De Seine, een rode draad van 13 kilometer door Parijs


Wie heeft er nog nooit langs geslenterd, of ernaast op één van de vele bankjes gezeten, of op één van de vele bruggen staan hangen, of op een rondvaartboot zitten genieten van de vele monumenten langs de kade’s van de Seine? Leunend over de kademuur en kijkend naar de sterk stromende aorta van Parijs met uitzicht op Ile de la Cité, het eiland waar de geschiedenis van Parijs begon.

De eerste bewoners, de Parisii, zochten op dit eiland een veilig heenkomen, met de sterk stromende rivier als natuurlijke bescherming. De Seine was de beschermheer tegen invallen van vijandige volken. Ten tijde van de Romeinen had de rivier al een druk handelsverkeer en werden de eerste bruggen gebouwd. Juist deze bruggen werden een belangrijke schakel. Natuurlijk als oeververbinding, maar ook als onderkomen (huizenbouw), wisselplaats, toegangspoort en als ontmoetings- en handelsplaats. Om het allemaal in het gareel te laten lopen, mochten van Lodewijk VII de geldwisselaars nog maar op één brug hun beroep uitoefenen. De brug is er nog steeds en heeft ook nog steeds dezelfde naam, de Pont au Change.

Het Ile de la Cité was eeuwenlang de verblijfplaats van de koningen. Hier stonden het Palais Cité met de St.-Chapelle, het ziekenhuis Hôtel Dieu en La Conciergerie, de gevangenis. Toen de koningen zich hier niet meer veilig voelden door de vele onrusten en opstanden, werd het Palais Cité verruild voor het versterkte fort aan de rechteroever, het nu bekendste museum ter wereld, het Louvre.

De nu twee meest bezochte eilanden bestonden vroeger uit drie eilanden. Uiteraard het Ile de la Cité en ten oosten daarvan twee onbewoonde eilandjes die in de middeleeuwen gebruikt worden voor het ‘Godsoordeel’, ofwel de gerechtelijke duels. In 1614 werden deze twee samengevoegd en kreeg het eiland de naam van Lodewijk IX, Ile Saint-Louis. Er waren in dit gedeelte van de Seine meerdere eilanden. Het Ile Louviers, dat ten oosten lag van Ile Saint-Louis, werd in 1847 ingepolderd aan de rechteroever. De drie kleinste eilandjes hadden de namen Jodeneiland (of Geiteneiland), Koeiensmokkelaarseiland en Ile de la Gourdaine en zijn later ‘vastgemaakt’ aan het Ile de la Cité. Waarschijnlijk gebeurde dit om een betere situatie te creëren voor de aanleg van Pont Neuf. Op deze plek is nu het knusse Place Dauphine. Rond 1100 werden er ‘waterverkopers’ (marchands d’eau) aangesteld, die in opdracht van de koning de handel bedreven én controleerden op de rivier. Alle vracht die per boot Parijs in- en uitging werd door hun nauwlettend in de gaten gehouden.

De eerste haven was een zandbank, nu Place Hôtel de Ville

Place de Greve Parijs

Dé plek van de handel was de enige ‘echte’ haven die Parijs toen rijk was, Place de Grève, het nu huidige Place Hôtel de Ville. Eigenlijk kun je hier niet van een haven spreken, maar meer van een aanlegplaats, een iets hoger gelegen zandbank. Hier werd alles in- en uitgeladen en verder verhandeld, vandaar dat deze kant van de Seine (Rive Droite) nog steeds de plek van de handel is. Te zien aan de grote warenhuizen, de beurs en de grote banken. De andere kant van de rivier, het Rive Gauche, was de plek van de kerken, de kloosters en de geleerdheid. Hier ontstond in 1150 de vermaarde Sorbonne Universiteit die vele grootheden uit de geschiedenis in de schoolbanken heeft verwelkomd.

Pont de Notre Dame - 1756 - Parijs

Goed te zien op het bovenstaand schilderij van Nicolas-Jean-Baptiste, hoe de Pont de Notre-Dame volgebouwd is met huizen.

Ook de kade’s destijds zagen er heel anders uit dan nu, het waren meer langzaam aflopende oevers. De rivier deed ook dienst als het open riool van de stad. Samen met het straatafval, pies en poep, wasplaatsen en leerlooierijen zorgde het voor ziektes en epidemieën.

Als je bedenkt dat de ‘gewone’ mensen zich wasten in, en dronken uit, deze sterk verontreinigde rivier, was de aanleg van de eerste drinkwaterinstallatie in 1609, La Samaritaine, geen overdreven luxe. In de 14e eeuw bouwde men kade’s die regelmatige overstromingen moesten doen voorkomen. Ook werden er enkele havens en bruggen aangelegd.

De bruggen waren volgepropt met huizen en bij regelmaat storten deze bruggen in elkaar. Dit door de overbelasting van de huizen en de sterke stroom, met als gevolg vele slachtoffers. Het was Hendrik IV die de Pont Neuf, de eerste ‘onbewoonde’ brug, opende in 1604. Anders dan zijn naam doet vermoeden is het nu de oudste nog bestaande stenen brug.

Bouguiniste Parijs

Om de lege plekken op de ‘onbewoonde’ bruggen te vullen werd er allerlei handel gedreven op de bruggen. Zo ontstond ook de bouquiniste, een boekhandelaar die geen geld had voor een boekwinkel. De groene boekenstalletjes, aan de linkerkant van de kade, zouden nooit meer uit het straatbeeld verdwijnen ondanks verwoede pogingen van het stadsbestuur. Tot op de dag van vandaag zijn er zo’n 200 bouquinistes die hun oude prenten, boeken, platen en souvenirs aan de man of vrouw proberen te brengen.

In de 19e eeuw kreeg het stadsbeeld langs de Seine steeds meer het aanzicht zoals we die nu kennen. Er werden maar liefst 15 bruggen bijgebouwd. Hoge kademuren, van wel 6 meter, werden gebouwd en in het midden van de vorige eeuw kwamen er speciale boten om je te kunnen wassen, de bateaux-lavoirs.

Om de rivier te ontlasten wordt Canal St.-Martin aangelegd, een gedurfd project in opdracht van Napoleon. Het onder toeristen populaire Canal St.-Martin gaat dwars door 4 arrondissementen met 9 sluizen, 2 draaibruggen en 8 bruggen speciaal voor voetgangers. Dit alles om een verval van 25 meter te overbruggen. In een later stadium overkapte Baron Haussmann de laatste 2200 meter om er zijn grote boulevards op aan te kunnen leggen.

Dat de Seine niet alleen rijkdom, maar ook veel schade kan aanrichtten bleek wel in januari 1910. Meer dan een week stond het waterniveau op 8,6 meter en een groot gedeelte van Parijs stond blank, met alle gevolgen van dien. De rivier raakte steeds meer vervuild en er kwam in 1923 zelfs een zwemverbod, dat eigenlijk nu nog steeds geldt. Wel werden in die tijd steeds meer wandelpromenades aangelegd langs de Seine, met als resultaat dat er op dit moment meer dan 10 km (van de 30 km) autovrij is. In de zomervakantie is er tegenwoordig een heus strand, Paris Plage, met palmbomen en parasols aan de Seineoever en geloof me, er wordt veel gebruik van gemaakt.

Twee oevers, twee totaal verschillende karakters

De rivier splitst de stad in tweeën. Rive Gauche (linkeroever) met z’n studenten en Rive Droite (rechteroever) met de handel en de wat meer dure kant van Parijs. Twee verschillende stadsdelen met twee verschillende karakters. Rive Gauche heeft het o.a. het Quartier Latin en St. Germain met z’n oude straatjes en de andere kant, Rive Droite, heeft de Grands Boulevards met z’n zakelijke karakter. Zelf heb ik altijd het idee dat de rechteroever het testament, zeg maar de erfenis, van Baron Haussmann is. Groot, groter, grootst.

Seine Paris

De Seine wringt zich 12,7 km dwars door de stad, of moet je zeggen de stad omarmt de rivier? Haat en liefde liggen dichtbij elkaar. Maar liefst 37 bruggen overspannen de rivier, waarvan 4 loopbruggen en 2 spoorbruggen. De Seine is het smalst, ca. 30 meter bij Quai de Montebello, en op z'n breedst, ca. 200 meter bij Pont Grennele. De vroegere scheepvaart heeft het in aantal verloren van de Bateaux-Mouches. Deze rondvaartboten bepalen al vanaf 1878 het hedendaagse beeld van de rivier waaraan Parijs haar stadswapen én spreuk te danken heeft.


‘Fluctuat nec mergitur’

in het Nederlands:
‘Het wordt heen en weer gegooid door de golven, maar zal niet zinken’.

Een klikje wordt gewaardeerd!


Naar boven

Naar HOME

→ Sitemap