 20 arrondissementen met elk hun eigen gemeentehuis en burgemeester, samen de gemeenteraad vormend. Hôtel de Ville is de officiële werkruimte en ontvangstruimte van de, pas sinds 1977 aanwezige, burgemeester van groot-Parijs.

Het Place de L’Hôtel de Ville
Een plein dat pas in 1853 werd aangelegd, van 1310 tot 1830 was dit de open plaats van volksfeesten en executies.Van oudsher was dit plein ook de ontmoetingsplaats van handel, politieke en juridische bedrijvigheid. Oude houten middeleeuwse huizen omringden het plein en aan de Seineoever stonden molens. Vroeger had het plein de naam Place de Grève, en was het de losplaats voor schepen die hun handel dreven in Parijs, vandaar dat het hier altijd levendig en druk was. De reden waarom de rechteroever (Rive Droite) de aanlegsteiger van Parijs was, zit in het feit dat de rechteroever een betere stroming had en op deze plek een iets wat verhoogde zandbank had.

Vroeger kom men er geregeld gratis ‘genieten’ van het radbraken van misdadigers, verbranden van heksen, ophangen van majesteitschenners en soortgelijke scènes, die in ruime mate belangstelling van het publiek hadden. Het plein was vaak het middelpunt van grote, meestal rumoerige volksfeesten. Elk jaar werd er bijvoorbeeld ter ere van St-Jean, die nog zijn kerk heeft in de drukke volksbuurt le Temple ten noorden van de Rue Rivoli, een brandstapel van wel 20 meter ontstoken waarop, ter verhoging van de feestvreugde, een zak werd gelegd met levende katten. Het geluid dat de katten veroorzaakten was het startsein van de feesten. Vaak stak de koning zelf er de brand in.

→ Linksaf Rue Rivoli

→ Rechtsaf Rue Saint-Martin

→ Loop tot je de St.-Merri aan je rechterhand hebt

→ Loop links van kerk de Rue Cloître St.-Merri in

→ Linksaf de Rue Brisemiche

10

St.-Merri
Je staat voor de kerk die gewijd is aan St.-Merri, ook wel St.-Mederic genoemd, die hier op deze plaats in de 7e eeuw stierf. De kerk werd gebouwd tussen 1520 en 1612, in een vreemde gotische stijl. Naast de kerk staat een 17e eeuwse klokkentoren. De kerk was lange tijd de parochiekerk van de Lombardische Woekeraars. Boven in de klokkentoren hangt de oudste kerkklok van Parijs, gegoten in 1331, een overblijfsel van de middeleeuwse kapel die eerst op deze plaats stond. De imposante orgelkast gebouwd door François-Henri Clicquot, werd door Camille Saint-Saëns bespeeld, hij was hier midden 19e eeuw kerkorganist. Regelmatig worden als eerbetoon concerten gegeven van deze componist, vooral bekend om zijn Carnaval der Dieren.

Fontaine Stravinsky 
Voor de kerk trekt de Fontaine Stravinski veel aandacht. Deze fontein, ontworpen tussen 1982 en 1983, illustreert met zijn bewegende beelden het werk van de grote componist van de Sacre du Printemps en de Vuurvogel. De zwarte mobiles zijn van Tinguely, de felgekleurde van Niki de Saint-Phalle.

Al met al een mooie smeltkroes van oud en nieuw, in de schaduw van de publiekstrekker aan de overkant, Centre Pompidou.

→ Loop naar het Centre Pompidou

11

Centre Pompidou (Beaubourg)
Het Centre Pompidou heeft sinds zijn opening in 1977, zowel zijn architectuur als wat zijn bestemming betreft, sterke afkeuring, maar ook enthousiaste instemming weggedragen. In het eerste jaar kwamen er 6 miljoen bezoekers op af, een absoluut wereldrecord! De totstandkoming is te danken aan de initiatieven van de toenmalige president Georges Pompidou, als wiens erfenis aan Parijs en Frankrijk dit wordt beschouwd. In 1972 werd met de bouw begonnen, volgens een ontwerp van de architecten Renzo Piano en Richard Rogers, die uit 681 gegadigden uit 49 landen, gekozen waren. Een stalen skelet van 166 meter lang, 60 meter breed en 42 meter hoog, met 5 etages. Het terrein beslaat een oppervlakte van 100.000 m2. Een vergelijk; dit weegt maar liefst 15.000 ton staal, terwijl de Eiffeltoren ‘maar’ 7.000 ton weegt. Roltrappen, liften, nooduitgangen, alles zit aan de buitenkant. Alle buizen hebben een kleur; blauw voor climatisatie, geel voor de elektriciteit, rood voor de circulatie en groen voor de waterleiding. Ook de diverse afdelingen zijn verschillend van kleur, geel is voor de gemeenschappelijke ruimten, het forum en de algemene diensten, groen voor de bibliotheek (meer dan één miljoen boeken, dia’s, platen en microfilms), over drie verdiepingen verdeeld, blauw betekent recreatie, rood voor het Nationale Museum.

Alles (was) gratis, men hoefde geen lid te zijn om van de diensten gebruik te maken, precies wat Georges Pompidou in gedachten had; iets van Frankrijk voor de Fransen. Maar,....na 20 jaar en 160 miljoen bezoekers was het Centre hard toe aan een opknapbeurt. De renovatie en de interne vernieuwing werd uitgevoerd door de architecten (wederom) Renzo Piano, maar nu samen met Jean-Francois Bodin...... en het gratis was voorbij.

→ Loop voor het gebouw langs en neem de Rue Saint-Martin

Links op nr. 157 ligt de Passage Moliere, loop even naar binnen en voel de rust die hier heerst

→ Rechts (schuin tegenover Passage Moliere) de Rue Bernard de Clairvaux

12

Le Defenseur du Temps
Een monument gemaakt in 1979 door Monestier, speciaal voor deze buurt, die l’Horloge wordt genoemd.

De verdediger van de tijd, wordt het 4 meter hoge en 1000 kilo zware kunstwerk genoemd, dat zich in de Rue Bernard de Clairvaux bevind. Clairvaux, de voorvechter(!) en architect van de Kruistochten, maar dat terzijde. Gemaakt van geoxideerd messing, vecht de mens elk (heel) uur, tussen 9.00 en 22.00 uur, tegen één van de drie symbolen. De draak, de roofvogel en de krab, voorstellend de aarde, de lucht en de zee. De mens heeft het nog moeilijker om 12, 18 en 22.00 uur, want dan moet hij het opnemen tegen alle drie. Een echt gevecht, maar mij is niet duidelijk geworden wie er uiteindelijk heeft gewonnen. Mens of element?? Heb zelf het geluk gehad dat ik het gevecht heb mogen aanschouwen, het mechanisme is helaas vaak kapot.

→ Neem rechts Rue de Montmorency

13

Oudste huis van Parijs
Het oudste huis van Parijs staat in de Rue de Montmorency nr. 51 in het 3e arrondissement. Het is gebouwd in 1407 en de alchemist Nicolas Flamel heeft er gewoond. Samen met zijn vrouw Pernelle nam hij in dit huis armen en zieken op en verzorgde ze. Tenminste, als ze elke dag het ‘onze vader’ en een ‘weesgegroetje’ wilden bidden.

Flamels daden zijn echter legendarisch én mytisch. Hij zou de Steen der Wijzen hebben gemaakt en met zijn vrouw Perenelle de onsterfelijkheid hebben bereikt. Hoewel Flamel van beroep publieke schrijver was, dit wil zeggen: iemand die tegen een kleine vergoeding voor analfabeten brieven schreef, en dus slechts een klein inkomen had, heeft hij zijn leven lang vermogens kunnen schenken aan goede werken. Sommigen geloven dat hij deze gulheid betaalde met zelfgemaakt alchemistisch goud.
In 1975 werd in de ‘Bibliotheque Nationale’ te Parijs een dossier ontdekt, bekend geworden als Les Dossiers Secrets. In die dossiers kwam Nicolas Flamel ook voor. Flamel zou van 1398 tot 1418 grootmeester van de Priorij van Sion zijn geweest. Ook in de boeken ‘Harry Potter en de Steen der Wijzen’ en Victor Hugo’s ‘Klokkenluider van de Notre Dame’ komt de persoon Nicolas Flamel voor. Het oudste huis van Parijs is in 2007 prachtig gerenoveerd.

→ Loop tot aan Rue de Beaubourg en ga links af

→ Loop tot aan het grote plein en links aan de overkant zie je een klein kerkje, daar is een leuk museum

14

Musée National des Arts et Métiers
Tijdens de revolutie, 10 oktober 1794, vaardigde het Nationale Conservatorium van Kunst en Handwerk een opdracht uit dat de bouw van hoger onderwijsinstelling en een museum behelsde. Het werd bestuurd door de Franse regering met als opdracht het geven van opleiding en het voeren van onderzoek ter promotie van wetenschap en industrie. In 1802 was het zover en werd de school in gebruik genomen en het museum voor het publiek geopend. Het geheel vond een onderkomen in de oude Saint-Martin-des-Champs gebouwen, een voormalig klooster. Het geheel is in 2000 schitterend gerenoveerd.

Het museum herbergt 80.000 objecten en technische documenten welke de grote technologische ontwikkelingen vanaf de 16e eeuw tot aan de dag van vandaag beschrijven. Vooral op het gebied van de telecommunicatie, natuurkunde, scheikunde en informatie technologie is dit museum goed ingespeeld.
Het museum heeft zoals het een goed museum betaamd enkele bijzondere stukken. Voorbeelden daarvan zijn de Lavoisier laboratorium precisie balans, de eerste hartkleppen, radio en TV en een collectie oude klokken. In de kapel die bij het museum hoort zijn onder andere oude auto’s, oude vliegtuigen te zien en er hangt een kopie van de slinger van Foucault. De originele slinger van Foucault werd hier vroeger wel getoond, maar is later verhuisd naar het Panthéon.

→ Loop naar het metrostation Metro Arts en Métiers

Het gelijknamige metrostation is helemaal in stijl van Jules Verne en het boek 20 Duizend Mijl onder Zee. Eén van de mooiste metrostations van Parijs.

EINDE WANDELING

De weersverwachting in Parijs

Altijd handig om te weten wat het weer gaat brengen

Parijs

Een klikje wordt gewaardeerd!


Naar boven

Naar HOME

→ Sitemap