TEMPLE, het 3e arrondissement van Parijs


was jarenlang een achterstandswijk van Parijs en er is zelfs over nagedacht om het in z’n geheel af te breken. Gelukkig is dat niet gebeurt en is de wijk gerenoveerd in z’n oude staat. En wat een succes! Musée Hôtel Carnavalet heeft een prachtige collectie van historisch Parijs en is zeker een bezoek waard. Voor de liefhebbers van Picasso is er het Musée Picasso met de grootste tentoongestelde verzameling kunstwerken ter wereld van deze bekende schilder. De wijk Le Marais (gevormd samen met het 4e arrondissement) is een zeer gezellige wijk. Hier is ook de Joodse gemeenschap, goed te zien aan de vele kleine winkeltjes met kosher voedsel. ‘s Nachts verandert de wijk in een bruisend uitgaansleven en is het een ontmoetingscentrum van de gayscene.

Een mooie wandeling, die voor een gedeelte door deze buurt loopt, is te bekijken en te downloaden op de wandelpagina.


Archives Nationales (Hôtel de Soubise)

Gebouwd: 1375
Architect: Pierre-Alexis Delamair (1704)
Opdrachtgever: Prins van Soubise
icono-mapa-65

Archive National Parijs

De hoofdingang, gelegen aan de Rue des Francs Bourgeois nr. 60, vlakbij metro St.-Paul of Hôtel de Ville

De verzameling van de Bibliothèque Nationale de France vindt haar oorsprong uit de privécollectie van koning Karel V, opgericht in 1368 en begon haar bestaan in het Louvre. Maar van een echte vaste bibliotheek was pas sprake onder Lodewijk XI in de 15e eeuw. De bibliotheek verhuisde mee naar de koninklijke residenties in achtereenvolgens Amboise, Blois en Fontainebleau.
Frans I gaf een nieuwe impuls aan de verzameling, die hij onder toezicht stelde van de humanist Guillaume Budé. Een belangrijk jaar voor de bibliotheek was 1537, toen diezelfde Frans het dépôt légal instelde, wat wil zeggen dat alle Franse uitgevers verplicht zijn een exemplaar van hun uitgave aan de bibliotheek af te staan. Dit systeem is later in andere landen nagevolgd en ligt aan de basis van elke nationale bibliotheek.

Onder Lodewijk XIV werd de bibliotheek sterk uitgebreid en uiteindelijk in 1720 voor het publiek geopend. Een jaar later begon de verhuizing van de bibliotheek naar een aantal panden aan de Rue Richelieu, waar zij thans nog gedeeltelijk gevestigd is. Tijdens de Franse Revolutie werd de bibliotheek verrijkt met in beslag genomen verzamelingen van kerkelijke instellingen en edellieden. In de tijd van de Napoleons stond ze ook wel bekend als Bibliothèque Imperiale.
In 1868 werden de gebouwen aan de Rue Richelieu verder uitgebreid, onder andere met de beroemde grote leeszaal, een technisch hoogstandje vanwege de revolutionaire toepassing van gietijzer. In de twintigste eeuw barstte het complex aan de Rue Richelieu langzamerhand uit zijn voegen. Allerlei noodoplossingen werden bedacht totdat in 1996 eindelijk een enorm nieuw gebouw aan de Quai François-Mauriac in het 13e arrondissement werd geopend, de huidige Site François-Mitterrand, ook wel de Très Grande Bibliothèque genoemd.
Anno nu behoort de Bibliothèque Nationale tot één van de belangrijkste bibliotheken ter wereld. De verzameling omvat meer dan dertien miljoen boekbanden en 350.000 kranten- en tijdschrifttitels. Daarnaast beheert de bibliotheek zo’n twintig miljoen documenten in verschillende bijzondere collecties, waaronder beroemde verzamelingen met oude handschriften.

Archive National Parijs

De prachtige binnenplaats met maar liefst 56 zuilen


Musée National des Arts et Métiers

Gebouwd: Abdij in de 13e eeuw
Opdrachtgever: abdij van Cluny
Gebouwd: Musée in 1802
icono-mapa-65

Musée Arts Metiers Parijs

Ooit onderdeel van een machtig kloosterorde, nu onderdeel van een interessant museum

Tijdens de Revolutie, 10 oktober 1794, vaardigde het Nationale Conservatorium van Kunst en Handwerk een opdracht uit die de bouw van hoger onderwijsinstelling en een museum behelsde. Het werd bestuurd door de Franse regering met als opdracht het geven van opleiding en het voeren van onderzoek ter promotie van wetenschap en industrie. In 1802 was het zover en werd de school in gebruik genomen en het museum voor het publiek geopend. Het geheel vond een onderkomen in de oude Saint-Martin-des-Champs gebouwen, een voormalig klooster. Het geheel is in 2000 schitterend gerenoveerd.

Het museum herbergt 80.000 objecten (waarvan 40.000 tentoongesteld) en technische documenten welke de grote technologische ontwikkelingen vanaf de 16e eeuw tot aan de dag van vandaag beschrijven. Vooral op het gebied van de telecommunicatie, natuurkunde, scheikunde en informatietechnologie is dit museum goed ingespeeld.
Het museum heeft zoals het een goed museum betaamd enkele bijzondere stukken. Voorbeelden daarvan zijn de Lavoisier laboratorium precisie balans, de eerste hartkleppen, radio en TV en een collectie oude klokken. In de kapel die bij het museum hoort zijn onder andere oude auto's, oude vliegtuigen te zien en er hangt een kopie van de slinger van Foucault. De originele slinger van Foucault werd hier vroeger wel getoond, maar is later (terug)verhuisd naar het Panthéon.

Musée Arts Metiers Parijs

De Avion III, één van de eerste vliegtuigen gebouwd door Clément Ader in 1897, je moet maar durven.

Het abdijkerkje is uit een heel andere periode, het werd al gebouwd in 1135. De abdij van Saint-Martin-des-Champs was onderdeel van abdij van Cluny, een vooraanstaand en vooral machtige abdij uit het noorden van frankrijk en belangrijk orgaan van de kruistochten naar het Heilige Land. De monniken van vroeger zouden raar opkijken als ze spoorrails door hun kerkje zien lopen.

Metro Arts Metiers Parijs

Het gelijknamige metrostation Arts et Métiers lijkt op de onderzeeboot Nautilus van kapitein Nemo, beschreven in het boek van Jules Verne. Het metrostation werd in 1994 verbouwd ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het museum en conservatoire, naar een ontwerp van de Belgische striptekenaar François Schuiten. Zware koperen beplating is aangebracht met grote klinknagels tegen de gebogen wanden. Zelfs de prullenbakken zijn van koper. Kleine vitrines in de vorm van patrijspoorten hebben wetenschap als onderwerp. Dit alles brengt je alvast in de stemming voor het museum.


Marché des Enfants Rouges

Begonnen: 1615
icono-mapa-65

Marche Enfants Rouge Parijs

Marché des Enfants Rouges, de oudste overdekte markt van Parijs

Toch weer een leuk ‘verborgen’ plekje in Parijs gevonden, Marché des Enfants Rouges. Vrij vertaald ‘De markt van de rode kinderen’. De reden van deze naam is het weeshuis dat hier in de buurt stond en waarvan de kinderen allemaal in het rood waren gekleed. Rood als teken van christelijke naastenliefde. Het weeshuis werd opgericht in 1534 in opdracht van Margaretha van Navarra, een zuster van koning Frans I en oma van de latere Hendrik IV. De oudste overdekte markt van Parijs is hier al vanaf 1615, maar was eerst bekend onder de naam Petit Marché du Marais. Naast de groenten, kruiden, kaas en fruit wat volop te koop is, is het tegenwoordig ook een prima plek om een lekker hapje te doen. Veel verschillende keukens (och, die geuren) allemaal bij elkaar op deze knusse, maar drukke markt.


Musée Carnavalet

Gebouwd: 1548
Architect: Nicolas Dupuis
Opdrachtgever: Jacques des Ligneris
icono-mapa-65

Het Musée Carnavalet is het officiële museum voor de geschiedenis van de stad Parijs (Musée pour l’histoire de Paris).
Het museum is gelegen in de Marais, waar veel 18e eeuwse hôtels werden gebouwd voor de toenmalige adel. Na jaren van verloedering is de Marais vandaag de dag een beschermde wijk, waardoor veel van deze gebouwen weer hun oude grandeur hebben teruggekregen. Het Hôtel Carnavalet werd in 1548 gebouwd voor graaf Jacques des Ligneris, toenmalige voorzitter van het Parlement. In 1866 is het aangekocht door de stad Parijs. Eén van de bekendste bewoners was Madame Sévigné, die hier 20 jaar woonde, bekend geworden om de brieven aan haar dochter. Deze brieven geven een zeer gedetailleerd beeld van het hofleven ten tijde van Lodewijk XIV in Versailles.

Hotel Carnavalet Parijs

Sinds 1989 is het museum aanzienlijk vergroot door de bijvoeging van het Hotel le Pelletier de Saint-Fargeau. Deze 17e eeuwse residentie heeft collecties die zijn toegewijd aan de revolutionaire periode, maar ook vele werken uit de 19e en 20e eeuw. Het museum herbergt ook een bibliotheek over de geschiedenis van Parijs. De melktandjes van Lodewijk XIV, de originele sleutel van de Temple en vele andere leuke oudheden behoren tot de collectie. Alleen al de binnenplaats met de prachtige tuinen zijn een bezoek meer dan waard. In het binnenhof staat een bronzen standbeeld van Lodewijk XIV, gemaakt door Antoine Coysevox. Het is het enige beeld van de Zonnekoning dat de revolutie heeft overleefd.

Hotel Carnavalet Parijs


Musée Picasso (Hôtel Salé)

Gebouwd: 1656
Architect: Jean Boullier de Bourges
Opdrachtgever: Pierre Aubert
icono-mapa-65

Musée Picasso Parijs

Het Picassomuseum in Parijs geeft een overzicht van het werk van Pablo Picasso. Tussen 1936 en 1955 woonde Picasso onder andere in Parijs in het 6e arrondissement aan de Rue des Grands Augustins nr. 7, het 17e eeuwse Hotel d’Hercule. De schitterende collectie kwam tot stand doordat de Franse staat na de dood van de kunstenaar een kwart van zijn werk opeiste als successierechten.
Het museum is gehuisvest in het Hôtel Salé, dat gebouwd is tussen 1656 en 1659 door Jean Boullier de Bourges. De opdrachtgever was Pierre Aubert heer van Fontenay, een welgesteld man dankzij het innen van belastingen op zout, vandaar de naam van het gebouw, Hôtel Salé. Hij heeft er niet lang gewoond, het gebouw werd al in 1666 de ambassade van Venetië.

Het museum in Parijs herbergt de grootste collectie ter wereld van de werken van Picasso. Er zijn onder andere 251 schilderijen, 160 beeldhouwwerken en meer dan 1500 tekeningen. Afgezien van het werk van Picasso, kan de bezoeker ook kunstwerken bewonderen van Braque, Rousseau, Miro en Renoir. Het bezoek begint met het zelfportret uit 1901 en eindigt met de “Old Man Seated” uit 1971. Tijdens deze rondleiding is men getuige van de geboorte van het Kubisme en van de “Demoiselles d’Avignon.
De bezoekers hebben vanaf 2009 het museum in de steigers zien staan, maar op 25 oktober (de geboortedag van Picasso) 2014 werd het geheel gerestaureerde Musée Picasso door president Hollande officieel heropend. De restauratie van het gebouw kostte geen 30 maar 52 miljoen euro en duurde vijf jaar in plaats van de geplande tweeënhalf jaar, maar het resultaat is dat er nu ca. 3800 m2 expositieruimte is en het aantal werken van Picasso zijn verdubbeld.


Musée de la Chasse et de la Nature (Hôtel de Guénégaud)

Gebouwd: 1661
Architect: François Mansart
Opdrachtgever: Markies van Plancy
icono-mapa-65

Musée Picasso Parijs

Achter het Musée Archives Nationales, in het prachtige Hôtel de Soubise, staat nog een mooi museum. Iets minder bekend dan zijn grote buurman, maar zeer interessant om te bezoeken. Het Hôtel de Guénégaud, waarin het Musée de la Chasse et de la Nature is gevestigd, is een hôtel dat werd gebouwd voor de graaf Henri de Guenegaud Montbrison, markies van Plancy, de secretaris van koning Lodewijk XIV en kan worden beschouwd als een schoolvoorbeeld voor de bouwstijl in het midden van de 18e eeuw. Niemand minder dan de grote meester François Mansart mocht het maken en hij deed er vier jaar over. Een mooi gebouw met binnenplaats, twee vleugels, een tuin en zoals vaker bij Mansart alles met grote soberheid. Het huis kwam in 1703 in handen van de financiër Jean Romanet, die enkele wijzigingen en wat versieringen aanbracht. Het pand werd later doorververkocht aan de schatrijke familie Thiroux, die ook al in het bezit waren van het iets verderop gelegen Hôtel Sale. In het midden van de 19e eeuw raakte het pand vervallen en stond op lijst om gesloopt te worden. Maar dankzij de 'redder van de Marais' André Malraux, de toenmalige minister van Cultuur, werd het hotel aangekocht door de stad Parijs en werd in 1962 een Nationaal Monument. Het was één van de eerste herstelwerkzaamheden die Malraux in de Marais liet uitvoeren.

Het gebouw is onlangs in 2007 wederom gerenoveerd en herbergt sindsdien het Musée de la Chasse et de la Nature, een nog niet zo door toerisme ontdekt museum. Het privé museum laat een collectie zien over de jacht en de natuur. Het museum is met zijn 20 kamers niet al te groot, maar wel erg afwisselend. Eén van de meest bijzondere zalen is de trofeeënkamer waar tientallen dieren opgezet aan de muur hangen. Niet alleen dieren die in Frankrijk te vinden zijn, maar ook bijvoorbeeld een leeuw, een tijger en een neushoorn. Het is de kamer waar je het meest direct met de gevolgen van de jacht wordt geconfronteerd vooral omdat hier toch ook dieren te zien zijn die beschermd zijn.


Le Marais

Wijk in het 3e en 4e arrondissement
Joodse buurt
Gayscene van Parijs
icono-mapa-65

Marais Parijs

Le Marais, ontelbare winkeltjes, boetiekjes en galerijen.

Le Marais (moeras in het Frans) is een wijk in Parijs en is verdeeld over het 3e en 4e arrondissement.

De historie van de Marais begint eigenlijk bij de Orde van de Tempeliers. Deze machtige orde bouwde in 1240 hier, net buiten de stadsgrenzen van het toenmalige Parijs, hun versterkte kasteel, Le Temple. Hun status, maar ook zeker hun beschermende aanwezigheid had aantrekkingskracht. Karel I van Anjou, de broer van Lodewijk IX, bouwde hier zijn paleis in de Rue de Sevigne en al snel hierna liet de latere koning Karel V zijn Hôtel Saint-Pol in de buurt van de huidige rue Saint-Paul bouwen. Door deze ontwikkelingen werd deze buurt een populaire plek onder de adel. Toen Hendrik IV in 1605 Place Royal, het huidige Place des Vosges, liet aanleggen, wilden de rijke burgers uit de 17e eeuw graag met de monarchie worden vergeleken en besloten ze in Le Marais grootse en luxueuze herenhuizen te bouwen. Dankzij deze gebouwen heeft Le Marais nu een mondaine uitstraling. In één van die hôtels bevindt zich het Musée Picasso (Hôtel de Sale), één van de meest geliefde musea in Parijs, met werken uit de hele carrière van deze beroemde kunstenaar. Maar ook het Archives Nationales (Hôtel de Soubise) het Musée Carnavalet en Musée de la Chasse et de la Nature (Hôtel de Guénégaud) zijn gehuisvest in pareltjes van oude adelijke onderkomens.

Nadat in 18e eeuw de adel 'verhuist' naar elders in Parijs, het Ile St.-Louis werd bijvoorbeeld zeer populair, raakt Le Marais in vergetelheid. Na de bestorming van de Bastille wordt het er allemaal niet beter op en in het midden van de 20e eeuw is buurt er zo slecht aan toe dat er zelfs gepraat werd om alles af te breken en in te ruilen voor nieuwbouw. Voornamelijk dankzij de inzet van André Malraux, minister van cultuur onder Charles de Gaulle, is de Marais van de volledige ondergang gered en is het tegenwoordig zelfs ‘just the place to be’. Hoe raar kan het lopen.

Je kunt in Le Marais heerlijk ronddwalen, want het levenstempo is hier rustiger dan in de rest van Parijs. De buurt stond vroeger vooral bekend door zijn vele groothandels, kleermakers en leerbewerkers en gold tevens als Joodse wijk van Parijs. Tegenwoordig zijn hier veel uitgaansgelegenheden voor de gayscene en eindigt hier de Marché des Fiertés, de jaarlijkse gay parade van Parijs.
De Rue Saint-Antoine is één van de oudste straten van Parijs en ligt eigenlijk op de oude Romeinse route naar Melun. De gezellige Rue des Rosiers ligt midden in de oude Joodse wijk en hier vind je enkele van de beste falafels en kosjere delicatessenzaken van Parijs. Naast de smalle straatjes, pleintjes en tuinen zijn er modieuze boetieks, galeries, gezellige bars, cafés en prima restaurants.

Le Marais, een oud bewaard stukje Parijs met veel middeleeuwse accenten, een echte aanrader.

Een prachtig Hôtel in de Marais, met een pittoresk torentje, is het Maison de Jean Hérouet uit 1510. Het staat op het hoekje van Rue des Francs Bourgeois ter hoogte van nr. 54.
Malingre Jean, een adviseur van Lodewijk XI, liet dit Maison bouwen. Toen zijn dochter Maria trouwde met Jean Hérouet, secretaris van de Hertog van Orleans, werden zij eigenaar van het Hôtel en kreeg het zijn huidige naam.
Het Hôtel werd zwaar beschadigd tijdens een bombardement op 6 augustus 1944. Het oorspronkelijke huis van Jean Malingre is bijna volledig herbouwd, met uitzondering van de achthoekige toren.


Oudste huis Parijs

Gebouwd: 1407
Opdrachtgever: Nicolas Flamel
icono-mapa-65

Het oudste huis in Parijs staat in de Rue de Montmorency nr. 51 in het 3e arrondissement. Het is gebouwd in 1407 voor de alchemist Nicolas Flamel. Samen met zijn vrouw Pernelle nam hij in dit huis armen en zieken op en verzorgde ze. Tenminste, als ze elke dag het ‘onze vader’ en een ‘weesgegroetje’ wilden bidden. Flamel liet meerdere huizen bouwen om de armen op te vangen, zelf heeft hij in dit huis nooit gewoond.
Flamels daden zijn echter legendarisch én mythisch. Hij zou de Steen der Wijzen hebben gemaakt en met zijn vrouw Perenelle de onsterfelijkheid hebben bereikt, maar dat blijkt niet uitgekomen te zijn. Flamel was van beroep publieke schrijver, iemand die tegen een vergoeding voor analfabeten brieven schreef, maar ook schrijver van manuscripten en was kalligraaf. Ondanks dat hijzelf geen groot inkomen had, zijn vrouw des temeer vanwege twee eerdere huwelijken, heeft hij zijn leven lang vermogens kunnen schenken aan goede werken. Sommigen geloven dat hij deze gulheid betaalde met zelfgemaakt alchemistisch goud.

In 1975 werd in de ‘Bibliothèque Nationale’ te Parijs een dossier ontdekt, bekend geworden als Les Dossiers Secrets. In die dossiers kwam Nicolas Flamel ook voor. Flamel zou van 1398 tot 1418 grootmeester van de Priorij van Sion zijn geweest. Ook in de boeken ‘Harry Potter en de Steen der Wijzen’ en Victor Hugo’s ‘Klokkenluider van de Notre Dame’ komt de persoon Nicolas Flamel voor.

oudste huis Parijs
oudste huis Parijs

Het oudste huis van Parijs is in 2007 gerenoveerd. Dat dit noodzaak was blijkt uit de twee bovenstaande foto’s. In het oudste huis van Parijs is nu een restaurant gevestigd met een origineel bedachte naam, Auberge Nicolas Flamel.

Een klikje wordt gewaardeerd!


→ Naar het 4e arrondissement

→ Naar boven

→ Naar HOME


→ Sitemap