De grondleggers van Parijs en meer.....


Een (veel te) korte opsomming

Omstreeks het jaar 300 voor Christus vestigt zich een Gallisch-Keltische stam, onder de naam “Parisii”, op de eilanden van de Seine. In 52 voor Christus komen de Romeinen die het de naam “Lutetia” geven. In 451 bedreigen de Hunnen de stad Parijs, maar dankzij Geneviève wordt de stad gered. De Vikingen komen in 885 met 30.000 manschappen en 700 schepen naar Parijs. Ze plunderen met regelmaat de omgeving van de stad. In 987, wanneer Hugo Capet tot koning gekroond wordt, begint eigenlijk pas de werkelijke geschiedenis van het huidige Frankrijk. In 1180 wordt begonnen aan de stadsmuur door Filips II August, het inwonerstal lag rond 1200 op ca. 50.000 inwoners. Parijs kende een waar hoogtepunt van voorspoed in de 12e en 13e eeuw. Toen begon o.a. de Sorbonne Universiteit en de bouw van de Sainte-Chapelle, het Louvre en de Notre-Dame.
Tijdens het koningschap van Philippe VI breekt in 1339 de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland uit. De daaropvolgende vorsten, van het geslacht Valois, brachten niet veel anders dan onrust, oorlogen en verdeeldheid onder de Fransen. In 1572, tijdens de Bartholomeüsnacht, worden ca. 3000 Hugenoten afgeslacht. Een “zwarte” bladzijde uit de geschiedenis van Parijs.

Hendrik IV, een Hugenoot uit het huis van Bourbon, bekeert zich tot het katholieke geloof en wordt zo, als voormalig Calvenistenleider, in 1589 koning van Frankrijk. Onder de zeer krachtige leiding van o.a. kardinaal Richelieu en de Bourbons blijft Parijs groeien.
De meest markante figuur van de Bourbons die daar op volgde was Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Het hof verhuist in 1682 naar Versailles. Uiteindelijk zal in 1789 de Revolutie uitbreken en de ommekeer zijn voor Parijs én Frankrijk. Lodewijk XVI en zo'n 16.000 anderen sterven onder de guillotine.

In 1804 kroonde Napoleon Bonaparte zichzelf tot keizer in de Notre-Dame. Na een korte terugkeer van de Bourbons neemt Napoleon III de macht in 1851 weer over. Tijdens De Commune worden er naast de mensenlevens (20.000) vele monumentale gebouwen verwoest. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bracht een grote ontgoocheling teweeg. In 1940 wordt Parijs door de Duitsers bezet en we mogen de Duitse generaal Von Choltitz nog steeds dankbaar zijn dat hij tot tweemaal toe het bevel van Hitler, om de stad in de lucht te laten vliegen, heeft genegeerd. Charles de Gaulle wordt in 1958 de 1e president van de nu nog huidige 5e Republiek Frankrijk. In 1977 krijgt Parijs sinds eeuwen weer een burgemeester, Jacques Chirac.

Een stad met een roerige geschiedenis, een stad waarvan men zegt dat er de revolutie is uitgevonden, het verschil tussen rijk en arm duidelijk aanwezig is, een stad waar elke dag wel ergens wordt gedemonstreerd, een stad die altijd rumoerig zal zijn ………………. Parijs.

Karolingen

751 - 987


Pepijn III de Korte, 751 – 768
eerste koning der Karolingen, een dynastie die tot 987 aan de macht zal blijven. Met goedkeuring van paus Zacharias laat hij de laatste Merovingische koning, Childeric lll, opsluiten in het klooster van Saint-Bertin. Pepijn laat zichzelf tot koning van de Franken uitroepen. Daar zijn koningschap wordt erkend door de paus laat hij zich in 752 door de bisschop Bonifatius tot koning zalven. Deze Bonifatius wordt in 754 bij Dokkum vermoord. In ditzelfde jaar wordt Pepijn nogmaals, maar nu officieel door Paus Stefanus II tot koning gezalfd. Pepijn werd trouwens in Utrecht gedoopt. Later ligt de koning behoorlijk overhoop met de kerk. Hij gaat scheiden en trouwt met Bertrada van Laon, iets waar de kerk niet achter stond i.v.m. een te nauwe verwantschap. Maar ook Bertrada bleek niet voldoende en Pepijn hield er meerdere vrouwen op na. De kerk vond hem dan ook geen goed voorbeeld van een christelijke koning. Als boetedoening is Pepijn, op eigen verzoek, met het gezicht naar beneden begraven in de toen nog abdijkerk van het klooster Saint-Denis.


Karel de Grote, 768 - 814
wijdt een nieuwe kerk in, waarschijnlijk de voorloper van de huidige Saint-Denis. In deze Saint-Denis zijn op drie na alle Franse koningen (her)begraven. Deze drie zijn Filips I, Lodewijk VII en Lodewijk XI.
In eerste instantie volgde hij samen met zijn broer Carloman I zijn vader op, maar deze overleed in 771, waardoor Karel de alleenheerschappij kreeg. Uit angst voor de zonen van Carloman vlucht zijn vrouw naar Didier, de koning van Lombardije. Karel lost dit op om de twee zonen op te sluiten in een klooster. Karel was weinig in Parijs en verkoos Aken als hoofdstad van zijn rijk. Het paleis op het Ile Cité staat er verlaten bij. Karel overleed dan ook in Aken op 28 januari 814 en zijn opvolgers worden de Karolingen genoemd.


Lodewijk I de Vrome, 814 - 840
na de dood van zijn eerste echtgenote Ermengarde huwde Lodewijk de Vrome in 818 een tweede maal, met de Beierse Judith, die hem in 823 een zoon Karel schonk. Hij stuurde al zijn ongetrouwde (half)zusters naar het klooster om zo machtsvorming rondom toekomstige zwagers bij voorbaat te voorkomen. De laatste jaren van het bewind van Lodewijk werden gekenmerkt door steeds wisselende allianties met zijn zonen, waarbij die geregeld titels en gebieden kregen en weer kwijtraakten. Ook in deze jaren vonden gewapende confrontaties met zijn zoons plaats. De aanvallen van de Vikingen werden heftiger. Tijdens een kerkelijke feestdag in 817 in Aken, stortte een houten loopbrug tussen het paleis en de kerk in. Ook Lodewijk was op die loopbrug aanwezig maar bleef ongedeerd, hoewel er veel slachtoffers vielen. Deze gebeurtenis was voor Lodewijk een van de redenen om zijn opvolging te regelen. In het document Ordinatio Imperii benoemde hij zijn oudste zoon Lotharius tot eerste erfgenaam. Hij probeerde hiermee te bereiken dat de eenheid van zijn rijk na zijn eventueel overlijden zou worden bewaard en dat zo een burgeroorlog zou kunnen worden voorkomen. Uiteindelijk zijn het juist zijn drie zonen die hem in 833 van de troon stoten en jarenlang ruzieën over de verdeling van het rijk. Eigenlijk komen hieruit de huidige landen Duitsland en Frankrijk uit voort.


Karel II de Kale, 840 - 877
de Kale was van origine niet kaal, maar scheerde een kale cirkel (een tonsuur) op zijn hoofd om te laten zien hoe vroom en goed katholiek hij was. De regering van Karel werd vooral geplaagd door plundertochten van Vikingen. Karel was meerdere malen gedwongen om een dreigende inval met grote geldbedragen af te kopen. In de ogen van veel leidende edelen was dit een gebrek aan daadkracht.
Karel overlijdt in een alpenhut te Avrieux (bij de Col du Mont Cenis) op 6 oktober 877 aan een twijfelachtige ziekte. Het lukte niet zijn lichaam terug naar Parijs te brengen omdat de dragers de stank van zijn rottende lichaam niet konden verdragen, ook niet toen het in een met leer gevoerd vat werd gestopt. Karel werd met vat en al begraven in Nantua. Later werd hij herbegraven in Saint-Denis.


Lodewijk II de Stamelaar, 877 - 879
Lodewijk was een zoon van Karel de Kale en Ermentrudis van Orléans. Hij was zwak, stotterde en ziekelijk, en hield van vrede en rechtvaardigheid. Een beetje bangerig type, gaf na het overlijden van zijn vader in 877 grote bezittingen weg aan de adel om zijn positie te verzekeren. Stierf in Compiègne op Goede Vrijdag 10 april 879 bij een groot offensief tegen de Vikingen. Zijn beide zonen, Lodewijk en Carloman zouden samen koning van Frankrijk worden.


Lodewijk III, 879 - 882
was een zoon van koning Lodewijk de Stamelaar van Frankrijk en Ansgardis van Hiémois. Hij was met zijn broer Carloman koning van West-Francië. Na zijn dood regeerde Carloman nog enkele jaren alleen.


Carloman, 879 - 884
was met zijn broer Lodewijk III koning van West-Francië. Toen zijn broer Lodewijk in 882 stierf regeerde hij nog een aantal jaren alleen. Carloman stierf, kinderloos, tengevolge van een val van zijn paard. Carloman werd begraven in de kerk van koninklijke abdij Saint-Denis.


Karel III de Dikke, 884 - 888
ziekte, gebrek aan leiderschap en politiek inzicht brachten Karel III al snel in diskrediet. De Noormannen dreigen Parijs binnen te vallen, iets wat wel vaker gebeurde, en Karel komt in 886 met een leger en bivakeert op de heuvel van Montmartre, net buiten de stad. Hij weet echter niet beter dan de Noormannen af te kopen en ze toe te staan in Bourgondië te 'overwinteren' (lees: plunderen). De doodzieke keizer trekt zich terug op zijn landgoed. Dit is echter een grote klap voor de geloofwaardigheid van de Karolingische koningen, zo groot dat hij wordt afgezet. Op 13 januari 888, kort na zijn afzetting, overleed Karel III te Neudingen aan de Donau. Hij werd begraven in de abdij van Reichenau.


Odo, Graaf van Parijs, 888 - 898
Odo was de zoon van de graaf van Tours Robrecht de Dappere (de Sterke), een machtig man in die tijd. Sinds 883 was Odo graaf van Parijs. Hij is vooral bekend om zijn verdediging van de stad Parijs tegen de Vikingen. Acht maanden lang hield hij stand tegen hun beleg (885-886). Na de zwakke beslissingen van Karel III, werd Odo door de adel verkozen in als koning van Frankrijk. Odo (Eudes) was de eerste niet-Korolinger-koning van het Frankische rijk. Na zijn dood wisselde de Franse troon gedurende een eeuw onder de Karolingen en de Robertingen.


Karel III de Eenvoudige, 898 - 922
in de strijd tegen de Noormannen wist Karel in 911 het akkoord van Saint-Clair-sur-Epte met de Deense leider Rollo te sluiten. De leiders tekenden het vredesverdrag daar, in Saint-Clair-sur-Epte, omdat het halverwege Parijs en de kust lag. Als onderdeel van het verdrag werd aan Rollo het gebied dat later het hertogdom Normandië zou vormen, in leen gegeven. Het verdrag veroorzaakte echter ongenoegen bij de rijksgroten, die tegen hem in opstand kwamen. Zij kozen in 922–923 een tegenkoning, de niet-Karolinger Robert I en vervolgens in 923 diens schoonzoon Rudolf van Bourgondië. Karel de Eenvoudige werd eind 923 verraden door Rudolfs zwager, graaf Herbert II van Vermandois, die hem liet opsluiten in een burcht te Péronne. Daar sterft hij in gevangenschap.


Robert I, 922 - 923
was een broer van Odo I van Frankrijk.
Hij werd door Odo benoemd als hoofd van verschillende graafschappen, waaronder Parijs en Neustrië. Robert eiste de Franse kroon niet op bij het overlijden van zijn broer in 898, maar erkende integendeel de aanspraken van de Karolingische vorst Karel III en bleef Noord-Frankrijk tegen de Noormannen verdedigen. De vrede tussen Karel de Eenvoudige en Robert bleef duren tot in 921. De geestelijkheid en de adel werden boos op Karel, die graaf Hagano bevoordeelde en met de hulp van de belangrijkste edelen voerde Robert een aanval uit op koning Karel III, die naar Lotharingen vluchtte. Robert werd op 30 juni 922 in Reims tot koning gekroond. Karel verzamelde nu een leger en trok tegen Robert op en op 15 juni 923 overwon hij hem en doodde hem in Soissons tijdens een duel.


Rudolf van Bourgondië, 923 - 936
als schoonzoon van koning Robert van Frankrijk volgde hij Robert in 923 op als koning en werd hetzelfde jaar gekroond in Soissons. Rudolf moest optornen tegen de Noormannen, die Karel de Eenvoudige steunden en moest Nantes aan hen afstaan. De Noormannenvorst Willem Langzwaard onderwierp zich nadat Rudolf Avranches en Coutances had afgestaan. Pas na de dood van Karel de Eenvoudige in 928, werd Rudolf ook in het zuiden van Frankrijk erkend als koning.
Rudolf was gehuwd met Emma van Neustrië, de dochter van koning Robert van Frankrijk, maar had geen erfgenamen.


Lodewijk IV van Overzee, 936 - 953
Hij was pas twee jaar, toen zijn vader als koning werd afgezet en vervangen door Robert I van Frankrijk. Het jaar nadien al stierf Robert I, die werd opgevolgd door Rudolf, hertog van Bourgondië. Een medestander van Robert I, graaf Herbert II van Vermandois, nam Lodewijks vader gevangen. Lodewijks moeder bracht hem in veiligheid "over zee" ("outre-mer"), naar haar familie in Engeland. Hier hield hij zijn bijnaam aan over. Lodewijk IV viel op 10 september 954 (notabene z’n verjaardag) in Reims van zijn paard en stierf aan de gevolgen. Hij ligt in Reims begraven in de kathedraal van Sint-Remigius en dus niet zoals de meeste koningen in de St.-Denis.


Lotharius I, 954 - 986
was een zoon van koning Lodewijk IV van Frankrijk en Gerberga van Saksen. Hij was koning van Frankrijk van 954 tot 986, in opvolging van zijn vader. Pogingen van Lotharius om het koninklijk domein met Lotharingen uit te breiden mislukten. Lotharius was gehuwd met Emma, dochter van Lotharius van Italië.


Lodewijk V de Luie, 986 - 987
of de leegloper, nietsdoener, van het Franse Louis le Fainéant, zoon van Lotharius van Frankrijk was de laatste Karolingische koning van Frankrijk. Hij was een zwakke koning, geconfronteerd met de anti-karolingische beweging onder leiding van Hugo Capet. Was gehuwd met Arsindis van Anjou, maar de twee scheiden. Lodewijk sterft kinderloos na een jachtongeval en was daardoor de laatste koning van het geslacht Karolingen.

Capetingen


987 - 1328


Hugo Capet, 987 - 996
de eerste koning der Capetingen. Hugo Capet was de zoon van Hugo de Grote. Deze was in zijn tijd de machtigste man van Frankrijk, zelfs machtiger dan de koning. Bij de dood van zijn vader erfde Hugo Capet de meeste van zijn bezittingen. In 985 was Capet effectief de koning, maar officieel werd hij pas gekroond op 3 juli 987, na de dood van de vorige koning. Toen in 993 een aanslag op zijn leven nipt verijdeld werd kon de dader zelfs vrijuit gaan. Dit bewijst hoe zwak zijn macht was. Het ‘land’ Frankrijk had dan ook minstens honderdvijftig verschillende munteenheden en minstens een tiental talen. Hugo Capet overleed aan de pokken en werd in Saint-Denis begraven.


Robert II de Vrome, 996 - 1031
sticht het kasteel St. Germain-en-Laye, 8 km ten westen van Parijs, opzet was een versterking aan de zwakke westkant van de stad. Grondlegger van de bouw van het paleis op Il de la Cite, waar gedurende de daaropvolgende periode de koningen zullen wonen. Door problemen met zijn huwelijken werd Robert II tijdelijk geëxcommuniceerd door paus Gregorius V. Ondanks dat was Robert II een zeer toegewijd katholiek, vandaar de bijnaam Robert de Vrome. Hij laat de door de Vikingen verwoestte St.-Germain-des-Prés en St.-Germain-l‘Auxerrois herbouwen. Bij het paleis op Ile-Cité wordt een klein kapelletje gebouwd ter ere van St-Nicolas, de voorloper van de St.-Chapelle. Hij was ook zeer muzikaal: hij was componist, zong in een koor en dichtte. Robert II stond bekend als een streng vervolger van ketterij. Twee van zijn grootste vijanden waren zijn eigen zonen Hendrik en Robert. Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun.


Hendrik I, 1031 - 1060
sticht de abdij St.-Martin-des-Champs, op het platteland ten noorden van Parijs. Zoals in die tijd gebruikelijk, kenmerkte de regeringsperiode van Hendrik I zich door conflicten om macht en territoria. Zo verenigde hij zich met zijn broer Robert in een revolutie tegen zijn eigen vader. Hendrik I was betrokken bij het bevrijden van een jonge neef van hem, Willem de Veroveraar, die te maken had met opstandige leenmannen. Maar toen Willem de Veroveraar enkele jaren later in het huwelijk trad met Mathilde de dochter van graaf Boudewijn V van Vlaanderen, zag Hendrik I Willem de Veroveraar als een potentieel gevaar. In 1054 en in 1058 trok Hendrik I ten strijde tegen Normandië, maar beide keren werd hij verslagen.


Filips I, 1060 - 1108
Filips was nog maar 8 jaar oud toen hij tot koning van Frankrijk werd gekroond en was de eerste koning die permanent in het paleis, op het ‘Ile de la Cite’, verbleef. Zijn moeder Anna van Kiev was de eerste zes jaar regentes. Onder het bewind van Filips werd de Eerste Kruistocht in 1096 ondernomen, waaraan hij aanvankelijk niet wenste deel te nemen vanwege zijn conflict met de paus. Het conflict ontstond nadat hij met Bertrada trouwde terwijl deze nog gehuwd was met Fulco de IV van Anjou. Dit werd niet door de kerk geaccepteerd en in 1094 excommuniceerde de aartsbisschop van Lyon het paar. Ze gingen uit elkaar en de excommunicatie werd opgeheven. Maar na een tijdje gingen ze weer samen en herhaalde de kerk zijn excommunicatie. Dit herhaalde zich enige malen. De koning wenste niet in de Saint-Denis te worden begraven, hij vond zichzelf niet waardig genoeg om bij zijn voorvaderen te liggen. Hierdoor is Lodewijk VII één van de drie Franse koningen die niet in de Saint-Denis kerk ligt begraven.


Lodewijk VI de Dikke, 1108 - 1137
sticht in 1134 de abdij St.-Victor en de St.-Pierre de Montmartre. Bijna de volledige 29 jaar van zijn regering besteedde hij aan de strijd tegen de hem ontrouwe vazallen die Parijs onveilig maakten én de Engelsen die hen steunden. Lodewijk wist uiteindelijk met hulp van de steden wier ontwikkeling hij steunde, de vazallen te verslaan. Zijn zoon Philips de eigenlijke opvolger, is betrokken bij het eerst beschreven verkeersongeval in Parijs. Op 12 oktober 1131 reed hij met een paar vrienden op zijn paard langs de Seine toen er plotseling een varken overstak. Hij viel van zijn paard en werd bewusteloos naar het Hôtel Dieu gebracht waar hij de volgende dag op 15-jarige leeftijd zal sterven en de weg vrijmaakt voor Lodewijk VII.


Lodewijk VII de Jongere, 1137 - 1180
verleent de inwoners van de stad, een vergunning tot het laden en lossen van goederen ter hoogte van Place de Grève, de eerste haven van Parijs. Geeft Maurice de Sully toestemming tot het bouwen van de Notre Dame. Verbood al het wisselen van geld in de stad, behalve op de brug die daar zijn naam aan heeft te danken, Pont au Change. Lodewijk werd pas troonopvolger na de onfortuinlijke dood van zijn broer Filips, in 1131. Lodewijk was echter beter geschikt om monnik dan koning te worden. Was samen met Bernardus van Clairvaux een groot voorvechter van de tweede kruistocht (van 1147-1151), iets wat achteraf een grote mislukking was. Zijn regeerperiode werd gekenmerkt door moeilijkheden en ongeluk en Lodewijk had eigenlijk maar weinig macht. Lodewijk VII is één van de drie Franse koningen die niet in de Saint-Denis kerk ligt begraven.


Filips II Augustus, 1180 - 1223
verplaats de markt St.-Lazare, naar Place Grève, vanwege de steeds toenemende marktpositie van Parijs. Liet een muur, van 5300 meter, om het noorden heen waarvan de bouw 20 jaar duurde. Eén van de grondleggers van de beroemde universiteit van Sorbonne. Begon als eerste met de bouw van het Louvre. Filips II is er in geslaagd het oorspronkelijke kroondomein zo uit te breiden en het koninklijke gezag zodanig te verstevigen, dat het voortaan niet meer nodig was de troonopvolger nog vóór de dood van de regerende vorst te laten kronen. De steden kreeg hij aan zijn zijde, door het verlenen van gunstige handelsprivileges, bijv. stapelrecht te Parijs en Rouen. Hij maakte van Parijs de hoofdstad van Frankrijk, en een waar bestuurscentrum, door de aanleg van geplaveide straten, nieuwe wijken aan de linkeroever van de Seine, openbare markthallen en zoals gezegd de bouw van het Louvre. Wegens geldnood heeft vooral de Joodse bevolking van Parijs het slecht. Ze worden gevangen gezet en kunnen tegen grote sommen geld zichzelf weer vrijkopen. Het gaat zelfs zover dat in 1182 de joodse bevolking de stad uit gezet. De synagogen worden kerken en hun huizen worden verkocht. Het is de eerste keer dat een christelijk koninkrijk een joodse gemeenschap verjaagt.
Waarschijnlijk had Filips iets tegen anders denkenden, zo had hij ook een behoorlijk aandeel in de vernietiging van de Katharen in Zuid-Frankrijk. Hij nam zelf niet deel aan deze z.g. Albigenzische Kruistochten, maar gaf wel zijn baronnen de toestemming om deel te nemen. In juli 1209 wordt de volledige bevolking (20.000) van Béziers uitgemoord en in 1210 zullen in Minerve de eerste 140 Katharen levend worden verbrand.


Lodewijk VIII de Leeuw, 1223 - 1226
als prins won Lodewijk verschillende gevechten tegen koning Jan zonder Land van Engeland. In 1216 kwam de Engelse adel in opstand tegen de onpopulaire koning Jan en bood de troon aan aan Lodewijk. In mei 1216 vielen Prins Lodewijk en zijn leger Engeland binnen. Na anderhalf jaar burgeroorlog, de zogenaamde Eerste Baronnenoorlog, gaf Lodewijk echter zijn aanspraak op de troon op en tekende het Verdrag van Lambeth. Lodewijk volgde zijn vader op op 14 juli 1223. Toen hij terugkeerde naar Parijs werd Lodewijk getroffen dysenterie en stierf op 8 november 1226.


Lodewijk IX de Heilige, 1226 - 1270
opdrachtgever tot het bouwen van de St.-Chapelle, om de doornenkroon van Christus en andere heiligdommen in te bewaren. Maakte in 1248 een eind aan de oorlog met de Albigenzen. De uitzonderlijke vroomheid van Lodewijk IX, die zijn politiek realisme soms in de weg stond, uitte zich onder meer in zijn deelname aan de rampzalige zevende kruistocht (1248–1250), waarin hij bij Damiate gevangen werd genomen. Wat er in de Franse schatkist nog overbleef, werd toen besteed aan de betaling van zijn losgeld. In de overtuiging dat de Islamitische heerser van Tunis zich tot het christendom zou bekeren bij de aanblik van een leger kruisvaarders dat aan land ging, lanceerde Lodewijk IX de Achtste Kruistocht, die hem echter fataal zou worden. Eén maand na zijn landing, op 25 augustus 1270, overleed hij vóór de wallen van Tunis aan de pest. Aan Lodewijk IX heeft Parijs de eerste provoost (hoofd van de politie) en de eerste deken van het koopmansgilde (burgemeester) te danken.


Filips III de Stoute, 1270 - 1285
op 25-jarige leeftijd besteeg Filips de troon. Hij was echter besluiteloos en volgde de beslissingen van anderen. In 1285, het laatste jaar van zijn koningschap, trachtte Filips zonder succes het koninkrijk Aragón te annexeren. Tijdens dit beleg werd het Franse kamp overvallen door een epidimie van dysenterie. De Fransen trekken zich terug en worden verslagen. De koning stierf te Perpignan in 1285 en wordt begraven in Narbonne. Hij is samen met zijn vrouw, Isabella van Aragón (1247 - 1271) bijgezet in de Saint-Denis. Filips IV van Frankrijk, de zoon van Filips III, volgde hem op als koning van Frankrijk.


Filips IV de Schone, 1285 - 1314
stelt een Stadsraad in, bestaande uit 24 raadsheren, voor het onderhoud van de straten, kades, stadsmuren, havens, etc., en geeft opdracht tot het bouwen van de conciergerie. Parijs is dan al de grootste stad van de westerse wereld met ca. 80.000 inwoners (Gent 56.000, Londen 40.000 en Keulen 30.000). Word in 1303 geëxcommuniceerd en liet de toen huidige paus Bonifatius ontvoeren en naar Avingnon ‘verplaatsen’. Deze stierf kort na aankomst in Avignon en werd opgevolgd door, een stroman van Filips, Clemens V. Filips gaf op vrijdag 13 oktober 1307 opdracht tot de vervolging en uitroeiing van de Tempeliers. De vloek die Grootmeester Jacques de Molay van de Tempeliers over hem uitsprak, toen hij op de brandstapel terecht werd gesteld, kwam uit. Filips stierf binnen een jaar alsook zijn stroman paus Clemens V.


Lodewijk X de Woelzieke, 1314 - 1316
Lodewijk probeerde de centralisatiepolitiek van zijn vader voort te zetten, maar botste daarbij op felle reactie bij de adel, die onder zijn bewind veel van zijn privileges was verloren. Zijn vroege plotselinge dood was de aanleiding voor speculaties dat er vergif in het spel zou zijn. Zeker nadat zijn postuum geboren zoon Jan na enkele dagen overleed. Omdat Lodewijk X enkel een dochter over had (Johanna II van Navarra), nam zijn broer Filips het regentschap waar, in afwachting dat de koningin zou bevallen van een zoon, wat inderdaad gebeurde.


Filips V de Lange, 1316 - 1322
hij stootte op herhaald verzet van de adel, tegen wie hij het idee van uitsluiting van de opvolging door vrouwen (salische wet) moest verdedigen. Zijn koppige verdediging van deze salische wet, waardoor ook hij aan de macht was gekomen, keerde zich uiteindelijk tegen hem, want zijn echtgenote Johanna van Bourgondië schonk hem slechts dochters. Zo had hij geen mannelijke erfgenamen toen hij in 1322 overleed. Hij werd dan ook opgevolgd door zijn jongere broer Karel. Zijn regeerperiode verliep grotendeels in vrede, ondanks voortdurende twisten met het graafschap Vlaanderen.


Karel IV de Schone, 1322 - 1328
tijdens zijn weinig belangrijk bewind had hij vooral af te rekenen met de oppositie van de Franse adel. Karel was weliswaar driemaal getrouwd, maar liet geen mannelijke erfgenamen na. Er was nog hoop want in 1327 was zijn derde vrouw Johanna in verwachting. In afwachting van de geboorte eiste de Engelse koning Eduard III, de zoon van Karels zuster Isabella, de troon op. Toen bleek dat de nakomeling een dochter was steunden de vazallen de kandidatuur van een andere neef Filips, de zoon van zijn oom Karel van Valois, die dan ook koning werd.

Zijtak Valois


1328 - 1498


Filips VI van Valois, 1328 - 1350
Hôtel de Cluny wordt gebouwd op de funderingen van het Romeinse badhuis en hij begon met de bouw van kasteel Vincennes, uit angst voor de opstanden in Parijs.
De regeerperiode van Filips VI was doordrongen van crisissen, waarvan vele veroorzaakt waren door militaire verliezen. In 1348 doodde een pestepidemie eenderde van de Parijse bevolking. Het gebrek aan werkkrachten veroorzaakte een gigantische inflatie, waardoor het land alsmaar meer destabiliseerde. Bij zijn dood was Frankrijk een verdeeld land, verteerd door sociale onrusten.


Jan II de Goede, 1350 - 1364
liet de immens grote keuken onder de Conciergerie bouwen en Tour d’Horloge met het eerste openbare uurwerk in Parijs. Was een volkomen onbekwaam legeraanvoerder, bestuurder en politicus. Zijn regering is dan ook rampzalig verlopen, zelfs een kruistocht die hij wilde beginnen ging niet door.
In 1356 leed Jan een zware nederlaag tegen de Engelsen bij de Slag van Poitiers en werd krijgsgevangen gemaakt. De Engelsen waren bereid hem in vrijheid te stellen tegen een gigantische losprijs van drie miljoen franken. Bij de Vrede van Brétigny werd koning Jan vrijgelaten. Hij keerde naar Frankrijk terug om het geld te verzamelen, waarbij hij zijn zoon Karel, de latere Karel V van Frankrijk, samen met 40 andere edelen in zijn plaats als gijzelaar achterliet. Enige tijd later zou Karel echter uit de Engelse gevangenschap zijn ontsnapt. Zijn vader zou dit eerloos gedrag hebben gevonden en begaf zich in januari 1364 zelf weer als gijzelaar naar Engeland. Enkele maanden daarop overleed hij in Londen.


Karel V de Wijze, 1364 - 1380
liet een nieuwe muur bouwen met daarbij de Bastille en verliet als eerste vorst het paleis op ‘Il de la Cite’, om intrek te nemen in het Louvre. Karel V was een wijze en geletterde vorst. Hij hield van pracht en praal, en besteedde daaraan meer geld dan de schatkist eigenlijk toeliet. Hij vereeuwigde zijn naam door de bouw van paleizen en forten (o.a. Vincennes en de Bastille), vergrootte het Louvre, dat onder Filips Augustus was begonnen. Hij stichtte de grote Bibliothèque Royale die hij met zeldzame boekwerken verrijkte. Hij bracht de meerderjarigheid voor Franse koningen op 14 jaar en verleende aan koningszonen een toelage in plaats van de traditionele apanage (jaarwedde).


Karel VI de Dwaze, 1380 - 1422
moest de stad verlaten, na het bloedbad van ‘Armagnacs’ in 1418, omdat de stad koos voor de Bourgondiërs. Karel was slechts 12 jaar oud bij de dood van zijn vader en werd van 1380 tot 1388 bijgestaan door een Regentschapsraad van zijn ooms (de hertogen Lodewijk I van Anjou, Jan van Berry en Filips de Stoute, hertog van Bourgondië), die het feitelijke gezag in Frankrijk uitoefenden, veelal in hun eigen voordeel.


Karel VII de Overwinnaar, 1422 - 1461
vocht op 16-jarige leeftijd, als hoofd van de Armagnacs, tegen de Engelsen en de Bourgondiërs. Maakt van de Conciergerie het Parlement. Een grote rol in zijn morele rehabilitatie als koning speelde het mysterieuze optreden van Jeanne d'Arc. Veel mensen hebben dan ook nooit kunnen begrijpen dat hij geen enkele poging heeft ondernomen om Jeanne d'Arc uit de klauwen van de Engelsen te redden.


Lodewijk XI, 1461 - 1483
liet een getraliede nis bouwen in de kapel van de St.-Chapelle, om van hieruit de kerkgangers te bespieden. Hij liet zich omringen, niet door zijn vazallen, maar door allerlei spionnen, politiebeambten, en andere lieden van duister allooi. Door zijn intriges, meer dan door zijn oorlogen, wist hij het Franse territorium aanzienlijk uit te breiden. Tenger en ziekelijk van uiterlijk, leefde hij gierig waar het zijn persoon betrof, maar om een tegenstander om te kopen was geen prijs hem te hoog. Lodewijk XI werd getypeerd als ‘le plus terrible roi qui fut jamais en France’ de ergste koning die Frankrijk ooit gekend heeft. Lodewijk XI is één van de drie koningen die niet in de Saint-Denis kerk ligt begraven.


Karel VIII, 1483 - 1498
St.-Eutienne du Mont, St.-Gervais en hij liet het beroemde roosvenster vernieuwen in de St.-Chapelle. Karel VIII was een zwakke en dromerige persoonlijkheid, wiens geest beïnvloed werd door de lectuur van vele ridderverhalen. Door zijn incompetentie gingen Artesië (Artois), de Franche-Comté en de Roussillon voor Frankrijk verloren. Karel VIII overleed te Amboise, toen hij de avond voor Palmzondag met zijn vrouw naar de kaatsbaan buiten het kasteel ging. Hij stootte zijn hoofd tegen een steen, voelt zich misselijk, en sterft een paar uur later op dezelfde plaats. Omdat hij kinderloos was, ging de Franse kroon van rechtswege over naar de afstammelingen van Lodewijk I van Orléans, broer van Karels overgrootvader Karel VI. Zijn zwager (en verre neef) volgde hem op als Lodewijk XII, en trouwde ook met zijn weduwe Anna van Bretagne.

Zijtak Valois-Orleans


1498 - 1515


Lodewijk XII, 1498 - 1515
waarschijnlijk de opdrachtgever van de St.-Merri, in 1515.
Als achterkleinzoon van koning Karel V was hij de meest naaste mannelijke bloedverwant van zijn kinderloze voorganger (en zwager) Karel VIII toen deze in 1498 overleed.
Na 22 jaar huwelijk verstootte Lodewijk XII op grond van vermeende onvruchtbaarheid zijn gemalin, Johanna van Frankrijk, (een jongere zuster van zijn voorganger) en huwde diens weduwe, Anna van Bretagne. Na twee dochters en op zoek naar een zoon huwde hij met Mary Tudor (16 jaar), een zuster van de Engelse Hendrik VIII. Een zoon kwam er niet, hij overleed drie maanden later.

Zijtak Valois-Angouléme


1515 - 1589


Frans I, 1515 - 1547
besloot uit dank aan de stad, wegens het hem vrijkopen van de Spanjaarden, weer te gaan wonen in Parijs. Mede door een gift van hem kon men in 1532 een begin maken met de bouw van de St.-Eustache kerk. Was een belangrijke persoon in de bouw van het huidige Louvre. Liet het Hôtel de Ville en Hôtel Carnavalet bouwen. Frans I wordt gezien als de eerste Franse vorst die door de renaissance beïnvloed werd. Tijdens zijn bewind kwam de culturele ontwikkeling van Frankrijk in een stroomversnelling. Aan het begin van zijn koningschap gaf hij opdracht tot de bouw van het kasteel Chambord, en betrok Leonardo da Vinci bij het ontwerp. Onder andere de dubbele wenteltrap is een uitvinding van da Vinci.


Hendrik II, 1547 - 1559
vond tijdens een toernooi bij Hôtel Tournelles, op een ongelukkige manier de dood. Hendrik huwde op 28 oktober 1533 te Marseille, op 14-jarige leeftijd met de even oude Catharina de’ Medici. Het huwelijk bleef tien jaar lang kinderloos en Hendrik overwoog ernstig een scheiding. Diane de Poitiers, die tot zijn dood openlijk zijn maîtresse was geweest, werd door diens weduwe Catharina onmiddellijk de deur gewezen, waarop zij zich terugtrok in het sfeervolle kasteel van Anet, dat Hendrik voor haar had laten bouwen.
Hendriks dood luidde een periode van politieke instabiliteit in, omdat nog geen van zijn zonen meerderjarig was en Catharina de’ Medici dus als regentes moest optreden. Bovendien verscherpten de godsdienstige tegenstellingen zich zodanig, dat het land tientallen jaren van godsdienstoorlogen in het verschiet lagen.


Frans II, 1559 - 1560
was een zorgenkind, zwak van geest en lichaam, volkomen onbekwaam te regeren. Zijn kortstondige regering stond volkomen onder de invloed van zijn regenten, de hertogen van Guise en Lotharingen, en van zijn moeder. Een poging tot staatsgreep van protestantse samenzweerders om de jonge koning vanuit het kasteel van Amboise te ontvoeren mislukte schromelijk, en de schuldigen werden terechtgesteld. Op 5 december 1560 overleed Frans II in Orléan (Loiret) op 16-jarige leeftijd aan een oorontsteking en een abces in zijn hersenen. Begrijpelijk gezien zijn leeftijd, zonder nakomelingen.


Karel IX, 1560 - 1574
was de tweede zoon van Hendrik II en Catharina de’ Medici. Hij volgde zijn ziekelijke broer Frans II op, werd daartoe in 1563 meerderjarig verklaard, maar bleef tot 1570 onder het regentschap van zijn moeder. Tijdens deze periode dreef de koningin-moeder, zijn toestemming voor de Bartholomeüsnacht door, die hem tot zijn dood toe gewetensbezwaren zou bezorgen. Karel IX overleed op 24-jarige leeftijd aan tuberculose. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Hendrik, hertog van Anjou.


Hendrik III, 1574 - 1589
liet de punt aan de westkant van het eiland ophogen, om een brug daar te slaan, later zou Hendrik IV er de Pont Neuf laten bouwen. Hij ging door voor niet onbegaafd, had een verzorgde opvoeding genoten, maar leefde behoorlijk decadent en omringde zich met zijn mignons (‘lievelingen’; zo werden de mannen die Henri omringden genoemd, ze werden er van verdacht homoseksueel te zijn en vrouwenkledij te dragen). Werd door de fanatieke monnik Jacques Clément op 1 augustus neergestoken. De dertiende én laatste koning uit het huis van Valois overleed de volgende dag aan zijn verwondingen.

Zijtak Bourbon


1589 - 1792


Hendrik IV de Goede, 1589 - 1610
de eerste koning der Bourbons. veranderde van geloof in ruil voor het koningschap. Was zeer geliefd bij het volk en vrouwelijk schoon. Opende de eerste brug zonder huizen (Pont Neuf), legde de eerste steen voor het ziekenhuis St.-Louis, realisatie Place des Vosges en Place Dauphine. Werd op 14 mei 1610 door d.m.v. een dolksteek vermoord door de fanatieke katholiek Francois Ravaillac in Rue de la Ferronnerie ter hoogte van nr. 11, en was daardoor misschien wel de enige koning die stierf in het Louvre. Hendrik IV was een kleurrijke figuur. Dat het welzijn van het lagere volk hem ter harte ging, blijkt uit zijn opmerking dat hij zou wensen dat iedere Parijzenaar elke zondag een kip in de pot moest hebben. In zijn persoonlijk leven hield hij van afwisseling. In de loop der jaren heeft hij er enkele tientallen maîtresses op na gehouden met meer dan honderd bastaardkinderen (zegt men).


Lodewijk XIII de Rechtvaardige, 1610 - 1643
vele kerken en gebouwen zullen onder hem ten uitvoer worden gebracht o.a.; Versailles, Palais Royal, Val du Grâce, Hôtel de Sully, St.-Paul-St.-Louis, de kerk van de Sorbonne, etc. Tevens wordt Parijs in zijn periode een aartsbisdom. Toen zijn vader in 1610 vermoord werd, was de kroonprins slechts acht jaar oud. In 1615 werd de koning meerderjarig verklaard en huwde met Anna van Oostenrijk, de dochter van Filips III van Spanje. Onverwacht gaf hij in 1617 zijn moeder het advies ‘zich voortaan met haar eigen zaken te bemoeien’. Kardinaal Richelieu bewerkte een verzoening tussen de koning en zijn moeder, en wist daardoor zich spoedig op te werken in de kroonraad en had feitelijk de leiding over Frankrijk. De perikelen aan het hof van Lodewijk XIII en zijn moeizame relatie met kardinaal Richelieu zijn de inspiratie geweest voor Alexandre Dumas om de bekende roman De Drie Musketiers te schrijven.


Lodewijk XIV de Zonnekoning, 1643 - 1715
teveel om op te noemen, uitbreiding van Versailles, Dôme des Invalides en Hôtel des Invalides, Place Vendome, St.-Roch, Place de Victoires, Observatoire, Salpêtière opvanghuis en tevens de eerste gevangenis voor prostitutie (werd in 1794 gesloten nadat er 35 vrouwen waren verkracht en vermoord door revolutionairen), Porte St.-Denis en Porte St.-Martin, etc.,etc., en er kwamen 132 nieuwe straten bij. Parijs groeide in zijn periode van 800ha naar 1100ha. Lodewijks geboorte kwam als een verrassing omdat zijn ouders, Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk, al meer dan twintig jaar getrouwd waren en tot dan toe geen kinderen hadden gekregen. Toen zijn vader overleed, was Lodewijk pas vijf jaar oud. Frankrijk werd feitelijk geregeerd door Kardinaal Mazarin en Lodewijk’s moeder als regentes, tot Mazarin’s dood in 1661. Een belangrijk besluit van Lodewijk XIV was het herroepen van de godsdienstvrijheid (Edict van Nantes) in 1685, waardoor veel Hugenoten o.a. naar Nederland vluchtten.


Lodewijk XV de Welbeminde, 1715 - 1774
liet het Place Louis XV aanleggen, iets dat later meer bekendheid krijgt onder de naam Place de la Concorde. Zorgde ervoor dat de straten herkenbaar werden gemaakt d.m.v. straatnaamborden, liet het het Panthéon bouwen, Ecole Militaire, Palais Elysees, Palais de Bourbon en was nogal druk met andere plezierigheden, o.a. Madame de Pompadour. Hij was bij de dood van zijn overgrootvader Lodewijk XIV de enige nog levende wettige erfgenaam. In het begin van zijn regering werd hij nog de Welbeminde genoemd, maar werd later steeds impopulairder. Vanwege zijn besluiteloosheid en de complexiteit van de problemen van het grootste koninkrijk van Europa dat hij erfde, kon hij de Franse monarchie niet moderniseren en door zijn gebrek aan moraal zou hij sterven als een van meest impopulaire koningen van Frankrijk ooit.


Lodewijk XVI de Martelaar, 1774 - 1792
alle huizen op de bruggen werden afgebroken, straten moeten minstens 10 meter breed zijn en in 1782 verschijnen de eerste trottoirs. In 1784 worden 1,2 miljoen skeletten vanuit de begraafplaats “Les Innocents” in de kalkgroeven onder de stad gelegd, nu beter bekend als de Catacomben. Onder zijn bewind brak de revolutie uit op 14 juli 1789. Lodewijk werd onthoofd onder de guillotine op 21 januari 1793. Zijn vrouw, Marie Antoinette onderging op 16 oktober hetzelfde lot op dezelfde plek, Place de Revolution, het huidige Place de la Concorde.

Eerste Republiek


1792 - 1804


Nationale Conventie, 1792 - 1795
heeft politiek gezien natuurlijk heel veel betekent voor Frankrijk, maar voor de stad Parijs waren het slechte tijden. Er is meer vernield dan gebouwd, vandaar dat vele monumenten verloren zijn gegaan in deze periode. Enkele ‘kleinigheid’ die wel vervaardigd is; de Bank van Frankrijk. Tijdens de Nationale Conventie bereikte de Franse Revolutie haar radicale hoogtepunt: de monarchie werd afgeschaft en de koning (Lodewijk XVI) werd terechtgesteld.
Na de terreur, onder leiding van Robespierre (foto), werd de Nationale Conventie ontbonden en vervangen door het Directoire.

Eerste Keizerrijk


1804 - 1814


Napoleon Bonaparte, 1804 - 1814/15
Arc de Triomphe, Arc de Triomphe du Carrousel, Madeleine, Institute de France, riolering- en drinkwatervoorziening. Onder het bewind van Napoleon werden veel vernieuwingen toegepast, enkele nog steeds geldende zijn; rechts rijden in Europa, eenheid in maten en gewichten, registratie van de Burgerlijke Stand, de achternaam, burgerlijke wetgeving, privileges van geestelijkheid en aristocratie, onderwijs voor de gewone man, gezondheidszorg voor de gewone man, riolen en straatverlichting, straatnamen met huisnummers, etc. etc.
Verbannen en eenzaam gestorven op het eiland St.-Helena op 5 mei 1821.


“Fluctuat Nec Mergitur”

“Het wordt heen en weer gegooid door de golven, maar zal niet zinken”

Blason Paris, het stadswapen van Parijs

Een klikje wordt gewaardeerd!


Naar boven

Naar HOME

→ Sitemap