Wandeling langs de highlights in het centrum van Parijs


Wil je de highlights van Parijs zien? Dan is dit de wandeling die je moet maken.
De Notre Dame, het Louvre, Palais Royal, St.-Chapelle, Pont des Arts, Place de la Concorde, Place Vendome, de Madaleine, de Conciergerie en nog veel meer hoogtepunten kom je onderweg tegen. Lekker relaxen op een stoeltje in het grote Parc des Tuileries, een bankje in een verborgen oase of op het puntje van Ile Cité kijken naar de talloze rondvaartboten….kan allemaal.

De wandeling begint en eindigt bij een metrostation.

Je kunt hieronder de tekst van de route doorlezen, de lokatiecijfers staan op de routekaart. Ga je de wandeling uitvoeren kun je beter de kant-en-klare PDF's downloaden en printen:

TEKST wandeling

KAART wandeling

WANDELING DOOR HET CENTRUM VAN PARIJS

→ ....START: Saint-Michel - Notre-Dame (Metrolijn 4, RER lijn B en C)

1
Fontaine Saint-Michel

Op Place St.-Michel staat een prachtige fontein, ontworpen door Gabriel Davioud in 1860. Op deze plek zou eerst een standbeeld van Napoleon Bonaparte komen, maar uiteindelijk koos men voor de aartsengel Michaël. Hier sta je, vlakbij Quartier Latin, misschien wel op het drukste plekje van Parijs.

→ ....Voor de brug rechtsaf Quai Saint Michel

→ ....Linksaf de brug Petit Pont over

→ ....Loop rechts naar de Notre Dame over het plein, Parvis Notre-Dame

2
Notre Dame

De Cathédrale Notre-Dame de Paris, is gebouwd op een plek waar in de Romeinse tijd de Tiberiustempel stond en waar jaren later Koning Clovis in de 6e eeuw een christelijke basiliek, de Étienne kerk, liet bouwen. Helemaal zeker is dit niet, omdat ook het vermoeden bestaat dat Clovis de kerk uitbreidde op een eerdere basiliek uit de 4e eeuw. Wat wel vast staat is dat in 1163, tijdens het bisdom van Maurice de Sully, met de bouw van de Notre-Dame begonnen is. Eerst werd het koor opgetrokken en in de loop der jaren volgden het schip en de zijschepen. De voorgevel werd ca. 1200 tijdens bisschop Eudes de Sully voltooid en met de bouw van de torens, die nooit helemaal afgemaakt zijn, werd in 1245 gestopt. Met de zuidelijke zijgevel werd pas 8 jaar later weer begonnen, zodat de kerk in 1330 eindelijk klaar was........en zie het resultaat!! Niet alleen de buitenkant, maar ook het interieur is indrukwekkend groot. 130 meter lang, 50 meter breed, 35 meter hoog en ter ondersteuning pilaren van 5 meter doorsnede. Een kleine 9.000 mensen kunnen hier één keer per jaar een mis (de Kerstviering) bijwonen. De Notre-Dame heeft niet alleen goede tijden gekend maar ook periodes van verval. In 1793 werd het zelfs bedreigd met afbraak, na jaren van verval. In 1844 werd begonnen, door Viollet-le-Duc, met een uitgebreide restauratie, waar men 20 jaar over deed. Daarna kon de beroemde ‘Bourdon de Notre-Dame’, de dertien ton zware klok, in de toren weer luiden.

Aan die klok zit weer een leuk verhaal; de echtgenote van Louis XIV, Maria Theresia van Spanje, organiseerde een actie om de Notre-Dame een enorme kerkklok te schenken. De ‘Bourdon Notre-Dame’, ook wel Emmanuel genoemd naar de kleinzoon van Lodewijk XIV, is één van de grootste klokken ter wereld. De klok weegt 13 ton en heeft een klepel van 500 kg en hangt in de rechtertoren. De legende vertelt dat ze zo’n zuivere klank heeft omdat Maria Theresia en andere adellijke dames hun zilverwerk hadden afgestaan om dit met het brons van de klok te laten omsmelten. Een beroemd deel van de Notre-Dame is het Roosvenster dat in de noordelijke gevel zit. Het werd gemaakt in 1268 en beeld Maria uit, omringd door figuren uit het Oude Testament. De benedenramen zijn kunstig gerestaureerd door Jacques Le Chevalier.

→ ....Loop terug naar Rue de la Cité

extra INFO: Hôpital Hôtel-Dieu
Als je richting Rue de la Cité loopt zie je aan de rechterhand het oude ziekenhuis Hôtel Dieu, Je kunt gewoon naar binnen lopen en de mooie binnenplaats gaan bekijken, uiteraard wordt er van je verwacht dat je de rust in acht neemt. Oorspronkelijk omvatte het gasthuis, dat in 651 werd gesticht door de heilige Landry, twee gebouwen die met elkaar verbonden werden door de Pont au Double. De brug werd door Frans I speciaal aangelegd in 1626 om de zieken gemakkelijker te vervoeren. Vroeger stond het op de plek waar nu het standbeeld van Karel de Grote met zijn twee trouwe paladijnen Roland en Olivier staat, aan de overkant van het plein dus. Tijdens de minderjarigheid van Lodewijk XV werd ten gunste van deze instelling een belasting geheven die ‘het recht van de armen’ werd genoemd. In 1880 werd het oude gasthuis, na een grote brand, vervangen door het nieuwe gebouw. De uitbreiding en aanpassing van de brug speelde ook een belangrijke rol in deze beslissing. Tevens werd het grote open plein, Place du Parvis Notre-Dame, aangelegd en alle oude middeleeuwse straatjes verdwenen. Hôtel Dieu kwam eigenlijk een beetje in de schaduw te liggen van zijn veel bekendere buurman, de Notre Dame de Paris. Het ziekenhuis is nog steeds de oudste medische instantie van Parijs.

→ ....Rechtsaf Rue de la Cité

→ ....Linksaf Rue de Lutèce

→ ....Rechts Marché aux Fleurs

extra INFO: Marché aux Fleurs en Marché des Oiseaux
Zeker als je met kinderen in Parijs bent zijn het juist die kleine dingen die het leuk maken, zo ook deze kleine markt op het Ile de la Cité. Met zijn zes metalen paviljoens heeft het hier al meer meer dan 200 jaar een vaste plek op het Place Lois Lépine. Elke dag van de week is hier sinds 1808 een planten- en bloemenmarkt, maar deze wordt op de zondag omgetoverd tot een vogeltjesmarkt, waar ook kleine huisdieren zijn te vinden. Ter gelegenheid van de 70e herdenking van D-Day en het daaraan gekoppelde bezoek van de koningin van Engeland, kreeg de markt in 2014 de naam Marché aux Fleurs Reine Elizabeth II. Op de zondagmorgen doe je de kinderen er echt een plezier mee.

→ ....Loop over het plein rechtdoor naar het hek van Palais de Justice

3
Palais de Justice

Het Palais de Justice met z’n gouden hek is een onderdeel van een groot complex. Zo bestaat het uit het paleis van Justitie zelf, de Sainte-Chapelle en de Conciergerie. Op deze plek, het eiland Ile Cité, hadden de Romeinse bestuurders 2000 jaar geleden al hun administratieve en militaire hoofdkwartieren. De Merovingische koningen volgden hun voorbeeld en de Capetingse dynastie bouwden hier een kapel en een slot. In de 13e eeuw werd op initiatief van Lodewijk IX, de Heilige, de St.-Chapelle gebouwd en een eeuw later liet Philips de Schone de Conciergerie bouwen. In 1358 besloot Karel V na bloedige rellen, onder leiding van Etienne Marcel, te verhuizen naar het Louvre en het paleis te gebruiken als parlement. Hierna werd het hoogste gerechtshof van het koninkrijk er gevestigd. Tijdens de Revolutie werd het juridische systeem op de schop genomen. Het gebouw kreeg het de naam “Palais de Justice”. De indrukwekkende gevel is gebouwd door Joseph-Louis Duc en Honoré Daumet, een onderdeel van een groot restauratieproject. Hier werden velen veroordeeld en via de guillotine ter dood gebracht. Op 25 april 1792 was Nicolas Jacques Pelletier het eerste slachtoffer van de guillotine tijdens de revolutie. Ook koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette werden hier ‘berecht’. Later waren het ook de bedenkers van de Revolutie zelf, Robespierre en Danton, die een kopje kleiner werden gemaakt. Ironisch genoeg, zonder proces.

→ ....Linksaf als je de Sainte Chapelle wilt bezoeken, zoniet dan rechts de Boulevard du Palais in lopen

extra INFO: Sainte Chapelle (links van het hek)
Bij voldoende tijd de moeite waard om te bezoeken! Deze kapel werd op initiatief van Lodewijk IX (de Heilige) gebouwd om er de Doornenkroon te bewaren, die de vorst in 1239 in Venetië had gekocht. Deze Lodewijk de IX was een verwoed verzamelaar van Christelijke relikwieën. Een kostbare liefhebberij, maar de beste man kon het zich veroorloven. Toen hij vernam dat de keizer van Constantinopel, Baldewijn II, in het bezit was van de “echte” doornenkroon van Christus rustte hij niet voor dat hij deze voor een enorme som geld in zijn bezit kreeg. Zijn volgende stap was om ervoor te zorgen dat deze doornenkroon een waardige plaats kreeg. Dat hij trouwens een ‘echte’ verzamelaar was blijkt wel uit de rest van zijn aangekochte relikwieën..........ijzer van de heilige lans waar Christus mee werd doorboord, de spons waarmee de Romeinen Christus azijn lieten drinken, een splinter van het houten kruis van Christus, de staf van Mozes en melk van de Heilige Maagd. Hij liet dan ook in een zeer snel tempo, zes jaar(!), deze kerk bouwen door Pierre de Montreuil. Over de bouwer zijn wel wat twijfels en na recenter onderzoek is de mogelijkheid gebleken dat Robert de Luzarches misschien wel de eer toekomt. De aanschafprijs van de relikwieën waren trouwens maar liefst vier keer zo hoog (135.000 livres) als de totale kosten van de kerk. De St.-Chapelle bestaat uit twee kapellen boven elkaar, die in 1248 worden ingewijd.

Persoonlijk vind ik dit één van de mooiste monumenten van Parijs, iets wat eigenlijk geen enkele foto kan vastleggen. Wat je echt zelf moet zien, om diep onder de indruk te raken van dit kunstwerk, waarvan er absoluut geen tweede op de wereld is. Het is gebouwd op dezelfde plek waar eens de Romeinse gouverneurs, van Lutetia, hun paleizen hadden. De St.-Chapelle vormt samen met de Conciergerie en het Paleis van Justitie een driehoeksverhouding, vandaar de strenge controle bij de ingang, want de rechter doet hier nog steeds zijn werk. Ook deze kerk kende zijn verval. Tijdens de Revolutie maakte men van deze kerk een graanopslag, maar het was gelukkig Napoleon die hier een halt aan toe riep. Helaas werd er in deze periode ontzettend veel vernield en gestolen. Van de originele relikwieën is weinig teruggevonden, zelfs het orgel was weg. De onderste kapel heeft nauwelijks een hoogte van 7 meter, maar het middenschip is erg wijd en in de vorm van een klaverblad. Wat vooral opvalt in de kapel, is de enorm rijke en veelkleurige geschilderde versiering. Dit ondergedeelte was speciaal gebouwd voor dienaren van het hof, het alles overtreffende bovengedeelte, was voor het hof zelf. De bovenkapel is indrukwekkend. 17 meter wijd en 20,5 meter hoog, 15 gigantische gebrandschilderde ramen van elk 15 meter hoog, met daarop 1134 verschillende voorstellingen uit het Oude- en Nieuwe Testament. Een totaal oppervlakte van 618 m2 rijk gekleurde glazen panelen. Ongelooflijk mooi! De muren met hun hoge spitsboogvensters, ranke pilasters en fijn gebeeldhouwd kantwerk moeten vooral Lodewijks tijdgenoten, gewend als zij waren aan de lompe Romaanse bouwstijl, met verbazing of bewondering vervuld hebben. Eén van de koningen, Lodewijk XI was een wel zeer vreemd man. Hij liet een getraliede nis in de kapel bouwen, zodat hij iedereen ongehinderd kon bespieden. Deze nis was ondergronds, vanuit het paleis te bereiken.

→ ....Zoals gezegd dus rechtsaf Boulevard du Palais

→ ....Links op de hoek Tour de l’Horloge

extra INFO: Tour de l’Horloge
Links van de straat, op de hoek van de Conciergerie, staat de Tour de l’Horloge. Over de Seine ligt hier de Pont au Change. Leuk detail is dat deze Pont au Change dankzij Lodewijk VII aan zijn naam kwam. Alleen op deze brug mocht vanaf 1142 geld gewisseld worden, zo had men er controle op en het was veiliger. Maar goed het gaat om de toren van de Tour de l’Horloge. Deze is uit 1360, maar het uurwerk reeds uit 1334 en was een geschenk van Karel V. Deze klok werd vroeger, toen de koningen nog verbleven op het Ile Cité, gebruikt om de geboorte aan te kondigen van een prins of prinsesje. Bij een prinses 24 uur en bij een prins werd maar liefst 48 uur de klok geluid. Logisch dat ten tijde van de Revolutie de klepels werden vervangen, de oude klepels gaven een te ‘koninklijk’ geluid. Of het echt waar is,..... maar wat zeker is dat je hier kijkt naar de oudste openbare tijd van Parijs. Prachtig gerenoveerd in 2015.

→ ....Linksaf Quai de l’Horloge

extra INFO: Conciergerie
Aan je linkerhand kun je de ‘tweelingtorens’ van de Conciergerie zien. Rechts ziet men de Tour d’Argent (zilvertoren), naar waar men zegt de kroonjuwelen bewaard worden en links de Tour César, waar ten tijde van de Revolutie (1793) de openbare aanklager Fouquier-Tinville het hoofd eiste van Marie-Antoinette van Oostenrijk, de vrouw van Lodewijk XVI. Op de benedenverdieping van de Conciergerie bevindt zich de zaal der lijfwachten en de zaal der wapenbroeders, deze is 68 meter lang, 27 meter breed en 8 meter hoog en diende als eetzaal voor de koning. In de keukens staan vier enorme schouwen waarmee de opdrachtgever, Jan de Goede in 1350, ongeveer 2000 gasten kon ontvangen en tegelijk een hapje kon aanbieden. In dit gebouw hebben tijdens de revolutie zo’n 3000 mensen, na een schijnproces, moeten wachten op het scherpe mes van de guillotine. De cel waarin, tussen 2 augustus en 16 oktober 1793, Marie-Antoinette verbleef, is zonder twijfel de meest bekende. In 1816 werd deze ruimte door de enig overgebleven dochter, de Hertogin van Angoulème, tot kapel omgebouwd. De kapel staat nu in verbinding met de cel waar eerst Danton en later Robespierre verbleven. In de kapel van de Girondijnen, die tot een gemeenschappelijke gevangenis werd gemaakt, wordt een kruisbeeld van Marie-Antoinette bewaard.

→ ....Linksaf Rue de Harlay

→ ....Rechts het kleine pleintje op Place Dauphine

4
Place Dauphine

Je loopt in de drukte van Île de la Cité, duizenden auto’s per uur rijden over de kades van het eiland, je slaat Rue de Harlay in en loopt langs het grootse Palais de Justice en dan ineens……een oase van rust en één van de mooiste pleintjes van Parijs. Het Place Dauphine is een driehoekige plein dat in de punt uitkomt op de Pont Neuf. Deze oudste brug van Parijs is de eigenlijke reden van dit plein, want eind 16e eeuw lagen hier drie eilandjes die aan elkaar werden gesmeed ten behoeve van de bouw van deze eerste stenen onbewoonde brug van Parijs. Het Jodeneiland (Ile aux Juifs), het Îlot de la Gourdaine, het Ile du Patriarche en zelfs een mogelijk vierde eiland, het Koeieneiland (Ile aux Bœufs) wat meer een zandbank was dan een eiland, werden verenigt met het grote Île de la Cité. Al tijdens het koningschap van Hendrik IV werd er besloten om op de onstane driehoek particuliere woningen te bouwen. De naam voor het plein was sneller gevonden dan gemaakt, men had er namelijk lang op moeten wachten, maar tijdens de bouw van de brug werd er een kroonprins (dauphin) geboren, de latere koning Lodewijk XIII. Ga even zitten op één van de bankjes of terrasjes en je waant je in een dorpje in de provincie. ‘s Avonds zijn er een paar gezellige restaurantjes geopend, in het weekend wordt er vaak een spelletje jeu de boules gespeeld en overdag zijn er een paar piepkleine terrasjes voor een heerlijke koffie (of iets anders).

→ ....Loop in de punt van het pleintje

→ ....Steek de (drukke) straat over naar het standbeeld

extra INFO: Pont Neuf 
Je staat nu op de beroemdste brug van Parijs. Het was Hendrik III die in 1578 de eerste steen legde en daarmee het startsein gaf tot het bouwen van de brug en Hendrik IV die, in 1604, deze eerste ‘onbewoonde’ brug opende. Nou ja, opende? Hij liep over een plank, de brug was nog niet helemaal klaar, van ene kant naar de andere kant om er zeker van te zijn dat hij de eerste was. Achteraf was deze waaghalzerij niet nodig geweest, hij overleefde de bouw van de brug. In die tijden was het gebruikelijk dat er huizen op de bruggen stonden, met aan elke kant een versterkt kasteel (Châtelet), een Grand voor de rechtspraak en een Petit voor de het heffen van de tol. Maar Hendrik IV zag meer in een mooie brede brug met als mogelijkheid om er te flaneren en elkaar te ontmoeten. Daarnaast gebeurde het regelmatig dat de houten bruggen in elkaar zakten door het gewicht van de huizen. Het werd een regelrecht succes, de onbebouwde brug werd een graag geziene plek. Allerlei activiteiten vonden hier plaats zoals, voorstellingen, voordrachten, muziek, het houden van duels, de uitvoeringen van lijfstraffen en de handel wat uiteraard ook weer zakkenrollers en oplichters aantrok. Deze Hendrik IV was een zeer geliefd vorst en had begrip voor zijn onderdanen. Een bekende uitspraak van hem was; “Elke Parijzenaar moet minstens éénmaal per week een kip in het pannetje kunnen eten”. In het midden van de brug staat dan ook een standbeeld ter ere van Hendrik IV, die men ook wel “Vert Galant” noemde, vrij vertaalt “de Oude Snoeper”, dit omdat hij niet vies was van het vrouwelijk vlees. Het beeld van Hendrik IV is niet het origineel wat is geplaatst in 1614. Ook deze werd, zoals alle koninklijke beelden, tijdens de Revolutie vernield. In 1818 werd het weer teruggezet, wel in zijn originele vorm, maar gegoten uit het metaal van twee beelden van Napoleon. Helaas voor het volk werd hun geliefde Hendrik op 14 mei 1610 vermoord door de fanatieke jezuïet Jean-François Ravaillac. Hendrik IV was van oorsprong een Calvinistische leider, maar hij had zijn geloof afgezworen voor de troon van Frankrijk en was katholiek geworden, met al weer een bekende uitspraak van hem; ”Parijs is mij wel een mis waard”. Enkele jaren later was het juist hij, die in 1598 met het Edict van Nantes, de godsdienstvrijheid voor de Hugenoten bewerkstelligde en zo in katholieke kringen veel vijanden maakte. Oh, en zoals te doen gebruikelijk, Ravaillac werd gevierendeeld op Place de Greve.

→ ....Loop achter het standbeeld de trap af naar beneden

5
Square du Vert Galant

Een klein parkje met de bijnaam ‘Eiland der geliefden’. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht over de Seine met aan de rechterkant het Louvre, aan de linkerkant het Institut de France en recht voor je de Pont des Arts. Deze brug stond altijd bekend om zijn liefdesslotjes.

→ ....Terug naar het standbeeld en ga rechtsaf

→ ....Rechtsaf langs de Seinekade, de Quai de Conti

→ ....Loop over de wandelbrug naar de andere kant van de Seine

6
Pont des Arts

Je zou het niet zeggen, maar dit was in 1803 een super moderne brug, de eerste gietijzeren brug over de Seine én die van Europa. De brug, 155 meter lang en 11 meter breed, is alleen toegankelijk voor voetgangers, die in de beginjaren zelfs tol moesten betalen, en is al jaren een geliefde ontmoetingsplek. Eigenlijk is het een replica want de orginele brug stortte in 1979 voor een groot gedeelte in, dit van de gevolgen van de bombardementen van de beide wereldoorlogen en van de boten die er met regelmaat tegen aan botsten. Wat je nu ziet werd gebouwd in 1984 en is van de hand van Louis Arretche, die iets minder bogen gebruikte en in plaats van gietijzer werd er staal gebruikt. Veilig? Ja, maar niemand kon vermoeden wat er een paar jaar later gebeurde. In 2008 waren het de ‘stelletjes’ die een liefdesslotje aan de brug vastklikten en vervolgens het sleuteltje in de Seine gooiden. Iets wat binnen een mum van tijd een rage werd, zo erg dat zijkant de brug in 2015 werd voorzien van speciale plastic wanden. De brug zou letterlijk en figuurlijk onder het gewicht (700.000 stuks - ca. 60.000 kg) van de liefdesuitingen bezwijken. Aan het plastic kunnen geen slotjes worden bevestigd. Helaas worden de plastic wanden ook voorzien van graffiti, je moet ervan houden. Wat niet gauw zal veranderen is het uitzicht op het Institut de France, het eiland Ile Cité met de Notre-Dame, de Pont Neuf, het Louvre en als je je omdraait kun je in de verte Musée d’Orsay zien liggen en het puntje van de Eiffeltoren. Eén van de mooiste uitzichten over Parijs.

→ ....Over de brug rechtsaf Quai François Mitterrand

→ ....Linksaf Rue de l’Amiral de Coligny

→ ....Aan de overkant van de straat Saint-Germain-l’Auxerrois

7
Saint-Germain-l’Auxerrois

Sinds de Merovingische tijd bevond zich niet ver van de rechteroever een kerk, of heiligdom, die gewijd was aan de Heilige Germanus, de in 488 gestorven bisschop van Auxerre. De kerk werd pas belangrijk toen Philips Augustus haar bij de stad had betrokken en tot kerk van een parochie had gemaakt. Toen de koningen in het Louvre woonden werd het de parochiekerk voor de koninklijke familie. Een rol van betekenis heeft de klokkentoren ‘Marie’ in de geschiedenis wel gehad. Het was op de vooravond van 23 augustus 1572, toen de klokken het begin inluiden van de Parijse Bloednacht, wat later als ‘Bartholomëusnacht’ de geschiedenis in zou gaan. De politieke en godsdienstige onlusten vinden in die nacht hun hoogtepunt. Hugenotenleider Admiraal Coligny, en meer dan 3.000 andere Hugenoten worden vermoord, tijdens de bruiloft van Hendrik van Navarra met zijn nicht Margaretha van Valois. De Seine was rood gekleurd van het bloed. Het complot was in het geheim beraamd door Catharina de Medici, kardinaal De Guise, Karel IX en de latere koning Hendrik III. Hendrik overleefde de moordpartij, maar enkele jaren later in 1594, zal hij zijn protestantse geloof ‘ruilen’ voor het katholieke koningschap. Bij zijn intocht in Parijs moet hij de veelzeggende woorden hebben gesproken; “Parijs is mij wel een mis waard”, en nu wil het dat de eerste mis dan ook in deze kerk heeft plaatsgevonden.

Onder het bewind van Napoleon heeft het voortbestaan van deze kerk aan een zijden draadje gehangen. Napoleon wilde een triomfweg aanleggen vanaf de Bastille naar het Louvre, maar dan had deze oude parochiekerk moeten verdwijnen omdat hij precies op de route lag. Pas jaren later toen Baron Haussmann het stedenbouwkundig voor het zeggen kreeg, werd dit plan definitief terzijde gelegd, omdat dit een afbreuk zou zijn aan de historie van Parijs, en zonde van de 300 lange jaren die eraan gewerkt zijn. Het is allang geen koningskerk meer, maar een kerk van de kunstenaars. De bekende architecten Le Vau en Soufflot liggen hier begraven.

→ ....Vervolg de Rue de l’Amiral de Coligny

→ ....Steek de drukke straat (rue de Rivoli) over

→ ....De straat heet nu Reu du Louvre

→ ....Na ca. 250 meter zie je aan de rechterkant een rond gebouw

8
Bourse du Commerce

Het mooie ronde gebouw voor je was de vroeger de Bourse du Commerce, de plek waar handel werd gedreven. De korenbeurs, zoals het ook werd genoemd, werd gebouwd tussen 1763 en 1767 en de architect was Nicolas Le Camus de Mezieres. In de korenbeurs werd gehandeld in tarwe, rogge en haver, bloem, olie, suiker, alcohol en rubber. Het gebouw heeft veel geleden onder diverse branden en na een zeer grote brand in 1873 werd besloten om het te sluiten. Na een ingrijpende renovatie werd het in 1949 voor een symbolisch bedag van 1 franc verkocht aan de Kamer van Koophandel.

→ ....Loop links langs de Bourse

→ ....Schuin links zie je de kerk Saint-Eustache

9
Saint-Eustache

Door een gift van Frans I in 1532 kon worden begonnen met de bouw, op de plek waar ooit al eens een kerk had gestaan. Het duurde echter tot 1637 voordat de op één na grootste kerk van Parijs in gebruik kon worden genomen. Wat afmetingen betreft kan hij namelijk wedijveren met de Notre-Dame, de kerk meet 106 meter en het middenschip heeft een hoogte van 34 meter en dat is bijna net zo hoog als de Notre-Dame. De kerk was in eerste instantie bestemd voor de gilden van de bij de Hallen werkzame kooplieden. De St.-Eustache is een ‘rijke’ kerk, door de vele bekende persoonlijkheden die hier begraven liggen en de schenkingen van vele schilderijen en sculpturen. Hier zijn de graven van o.a. La Fontaine, Rameau, de moeder van Mozart, en niet te vergeten Colbert, de belangrijkste minister van Lodewijk XIV, voor wie Le Brun in de zevende zijkapel een grafmonument ontwierp. Richelieu, Madame de Pompadour en Molière werden hier gedoopt en Lodewijk de XIV deed hier zijn eerste commune, een belangrijke kerk dus. De St.-Eustache wordt veel gebruikt als concertzaal, de akoestiek is fenomenaal. Berlioz voerde hier in 1855 zijn ‘Te Deum’ uit, in 1860 beleefde Liszt hier de eerste uitvoering van zijn ‘Messe von Gran’. Het mooie orgel, en grootste van Frankrijk, heeft maar liefst 8000 pijpen en werd in 1989 gebouwd door de Nederlandse orgelbouwer Jan van den Heuvel.

→ ....Loop rechts om de kerk en ga links de Rue Montmartre in

→ ....Linksaf de Rue Étienne Marcel in lopen

→ ....Loop rechtdoor tot aan het ronde plein, Place des Victoires

10
Place des Victoires

Het statige Place Victoires is een rond plein met in het midden een standbeeld van Lodewijk XIV te paard. Het plein dat werd aangelegd door Jules Hardouin-Mansart, is opgedragen aan Lodewijk XIV vanwege zijn vele overwinningen, wat ook meteen de naam weer verklaard. Lodewijk regeerde in totaal 54 jaar, waarvan hij er maar liefst 30 van in oorlog was. Het eerste beeld van Lodewijk wat hier kwam te staan was van de hand van Martin Desjardins, maar werd (zoals alle beelden) tijdens de revolutie vernield. De koning werd omgeruild voor een houten pyramide, wat later weer werd vervangen door een standbeeld van generaal Desaix. Vanaf 1822 werd het plekje weer bezet door Lodewijk, ditmaal met een ruiterstandbeeld van François Joseph Bosio. De Fransen hadden wat met de Romeinen, want zoals zoveel beelden is ook deze van de Zonnekoning gehuld in kledij van Julias Ceasar. Het plein ligt precies op de grens van het 1e en 2e arrondissement, omringd door peperdure huizen.

→ ....Steek het plein over, Rue la Feuillade

→ ....Rechts het prachtige Galerie Vivienne, loop even naar binnen.....en weer terug

extra INFO: Galerie Vivienne
De Galerie Vivienne is één van de best bewaarde en meest levendige passages van de stad en is gebouwd in 1823. De oude winkeltjes herbergen leuke boetiekjes en stoffenwinkels. Vooral bekend is Jean-Paul Gaultier, de kwajongen van de Parijse haute-couture. Een winkel die je eigenlijk even binnen moet lopen, al is het maar om een zwembroek van € 400,00 door je vingers te laten glijden. De beroemde ‘punt’-beha van Madonna komt uit zijn atelier.

Ook zijn er een aantal leuke restaurantjes gevestigd, maar deze zijn wel behoorlijk aan de prijs.

→ ....Even opletten, linksaf Rue Vivienne in (klein straatje)

→ ....Eind van het straatje rechtdoor Palais Royal in (staat een bord op gevel)

11
Palais Royal

Het overgrote deel van het Palais Royal dateert uit de 18e eeuw en werd opgetrokken in opdracht van de hertogen van Orleans, een zijtak van de koninklijke familie. Het Palais omvat helaas nog maar een klein gedeelte (Galerie des Proues) van het oorspronkelijke Palais Cardinal, dat Kardinaal Richelieu op deze plaats had laten bouwen in 1632. Na de dood van Richelieu werd Lodewijk XIII de nieuwe eigenaar, die er trouwens maar weinig plezier aan beleefde aangezien hij enkele jaren later stierf. Het mooie Cour d’Honneur leidt via een dubbele galerij (1835) naar de tuin. Lodewijk XIV sleet hier zijn eerste levensjaren. Toen Lodewijk met zijn moeder moest vluchten voor de Fronde, een opstand in Frankrijk die zich afspeelde tussen 1648 en 1653, keerde hij niet meer terug naar Palais Royal, maar ging hij wonen in Versailles. Het paleis kwam in handen van Henriëtte van Frankrijk, de weduwe van Karel I. Na haar dood erfde haar dochter Henriëtte Anne en haar man Filips I, hertog van Orléans en broertje van Lodewijk XIV, het paleis. De jaren daarna bleef het in handen van de familie Orléans. Tijdens het regentschap van Lodewijk XIV werden er de beruchte libertijnse banketten gehouden. In de periode voor de revolutie was de eigenaar Louis-Philippe-Joseph, later bijgenaamd Philippe Égalité. Deze kwam zonder geld te zitten en liet een deel van de tuin afbreken. In plaats daarvan bouwde hij rondom een gebouw met vertrekken en boetiekjes die hij verhuurde. Deze Philippe Égalité zou later voor de doodstraf stemmen in de rechtzaak tegen zijn neef Lodewijk XVI, maar ook hijzelf zou uiteindelijk onder het hakmes terecht komen in 1793. In de periode van Philippe Égalité werd Palais-Royal een zeer levendig oord met een slechte reputatie. Er waren heel wat goklokalen en iedereen kwam er om te brassen, de hoeren te bezoeken of keet te schoppen. Onder de gaanderijen lokten café’s en speelzalen massa’s volk. Over de prostitutie in het Palais-Royal in die periode (eind 18e, begin 19e eeuw) zou een hele studie kunnen gemaakt worden. Er verschenen ook een groot aantal brochures: een soort gidsen waarin de schoonheden beschreven stonden, tesamen met hun tarieven. ‘Marie, groot en blond, bleek gezicht, rotte tanden, slechts 3 pond........ maar bij afdingen, 1 pond en 4 cent.’ Hier kwamen de revolutionaire sprekers en werd het volk opgehitst tegen het koningshuis. Camille Desmoulin riep hier in het Palais Royal op 12 juli 1789 uiteindelijk het Parijse volk op naar de wapens te grijpen. In de vijver waar Lodewijk XIV als kind bijna verdronk, werd uit boosheid een volksvertegenwoordiger gegooid. De revolutie was geboren...........op naar de Bastille!

Nu is het Palais Royal veel braver geworden. De huidige bewoners genieten het grote voorrecht te wonen bij een rustige tuin in het hartje van Parijs. Slechts enkele handelszaken in postzegels, juwelen, binnenhuisdecoratie en antiquiteiten houden nog stand. Pogingen om de plek te reanimeren zijn mislukt. Tegenwoordig is het ministerie van cultuur en de Franse Raad van State in het paleis ondergebracht.

→ ....Loop aan de andere kant het Palais Royal weer uit

→ ....Onderweg naar de uitgang kom je twee kunstwerken tegen;

extra INFO: Les Deux Plateaux
Daniel Buren (1938), maakte in 1986 op het Cour d’Honneur een kunstwerk van 280 zwart-witte zuilen. De gestreepte zuilen, op ongelijke hoogte, beslaan een oppervlakte van 3.000 m2. Het kunstwerk kreeg de naam ‘Les Deux Plateaux’, maar is meer bekend onder de naam ‘Collones des Buren’. De opdracht werd gegeven door de toen huidige socialistische minister van cultuur Jack Lang, maar de rechtse burgemeester Jacques Chirac (latere president van Frankrijk) voerde de politieke strijd tussen links en rechts zover door dat het plan zelfs een poosje werd stilgelegd. Na amper tien jaar moesten de Collones alweer worden gerenoveerd, de kosten waren maar liefst € 5.000.000. Zoek de put met een zuil onder de grond en probeer een muntje op de zuil te gooien. Blijft het muntje liggen, dan kan het geluk niet op (zeggen ze).

extra INFO: Sphérades
Pol Bury (1922-2005), maakte in 1985, onder het presidentschap van François Mitterand, twee sculpturen met glanzende bollen bij de Galerie d’Orleans. Bury, een Belgische kunstenaar, heeft meerdere fonteinen gemaakt met als basis staal en de beweging van het water. Hij begon zijn carriere als kunstschilder en was lid van de bekende Cobra-groep. Minder bekend en zeker niet zo spraakmakend als de ‘Collones des Buren’, maar niet minder opvallend tussen de oude galerijen van het vroegere Palais Cardinal, het huidige Palais Royal. De Sphérades zijn een tweetal fonteinen met ieder 17 glanzende bollen van roestvrij staal, gedrapeerd op een achthoekige schaal. Vooral met veel zon en een stralend blauwe hemel is het een prachtig gezicht en kunnen de bollen haast fungeren als spiegels.

→ ....Steek de Rue Saint Honoré over

→ ....Schuin links het plein op

→ ....Aan de overkant van het plein de Rue de Rivoli oversteken

→ ....De poort van het Louvre inlopen

12
Louvre

De geschiedenis van het Louvre gaat terug naar het einde van de 12e eeuw, toen Philips-Augustus II, voordat hij op 3e kruistocht ging, een vesting aan de rivier liet bouwen om Parijs te verdedigen tegen de invallen van de Saksen. De naam Louvre moeten we zoeken uit de vertaling van het Saksische woord ‘Leovar’, wat ‘versterkte woning’ betekent. Het oorspronkelijke gebouw nam ongeveer eenvierde van het huidige Cour Carrée in. De koningen verkozen in de beginperiode van het Louvre nog een verblijf op Ile de la Cité. Toen, dankzij Filips IV de Schone, de Orde der Tempeliers verdween, werd het Louvre tevens de lokatie waar de koninklijke schatkist zijn onderkomen vond. De Tempeliers waren jarenlang de schatkistbewaarders geweest en gebruikten de Tempel, hun hoofdkwartier in Parijs, als kluis. In de 14e eeuw besloot Karel V, ook bekend als Karel de Wijze, om de vesting tot zijn verblijfplaats te maken en liet er de beroemde bibliotheek bouwen. Dit is het eerste begin van het grootste museum ter wereld, groots in de betekenis van kunstschatten. In 1546 liet Frans I de oude vesting afbreken en op de fundamenten een paleis bouwen, dat meer aan de smaak van de Renaissance beantwoorde. De werkzaamheden werden voortgezet door Hendrik II en Caterina de Medici, die opdracht gaf om het Tuileries paleis te bouwen op de plaats waar eens een dakpannenfabriek stond, vandaar de naam Tuileries. Dit alles werd verbonden met het Louvre door een vleugel, die zich tot aan de Seine moest uitstrekken. De herbouw en uitbreidingen werden vervolgens voortgezet door Hendrik IV. Hij liet het Pavillon de Flore bouwen. Lodewijk XIII en Lodewijk XIV lieten het Cour Carrée voltooien. Toen Lodewijk XIV in 1682 naar Versailles verhuisde, werden de werkzaamheden bijna helemaal stilgelegd. Het paleis verviel uiteindelijk zodanig, dat er in 1750 zelfs over werd gedacht om het maar af te breken. De werkzaamheden, onderbroken door de Revolutie, worden hervat door Napoleon. De noordelijke vleugel werd voltooid in 1852 onder Napoleon III. In 1872, tijdens de Commune, brandde het Tuileriespaleis af. Het Louvre kreeg toen de aanblik die het nu nog steeds heeft. Voor het publiek werd het pas opengesteld op 10 augustus 1793, tot 1855 alleen op zondag geopend, en sindsdien heeft het de functie van museum behouden. Louvre Parijs Het Louvre nu is een gebouw met een ongekende kunstwaarde en groots van afmetingen, alleen de voorgevel aan de Seine-oever is al 650 meter lang.

De binnenplaats wordt sinds 1989 ‘versierd’ door een 21 meter hoge en 34 meter brede glazen piramide. Deze werd door de Amerikaans-Chinese architect Ieoh Ming Pei ontworpen en heeft de nodige discussies opgeleverd. Het glas wat hiervoor gebruikt is, spiegelt niet en is kleurloos. Een eis van de opdrachtgevers was namelijk dat de ingang absoluut geen schaduw mocht werpen op géén van de schitterende gebouwen op de binnenplaats. De piramide heeft (had) een opmerkelijk record, het is de duurste museumingang ter wereld, 20.000.000 francs. Wellicht één van de meest bekende kunstwerken die binnen te zien is, is wel de Mona Lisa van Leonardo da Vinci. Andere bekende werken zijn o.a.: de Venus van Milo en de Nike. In het totaal zijn hier meer dan 400.000 kunstwerken, waarvan ca. 38.000 te bekijken zijn voor het publiek, en dat zijn er ca. 8.000.000 per jaar. Dit alles wordt in goede banen geleid door een team van zowat 2300 mensen, waarvan de helft bewaker zijn.

→ ....Loop met de rug naar de piramide naar de kleine Arc du Carrousel

extra INFO: Arc du Carrousel
Om van het Louvre naar deTuilerieën te gaan, kom je onder de Arc de Triomphe du Carrousel terecht. Deze triomfboog werd in 1805 gebouwd in opdracht van Napoleon Bonaparte. Dit allemaal ter ere van zijn glorieuze leger en het feit dat hij tot koning van Italië werd gekroond. De boog hoorde vroeger bij het boven beschreven Tuilerieënpaleis en is gebouwd naar een voorbeeld van de Boog van Septimius Severus in Rome. Er zit meer Italiaans verhaal aan de ‘Petit’ Arc de Triomphe. Napoleon eigende zich in 1797 de vier paarden van de San Marco basiliek uit Venetië toe, maar deze werden teruggegeven in 1815. De huidige kroon op het werk, de vierspan met de Godin van de Vrede, werd dus pas later in 1828 geplaatst. De reden waarom de Parijzenaren de Arc vaak ‘Petit Arc de Triomphe’ noemen is goed te begrijpen als men er onder gaat staan en westelijk richting La Defense kijkt, zijn grotere broer staat op 5 km en de nog grotere Grand Arche de la Defense op een goede 11 km.
Leuk om te weten dat je de hele tijd over een ondergronds winkelcentrum hebt gelopen. Het winkelcentrum, Carrousel du Louvre, is niet al te groot maar vooral bekend om zijn omgekeerde glazen pyramide.

→ ....Loop het langestrekte Parc des Tuileries in

13
Parc des Tuileries

De Tuilerieën zijn de tuinen van het voormalige koninklijk paleis Palais des Tuileries, ze lopen van het Louvre tot aan de Place de la Concorde. Na de dood van haar man, Hendrik II, liet Catharina de’ Medici de tuinen in 1559 in een Italiaanse stijl aanleggen met onder meer prachtige fonteinen. Het moest haar doen terugdenken aan haar geboortestreek Toscane. In 1664 werden de tuinen in opdracht van Colbert door de bekende tuinarchitect André le Nôtre verfraaid met onder meer een brede laan en geometrische bloemperken. In 1990 werd het park weer op de schop genomen, maar het ontwerp van André le Nôtre bleef bewaard. Net zoals Jardin Luxembourg is het Jardin des Tuileries één van de parken waar je gratis een stoel kan nemen en gaan zitten waar je wil. De tuin heeft ook enkele grote fonteinen, twee bassins, talloze standbeelden en twee musea, de Galerie Nationale du Jeu de Paume en het Musée de l’Orangerie, waar de Lelie schilderijen van Claude Monet tentoongesteld worden. Deze twee gebouwen zijn de enige restanten van het vroegere Tuileries Paleis. Hoe anders verliep de geschiedenis van het bijbehorende Tuileries Paleis. Dit paleis vormde een geheel met het Louvre en sloot de binnenplaats af op de plek waar nu de overgang naar de Tuilerieën is. Napoleon gebruikte het Tuileries Paleis alleen als zijn werkpaleis. Hij woonde samen met Joséphine de Beauharnais in het buitenverblijf Malmaison. Hij liet het paleis inrichten in de zogenaamde Empirestijl. In 1871 bij het neerslaan van de Commune van Parijs werd het paleis ernstig verwoest en in 1882 tenslotte helemaal afgebroken.

14
Place de la Concorde

Het 84.000 m2 grote plein huldigde oorspronkelijk de figuur van Lodewijk XV, wiens ruiterstandbeeld van Pigalle en Bouchardon in het midden van het plein stond. Deze Lodewijk XV, ook wel genoemd le Roi Bien-Aimé, was een redelijk geliefd vorst en die moest geëerd worden. De architect Gabriel kreeg de opdracht om van deze verlaten plek, aan het einde van Champs-Elysées en de Tuilerieën, op te knappen. Daar was wel wat van te maken, Lodewijk in het midden, rondom een gracht en aan de noordelijke kant een afsluiting door een paar grote Hôtels. Bedenk dat er in Parijs twee soorten hotels zijn, de hotels zoals wij die kennen en de Hôtels wat eigenlijk grote herenhuizen zijn. Welnu, deze Hôtels die hier gebouwd werden zijn met recht grote herenhuizen. Twee zeer in het oogvallende Hôtels zijn, Hôtel Crillon waar nu de hoofdzetel van de Automobile Club de France en een zéér chic hotel zijn gevestigd. In het andere Hôtel zit sinds 1792 het Ministerie van Marine. Eén keer raden wie er in de 2e wereldoorlog, in deze Hôtels zijn tenten had ausgesetzt. Goed zo! Een groot plein trekt veel mensen bij een feest, soms met nare gevolgen. Als er in 1770 vuurwerk wordt afgeschoten ter gelegenheid van het huwelijk van de kroonprins (de latere Louis XVI) met Marie-Antoinette, breekt er paniek uit en 133 personen worden onder de voet gelopen en overlijden ter plekke. Het beeld van Lodewijk XV werd, net als alle andere in Parijs, tijdens de Revolutie vernield. Herstel, niet alle beelden werden door de Parijzenaren vernield, het door gekte bevangen publiek liet er één heel, namelijk het beeld van koning Hendrik IV, of liever gezegd ‘le Vert Galant’. Deze is altijd al de lieveling geweest van het volk, vandaar dat niemand in die roerige dagen het lef had om deze te vernielen. Het ruiterstandbeeld staat vandaag de dag nog steeds op de Pont Neuf, de eerste stenen brug van Parijs. Maar goed, in de plaats van het ruiterstandbeeld van Lodewijk XV, kwam er in de tijden van de Revolutie een andere verhoging, namelijk het schavot, met daarop de guillotine. Ondanks dat Place de Bastille de naam heeft van de guillotine, verreweg de meesten zouden hier op dit plein onthoofd worden. De naam van het plein werd gedoopt in Place de Révolution. Meer dan 1300 mensen werden hier, onder toeziend oog van enorm veel publiek, terechtgesteld. Op 21 januari 1793 was het de beurt aan Lodewijk XVI, die afscheid nam met de woorden; “Mijn volk, ik sterf onschuldig”. Een paar maanden later was het de beurt zijn 38-jarige vrouw, Marie Antoinette. Maar ook de bedenkers van de Revolutie o.a. Danton, Desmoulins en Robespierre werden gevangen in hun eigen web om vervolgens op dit plein te worden onthoofd. In 1795 wist de Directoire niet beter te doen dan de met bloed besmeurde naam van het plein te veranderen in het Plein van de Eendracht, beter bekend als Place de la Concorde.

Een mooie politieke oplossing om de kale plek op te vullen kwam van ver, de Obelisk. Vanwege de goede betrekkingen met Egypte, schonk Mehemet Ali, de onderkoning van Egypte, hen de 3.000 jaar oude, uit Luxor afkomstige, Obelisk. Aan de vier zijden staan de daden van Ramses II, uit de 13e eeuw voor Christus vermeld. Koning Louis-Philippe schonk Mehemet Ali als dank je wel voor de obelisk een klok, deze staat opgesteld op de binnenplaats van de Mohamed Ali-moskee in Caïro. Het 23 meter hoge en 230 ton wegende gevaarte, is een klus geweest om naar Frankrijk te brengen. Vandaar dat dit trots vermeld staat in de sokkel van de Obelisk. Toen de 120 man sterke ploeg, onder leiding van ingenieur Le Bras, de obelisk na veel zweet, bloed en tranen overeind zette, juichten maar liefst 200.000 Parijse toeschouwers. En terecht, want we praten natuurlijk wel over 1836. En dit allemaal terwijl de klok van Louis-Philippe onderweg naar Egypte kapot ging en volgens de geruchten nooit meer heeft gelopen. Het is maar goed overigens, dat de Fransman toen nog geen hiëroglyfen kon lezen, want anders was hij er nooit komen te staan. De daden waar men het over heeft op de Obelisk, gaan in enkele gevallen over zijn seksuele daden en die waren volgens ‘de naald’ niet gering. De in 1836 nogal preutse Parijzenaar heeft hier absoluut geen weet van gehad, want in beelden omtrekken en vernielen waren ze beslist kampioen.

→ ....Ga rechtsaf de Rue de Rivoli in

→ ....3e straat links, Rue de Castiglione

→ ....Rechtdoor naar de naald van Place Vendôme

15
Place Vendôme

De werkelijke oprichters van het Place Vendôme waren vijf financiers die van dit kale stuk grond, in de 17e eeuw, een pronkstuk wilden maken (én er grof geld mee wilden verdienen). De minister van Lodewijk XIV, Jean-Baptiste Colbert stak er een stokje voor, maar direct na zijn overlijden wist Hardouin Mansart, zelf één van speculanten, de koning toch te overtuigen. En zo kocht de koning het Hôtel Vendôme, waarna Mansart het bouwplan uitvoerde voor een rechthoekig plein, dat op de Rue de St.-Honore zou uitkomen. Om de koning te plezieren werd er in het midden een ruiterstandbeeld geplaatst, waar Girardon de opdracht voor kreeg. Een ingang zou in de vorm van een triomfboog moeten worden gemaakt, maar de oorlog van 1688 verhinderde het plan en de koning schonk alles in 1689 aan de stad Parijs, met als verplichting dat aan de wensen van Mansart zou worden voldaan. Elk huis zou er aan de voorkant gelijk uitzien, wat in die tijd wel vaker gebeurde, en achter de gevel mocht een ieder zijn eigen ontwerp maken. De kopers waren allemaal financiers en speculanten. Mansart heeft hier zelf ook nog gewoond. Het ruiterstandbeeld werd in 1792 vernield en hiervoor in de plaats kwam, op bevel van Napoleon, in 1806, een 44 meter hoge zuil naar voorbeeld van de zuil van Trajanus in Rome. De zuil werd gemaakt van 1200 kanonnen die Napoleon buitmaakte bij de slag in Austerlitz. Bovenop de zuil stond Napoleon, uitgebeeld als Romeins krijgsheer. Napoleon was een groot bewonderaar van Caesar, wat zeker te zien is in allerlei monumenten in de stad. De opvolgers van Napoleon, de Restauratie, haalden hem er af en smolten hem om tot Hendrik IV, die elders in de stad geplaatst werd. Bovenop de zuil kwam toen een grote lelie. Louis-Philippe liet er in 1833 weer een Napoleon, iets minder dictatorachtig, opzetten. Napoleon III wilde de familie-eer weer herstellen en veranderde het weer in een Romeins veldheer, compleet met lauwerkrans. Tijdens de Commune werd het wéér omvergetrokken, waarvan de schilder Gustave Courbet de schuld kreeg. Tijdens de daaropvolgende Derde Republiek, besliste men dat het op zijn kosten moest worden gerestaureerd. Of hij ooit heeft betaald.....hij emigreerde naar Zwitserland. Alleen over de zuil zou je al een boek kunnen schrijven.

→ ....Steek het plein over

→ ....Neem de 1e straat links, de Rue des Capucines

→ ....Bij de grote kruising links af, Boulevard de la Madeleine

16
Madeleine

De Madeleine, ofwel Eglise St.-Marie-Madeleine, is op het eerste gezicht een merkwaardige kerk. Het meest opvallend is wel de architectuur die met zijn 52 Corintische zuilen van twintig meter lang meer doet denken aan een Griekse tempel dan aan een kerk. Naar een ontwerp van Pierre Contant d’Ivry werd de eerste steen gelegd in 1763 door Lodewijk XV. De plannen voor het bouwen van een kerk op deze plek lagen er al meer dan 20 jaar. Echter door geldgebrek werd de bouw stilgelegd en pas na de revolutie én in opdracht van Napoleon werd het gebouw volledig omgetoverd tot een tempel gewijd aan de roem van zijn grote Franse leger. Na de val van Napoleon gingen er stemmen op om er toch maar weer een kerk van te maken. De arichitect werd Pierre Alexander Vignon, d’Ivry was intussen overleden, alles iets aangepast maar een kerk, …….neen. De terreinen eromheen bleven maar braak liggen en een mooie boulevard was niet in de buurt. Bij de aanleg van de eerste spoorlijn naar St.-Germain werd er zelfs aan gedacht om er een treinstation van te maken. In 1842 is dan eindelijk de kerk na een bouw van 75 jaar klaar. Het front heeft een mooi en groot fries, in 1834 bewerkt door Lemaire, met beeldhouwwerk dat ‘het laatste oordeel’ voorstelt. En zie hoe veranderlijk de Parijzenaar toch is, het is nu één van deftigste kerken van Parijs. De welgestelden uit Parijs betalen grote sommen geld om hiervandaan in het huwelijksbootje te stappen.

Rondom de kerk staan regelmatig dikke auto’s met particuliere chauffeurs te wachten op hun bazin, die in de peperdure winkels hier hun delicatessen kopen. Een begrip is het filiaal van Fauchon, met zijn Foies Gras, truffels, chocolade en kwaliteitswijnen. Samen een happie doen? Kijk eens bij Kaspia, menu déjeuner (lunch) € 399,00 met ‘gewone’ kaviaar. Liever Béluga kaviaar? geen probleem € 599,00…… Euhh, per persoon!

Hier eindigt onze wandeling, hier is ook een metrostation Madeleine-Tronchet (lijn 8, 12 en 14)

icon-tip

 

  • De toegang Notre Dame is gratis, een lange rij staat vaak voor de entree van de toren (402 treden).
  • Je kunt de St.-Chapelle, Palais Justice en de Conciergerie afzonderlijk bezoeken, maar ook een kaartje kopen voor alle drie (is goedkoper). Vooral de St.-Chapelle is adembenemend mooi!
  • Wil je graag het Louvre in, houd er rekening mee dat je het museum niet kunt bekijken in een uurtje. De collectie is groot, zeer groot. De wachtrijen voor de tickets zijn heel vaak heel lang. Bestel vooraf een kaartje en ontloop hiermee de wachtrij.
    Zie: http://www.parijsmijnstad.nl/arrondissementen1e/#louvre
  • In de buurt van het Louvre zijn veel broodjeszaken. Lekker broodje, flesje drinken en zoek in het Parc des Tuileries (13) een stoeltje. Leuk, gezellig en beter betaalbaar dan de (dure) restaurantjes in deze buurt.
  • In de buurt van het Louvre lopen veel jongens met flesjes water (vaak voor een euro), mijn ervaring is dat je dit met een gerust hart kunt doen. Let wel op of het flesje nog een gesloten dop heeft.

Veel plezier!

De weersverwachting in Parijs

Altijd handig om te weten wat het weer gaat brengen

Parijs

Een klikje wordt gewaardeerd!


Naar boven

Naar HOME

→ Sitemap