LOUVRE, het 1e arrondissement van Parijs


is de oercel, het kloppend hart van Parijs. Op het eiland Ile de la Cité begon het toen en gebeurt het nu. Hier staan de meest bekende gebouwen, lopen de meeste toeristen, kom je karrenvrachten met fotograferende Japanners tegen en is het meeste lawaai. Op het eiland is de driehoek La Congiererie, het Palais de Justice en de St.-Chapelle een bezoek waard. Aan de rechteroever (Rive Droit) staat het grootste museum ter wereld, het Musée Louvre. Via de glazen piramide en de Arc du Triomphe Carrousel kom je in het lang gestrekte park Jardin de Tuileries. Aan het eind van deze tuinen vind je nog twee interessante musea, het Musée l’Orangerie en het Musée Jeu de Paume.
Als je je geld kwijt wilt, bezoek dan een paar winkeltjes in de buurt van Place Vendôme. Of nog gemakkelijker ga een paar nachtjes slapen in het op het plein gelegen Hotel Ritz. Oude grandeur vind je in het Palais Royal met z’n mooie binnentuin en niet veel verderop hangt in de St.-Eustache het grootste orgel van Frankrijk. Naast de kerk, maar dan onder de grond het grootste winkelcentrum, Les Halles. De oudste brug van Parijs, Pont Neuf, mag je niet vergeten en wil je even wat rust en bijkomen van alles om je heen, ga even zitten op het vlakbij gelegen en ‘stille’ pleintje Place Dauphine.

 


La Conciergerie

Gebouwd: 13e en 14e eeuw
Architect: Nicolas des Chaumes en Jean de Saint-Germer
Opdrachtgever: Philips IV, de Schone
icono-mapa-65

Dit strenge gebouw gaat terug naar de tijd van Philips de Schone, d.w.z. het einde van de 13e en het begin van de 14e eeuw. De naam Conciergerie komt van Comte des Cierges, een graaf die de belastingen binnenhaalde voor de koning. Dat het een belangrijk man was is wel te zien aan dit gebouw. Het gebouw maakte vroeger deel uit van een veel groter complex, het paleis Hôtel Saint-Pol, waarvan maar enkele gebouwen bewaard zijn gebleven, o.a. de Sainte Chapelle.

Conciergerie Parijs

De tweelingtorens van de Conciergerie

Een goede indruk krijgt men, als men hier naar kijkt, hoe belangrijk dit gedeelte van Parijs in die dagen moet zijn geweest. Hier was alles, de kathedraal (Notre Dame), het paleis (Hôtel Saint-Pol), de kerk van de vorsten (Sainte Chapelle), de gevangenis (Conciergerie), er werd hier recht gesproken (Palais de Justice), het ziekenhuis (Hôtel Dieu) en dit alles temidden van de Seine. Maar er ontbrak eigenlijk een ding en dat was een onafhankelijke school, die toen die tijd zoals gebruikelijk werd verzorgd door de geestelijken. Het was de Sorbonne universiteit die de strakke regels van het bisschoppelijk gezag verbrak en in het Quartier Latin zichzelf een wereldfaam bezorgde. Al in 1540 ontstond in dit gedeelte van het Parijs het lettertype Garamond, te zien in dit stukje tekst. Dit lettertype werd gemaakt door de Claude Garemond, koninklijk lettersnijder en drukker van Frans I, naar een voorbeeld van Aldus Manutius en verwierf zich hiermee een wereldstandaard die heden ten dage nog steeds geldt. Voor de (wat oudere) computerfreaks onder ons is de naam Aldus trouwens ook geen onbekende.

Maar terug naar de Conciergerie. Tegenwoordig is het gebouw de noordelijke vleugel van het Palais Justice. Vanaf de Quai de la Mégisserie kan men de ‘tweelingtorens’ zien. Rechts ziet men de Tour d’Argent (zilvertoren), naar waar men zegt de kroonjuwelen bewaard worden en links de Tour César, waar ten tijde van de Revolutie (1793) de openbare aanklager Fouquier-Tinville het hoofd eiste van Marie-Antoinette van Oostenrijk, de vrouw van Lodewijk XVI. Op de benedenverdieping bevindt zich de zaal der lijfwachten en de zaal der wapenbroeders, deze is 68 meter lang, 27 meter breed en 8 meter hoog en diende als eetzaal voor de koning. In de keukens staan vier enorme schouwen waarmee de opdrachtgever, Jan de Goede in 1350, ongeveer 2000 gasten kon ontvangen en tegelijk een hapje kon aanbieden.

Conciergerie Parijs

Conciergerie met op de voorgrond de Pont au Change

De Conciergerie werd in de 16e eeuw omgebouwd tot een staatsgevangenis. In de grote zaal konden de rijke gevangenen een strozak tegen betaling verkrijgen om er de nacht op door te brengen. Het andere gedeelte, ironisch “Rue de Paris” genoemd, was de verblijfplaats voor de arme gevangenen.
De cel waarin, tussen 2 augustus en 16 oktober 1793, Marie-Antoinette verbleef, is zonder twijfel de meest opvallende. In 1816 werd deze ruimte door de enig overgebleven dochter, de Hertogin van Angoulème, tot kapel omgebouwd. De kapel staat nu in verbinding met de cel waar eerst Danton en later Robespierre verbleven. In de kapel van de Girondijnen, die tot een gemeenschappelijke gevangenis werd gemaakt, wordt een kruisbeeld van Marie-Antoinette bewaard.
De naam van de Conciergerie zal altijd verbonden zijn aan de meest spraakmakende dagen uit de geschiedenis van Parijs, de Revolutie. Hier werden duizenden gevangenen ondergebracht, van wie er meer dan 3000 terecht werden gesteld. De meesten van hen hebben de dood gevonden onder de guillotine, die zijn “dodentocht” in die dagen door Parijs maakte.

Tour Horloge Parijs

Tour de l’Horloge uit 1360, net gerestaureerd

Op de hoek van de Conciergerie staat de Tour de l’Horloge. Op de foto kun je nog net op de voorgrond de Pont au Change zien. Leuk detail is dat deze Pont au Change dankzij Lodewijk VII aan zijn naam kwam. Alleen op deze brug mocht vanaf 1142 geld gewisseld worden, zo had men er controle op en het was veiliger. De toren van de Tour de l’Horloge is uit 1360, maar het uurwerk reeds uit 1334 en was een geschenk van Karel V. Deze klok werd vroeger, toen de koningen nog verbleven op het Ile Cité, gebruikt om de geboorte aan te kondigen van een prins of prinsesje. Bij een prinses 24 uur en bij een prins werd maar liefst 48 uur de klok geluid. Logisch dat ten tijde van de Revolutie de klepels werden vervangen, de oude klepels gaven een te 'koninklijk' geluid. Of het echt waar is,..... maar wat zeker is dat men hier kijkt naar de oudste openbare tijd van Parijs


Palais de Justice

Gebouwd: 13e en 14e eeuw
Opdrachtgever: Lodewijk IX, de Heilige
Architecten: verbouwing 1857, Joseph-Louis Duc en Honoré Daumet
icono-mapa-65

Het Palais de Justice is een onderdeel van een groot complex gebouwen. Zo bestaat het uit het paleis van Justitie zelf, de Sainte-Chapelle en de Conciergerie. Op dezelfde plaats, het Ile Cité, hadden de Romeinse bestuurders reeds hun administratieve en militaire hoofdkwartieren.
De Merovingische koningen volgden hun voorbeeld en de Capetingse dynastie bouwde er een kapel en een slot. In de 13e eeuw werd op initiatief van Lodewijk IX, de Heilige, de St.-Chapelle gebouwd en een eeuw later liet Philips de Schone de Conciergerie bouwen. In 1358 besloot Karel V na bloedige rellen, onder leiding van Etienne Marcel, te verhuizen naar het Louvre en het paleis te gebruiken als parlement. Hierna werd het hoogste gerechtshof van het koninkrijk er gevestigd. Tijdens de Revolutie werd het juridische systeem op de schop genomen. Het gebouw kreeg het de naam “Palais de Justice”. De indrukwekkende gevel is gebouwd door Joseph-Louis Duc en Honoré Daumet, een onderdeel van een groot restauratieproject.

Palais Justice Parijs

Palais Justice met links de St.-Chapelle

Hier werden velen veroordeeld en via de guillotine ter dood gebracht. Op 25 april 1792 was Nicolas Jacques Pelletier het eerste slachtoffer van de guillotine tijdens de revolutie. Ook koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette werden hier ‘berecht’. Later waren het ook de bedenkers van de Revolutie zelf, Robespierre en Danton, die een kopje kleiner werden gemaakt. Ironisch genoeg, zonder proces.


St.-Chapelle

Gebouwd: 1242-1248
Architect: Pierre de Montreuil (of Robert de Luzarches)
Opdrachtgever: Lodewijk IX


Toegankelijk en gratis voor invaliden (en één begeleider), alleen na telefonische reservering. Tel: +33 (0)1 53 40 60 85

St.-Chapelle Parijs

De benedenkapel van de Sainte Chapelle

Deze kapel werd op initiatief van Lodewijk IX (de Heilige) gebouwd om er de Doornenkroon te bewaren, die de vorst in 1239 in Venetië had gekocht. Deze Lodewijk de IX was een verwoed verzamelaar van Christelijke relikwieën. Een kostbare liefhebberij, maar de beste man kon het zich veroorloven. Toen hij vernam dat de keizer van Constantinopel, Baldewijn II, in het bezit was van de “echte” doornenkroon van Christus rustte hij niet voor dat hij deze voor een enorme som geld in zijn bezit kreeg. Zijn volgende stap was om ervoor te zorgen dat deze doornenkroon een waardige plaats kreeg. Dat hij trouwens een 'echte' verzamelaar was blijkt wel uit de rest van zijn aangekochte relikwieën..........ijzer van de heilige lans waar Christus mee werd doorboord, de spons waarmee de Romeinen Christus azijn lieten drinken, een splinter van het houten kruis van Christus, de staf van Mozes en melk van de Heilige Maagd. Hij liet dan ook in een zeer snel tempo, zes jaar(!), deze kerk bouwen door Pierre de Montreuil. Over de bouwer zijn wel wat twijfels en na recenter onderzoek is de mogelijkheid gebleken dat Robert de Luzarches misschien wel de eer toekomt. De aanschafprijs van de relikwieën waren trouwens maar liefst vier keer zo hoog, 135.000 livres, als de totale kosten van de kerk.

De St.-Chapelle bestaat uit twee kapellen boven elkaar, die in 1248 worden ingewijd. Persoonlijk vind ik dit één van de mooiste monumenten van Parijs, iets wat eigenlijk geen enkele foto kan vastleggen. Wat je echt zelf moet zien, om diep onder de indruk te raken van dit kunstwerk, waarvan er absoluut geen tweede op de wereld is. Het is gebouwd op dezelfde plek waar eens de Romeinse gouverneurs, van Lutetia, hun paleizen hadden. De St.-Chapelle vormt samen met de Conciergerie en het Paleis van Justitie een driehoeksverhouding, vandaar de strenge controle bij de ingang, want de rechter doet hier nog steeds zijn werk.
Ook deze kerk kende zijn verval. Tijdens de Revolutie maakte men van deze kerk een graanopslag, maar het was gelukkig Napoleon die hier een halt aan toe riep. Helaas werd er in deze periode ontzettend veel vernield en gestolen. Van de originele relikwieën is weinig teruggevonden, zelfs het orgel was weg.
De onderste kapel heeft nauwelijks een hoogte van 7 meter, maar het middenschip is erg wijd en in de vorm van een klaverblad. Wat vooral opvalt in de kapel, is de enorm rijke en veelkleurige geschilderde versiering. Dit ondergedeelte was speciaal gebouwd voor dienaren van het hof, het alles overtreffende bovengedeelte, was voor het hof zelf.

St.-Chapelle Parijs

De bovenkapel met 618 m2 gebrandschilderd glas, indrukwekkend

De bovenkapel is indrukwekkend. 17 meter wijd en 20,5 meter hoog, 15 gigantische gebrandschilderde ramen van elk 15 meter hoog, met daarop 1134 verschillende voorstellingen uit het Oude- en Nieuwe Testament. Een totaal oppervlakte van 618 m2 rijk gekleurde glazen panelen. Ongelooflijk mooi! De muren met hun hoge spitsboogvensters, ranke pilasters en fijn gebeeldhouwd kantwerk moeten vooral Lodewijks tijdgenoten, gewend als zij waren aan de lompe Romaanse bouwstijl, met verbazing of bewondering vervuld hebben. Eén van de koningen, Lodewijk XI was een wel zeer vreemd man. Hij liet een getraliede nis in de kapel bouwen, zodat hij iedereen ongehinderd kon bespieden. Deze nis was ondergronds, vanuit het paleis te bereiken.

De dichtbij gelegen, en veel bekendere, Notre Dame is uiteraard groter in naam en afmetingen, maar kan volgens mij, niet op tegen deze verfijnde, met gekleurd licht gevulde schoonheid. De veiligheidseisen zijn hier, mede door het aangrenzende gerechtsgebouw, vele malen strenger, zelfs de handtasjes van de dames worden gescand én hier moet entreegeld worden betaald, iets waar de meeste toeristen een hekel aan hebben (behalve Japanners).

In 2008 werden alle ramen gerestaureerd, mede dank zij een sponsoring van de firma Velux (ja, die van de dakvensters).


Jardin des Tuileries

Aangelegd: 16e eeuw
Architect: aangepast door André le Nôtre in 1664
Opdrachtgever: Catharina de’ Medici

Jardin Tuileries Parijs

De Tuilerieën zijn de tuinen van het voormalige koninklijk paleis Palais des Tuileries, ze lopen van het Louvre tot aan de Place de la Concorde. Na de dood van haar man, Hendrik II, liet Catharina de’ Medici de tuinen in 1559 in een Italiaanse stijl aanleggen met onder meer prachtige fonteinen. Het moest haar doen terugdenken aan haar geboortestreek Toscane.
In 1664 werden de tuinen in opdracht van Colbert door de bekende tuinarchitect André le Nôtre verfraaid met onder meer een brede laan en geometrische bloemperken. In 1990 werd het park weer op de schop genomen, maar het ontwerp van André le Nôtre bleef bewaard.

Net zoals Jardin Luxembourg is het Jardin des Tuileries één van de parken waar je gratis een stoel kan nemen en gaan zitten waar je wil. De tuin heeft ook enkele grote fonteinen, twee bassins, talloze standbeelden en twee musea, de Galerie Nationale du Jeu de Paume en het Musée de l’Orangerie, waar de Lelie schilderijen van Claude Monet tentoongesteld worden. Deze twee gebouwen zijn de enige restanten van het vroegere Tuileries Paleis.

Hoe anders verliep de geschiedenis van het bijbehorende Tuileries Paleis. Dit paleis vormde een geheel met het Louvre en sloot de binnenplaats af op de plek waar nu de overgang naar de Tuilerieën is. Napoleon gebruikte het Tuileries Paleis alleen als zijn werkpaleis. Hij woonde samen met Joséphine de Beauharnais in het buitenverblijf Malmaison. Hij liet het paleis inrichten in de zogenaamde Empirestijl. In 1871 bij het neerslaan van de Commune van Parijs werd het paleis ernstig verwoest en in 1882 tenslotte helemaal afgebroken.

Men zegt dat het Tuileries Paleis het mooiste paleis van Parijs was, gezien de bovenstaande illustratie moet dat redelijk kloppen. Er zijn dan ook plannen om het geheel na te bouwen en er wordt driftig naar een sponsor gezocht.


Arc de Triomphe du Carrousel

Gebouwd: 1805
Architecten: Perrier en Fontaine
Opdrachtgever: Napoleon Bonaparte
icono-mapa-65

Arc du Carrousel Parijs

Om van de Tuilerieën naar het Louvre te gaan, kom je onder de Arc de Triomphe du Carrousel terecht. Deze triomfboog werd in 1805 gebouwd in opdracht van Napoleon Bonaparte. Dit allemaal ter ere van zijn glorieuze leger en het feit dat hij tot koning van Italië werd gekroond. De boog hoorde vroeger bij het boven beschreven Tuilerieënpaleis en is gebouwd naar een voorbeeld van de Boog van Septimius Severus in Rome. Er zit meer Italiaans verhaal aan de 'Petit' Arc de Triomphe. Napoleon eigende zich in 1797 de vier paarden van de San Marco basiliek uit Venetië toe, maar deze werden teruggegeven in 1815. De huidige kroon op het werk, de vierspan met de Godin van de Vrede, werd dus pas later in 1828 geplaatst.
De reden waarom de Parijzenaren de Arc vaak 'Petit Arc de Triomphe' noemen is goed te begrijpen als men er onder gaat staan en westelijk richting La Defense kijkt, zijn grotere broer staat op 5 km en de nog grotere Grand Arche de la Defense op een goede 11 km.
Leuk is om te weten dat je de hele tijd over een ondergronds winkelcentrum hebt gelopen. Het winkelcentrum, Carrousel du Louvre, is niet al te groot maar vooral bekend om zijn omgekeerde glazen pyramide.


Louvre

Gebouwd: 12e eeuw
Opdrachtgever: Philips-Augustus II
icono-mapa-65


Toegankelijk en gratis voor invaliden (en één begeleider), bij het tonen van een invalidenkaart.

De geschiedenis van het Louvre gaat terug naar het einde van de 12e eeuw, toen Philips-Augustus II, voordat hij op 3e kruistocht ging, een vesting aan de rivier liet bouwen om Parijs te verdedigen tegen de invallen van de Saksen.

De naam Louvre moeten we zoeken uit de vertaling van het Saksische woord ‘Leovar’, wat ‘versterkte woning’ betekent. Het oorspronkelijke gebouw nam ongeveer eenvierde van het huidige Cour Carrée in. De koningen verkozen in de beginperiode van het Louvre nog een verblijf op Ile de la Cité. Toen, dankzij Filips IV de Schone, de Orde der Tempeliers verdween, werd het Louvre tevens de lokatie waar de koninklijke schatkist zijn onderkomen vond. De Tempeliers waren jarenlang de schatkistbewaarders geweest en gebruikten de Tempel, hun hoofdkwartier in Parijs, als kluis.

In de 14e eeuw besloot Karel V, ook bekend als Karel de Wijze, om de vesting tot zijn verblijfplaats te maken en liet er de beroemde bibliotheek bouwen. Dit is het eerste begin van het grootste museum ter wereld, groots in de betekenis van kunstschatten. In 1546 liet Frans I de oude vesting afbreken en op de fundamenten een paleis bouwen, dat meer aan de smaak van de Renaissance beantwoorde. De werkzaamheden werden voortgezet door Hendrik II en Caterina de Medici, die opdracht gaf om het Tuileries paleis te bouwen op de plaats waar eens een dakpannenfabriek stond, vandaar de naam Tuileries. Dit alles werd verbonden met het Louvre door een vleugel, die zich tot aan de Seine moest uitstrekken. De herbouw en uitbreidingen werden vervolgens voortgezet door Hendrik IV. Hij liet het Pavillon de Flore bouwen. Lodewijk XIII en Lodewijk XIV lieten het Cour Carrée voltooien.

Toen Lodewijk XIV in 1682 naar Versailles verhuisde, werden de werkzaamheden bijna helemaal stilgelegd. Het paleis verviel uiteindelijk zodanig, dat er in 1750 zelfs over werd gedacht om het maar af te breken. De werkzaamheden, onderbroken door de Revolutie, worden hervat door Napoleon. De noordelijke vleugel werd voltooid in 1852 onder Napoleon III. In 1872, tijdens de Commune, brandde het Tuileriespaleis af. Het Louvre kreeg toen de aanblik die het nu nog steeds heeft. Voor het publiek werd het pas opengesteld op 10 augustus 1793, tot 1855 alleen op zondag geopend, en sindsdien heeft het de functie van museum behouden.

Louvre Parijs

Het Louvre nu is een gebouw met een ongekende kunstwaarde en groots van afmetingen, alleen de voorgevel aan de Seine-oever is al 650 meter lang. De binnenplaats wordt sinds 1989 ‘versierd’ door een 21 meter hoge en 34 meter brede glazen piramide. Deze werd door de Amerikaans-Chinese architect Ieoh Ming Pei ontworpen en heeft de nodige discussies opgeleverd. Het glas wat hiervoor gebruikt is, spiegelt niet en is kleurloos. Een eis van de opdrachtgevers was namelijk dat de ingang absoluut geen schaduw mocht werpen op géén van de schitterende gebouwen op de binnenplaats. De piramide heeft (had) een opmerkelijk record, het is de duurste museumingang ter wereld, 20.000.000 francs.

Wellicht één van de meest bekende kunstwerken die binnen te zien is, is wel de Mona Lisa van Leonardo da Vinci. Andere bekende werken zijn o.a.: de Venus van Milo en de Nike. In het totaal zijn hier meer dan 400.000 kunstwerken, waarvan ca. 38.000 te bekijken zijn voor het publiek, en dat zijn er ca. 8.000.000 per jaar. Dit alles wordt in goede banen geleid door een team van zowat 2300 mensen, waarvan de helft bewaker zijn.

Cour Carree, de mooist verlichte plek in Parijs

Louvre Parijs

Sommigen zullen het niet met me eens zijn, maar volgens mij één van de mooiste plekjes voor een avondfoto in Parijs. Het Cour Carree, de vierkante binnenplaats, behorend bij het Louvre. Wat een prachtige, indrukwekkende en vooral ’s avonds rustige plek, soms op een prettige manier ‘verstoord’ door een muzikant die in één van de doorgangen zijn centjes probeert te verdienen.
Maar zonder dat je het misschien weet sta je hier bovenop het oudste gedeelte van het Louvre, maar om er iets van te zien moet je onder de grond kunnen kijken. Daar liggen funderingen van de donjon met daaromheen die van het middeleeuwse fort wat Filips Augustus in de 12e eeuw liet bouwen. Het moest helpen de stad te verdedigen tegen de invallen van de Vikingen die met hun boten de Seine opvaarden. En Filips zelf….., die vertrok naar het Heilige Land om deel te nemen aan de 3e Kruistocht. Heeft eigenlijk daar nooit gevochten, kreeg ruzie onderweg met Richard I van Engeland, maar dat terzijde. Het Louvre werd een verdedigingstoren met een opslagplaats voor wapens en had de functie van gevangenis. Toen in 1307 de Tempeliers werden verboden, werd het Louvre ook het onderkomen van de Koninklijke schatkist. De Tempeliers waren eerder de beschermers van de Koninklijke schatkist, die ze hielden in hun hoofdkwartier een paar kilometer verderop aan de rand van de huidige wijk Marais. Pas vanaf 1360, ten tijde van (koning) Karel V, werd het een koninklijk paleis. Tijdens Engelse overheersing werd er veel geplunderd, voor Frans I de reden om in 1546 alles plat te gooien en een nieuw paleis neer te zetten. De daarop volgende vorsten droegen allemaal wel een steentje bij en het werd groter en grootser.

Parijs is één van de meest druk bezochte steden ter wereld. Daarom heeft parijsmijnstad in samenwerking met TicketBar een selectie gemaakt van de beste attracties van de stad.
Met deze extra service heb je de mogelijkheid om een lange wachtrij te ontlopen. Onderschat dit niet, bij de ingang van het Louvre, Musée ‘d Orsay, Arc de Triomphe, Tour Montparnasse of bijvoorbeeld de Eiffeltoren staan meestal lange rijen met mensen te wachten voor de kassa.
Een uur tot anderhalf uur wachten is bijvoorbeeld bij het Louvre vaak geen uitzondering. Met een kaartje van TicketBar krijg je in veel gevallen het toegangskaartje direct per mail toegestuurd (lees de beschrijving per attractie) of in de andere gevallen kun je het kaartje ophalen op een vooraf aangegeven adres, maar in beide gevallen loop je met een glimlach de wachtrij voorbij.
Daarnaast heeft TicketBar een aantal leuke combinaties gemaakt en zijn er op een aantal attracties leuke kortingen op de entreeprijs.

Onze tip, bestel vooraf een kaartje voor het Louvre en je loopt zo langs alle wachtende mensen naar binnen.


Musée l'Orangerie

Gebouwd: 1632
Architect: Firmin Bourgeois
Opdrachtgever: Stad Parijs
icono-mapa-65

Musée de l’Orangerie is een museum in de Tuilerieën van Parijs. Zoals de naam al doet vermoeden is het gebouw een vroegere oranjerie. Net als zijn buurman, het museum Jeu de Paume, is het vanaf 1921 een museum geworden. In het museum hangen een aantal schilderijen uit het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw.

Het museum is vooral bekend door de serie waterlelies (frans: Nymphéas) van de Franse impressionistische kunstschilder Claude Monet (1840 - 1926). Deze grote doeken hebben als onderwerp de waterlelies in Monets tuin in Giverny. Licht, de breking van het licht en kleur spelen een grote rol in deze serie. Ze zijn gemaakt in de periode 1914 - 1926, de laatste jaren van zijn leven. De gewaagde kleuren van de meest recente doeken zouden het resultaat zijn van een oogziekte.

Er zijn ook werken van andere bekende kunstenaars zoals Auguste Renoir (Jeune Filles au Piano), Paul Cézanne (Le Rocher Rouge), Pablo Picasso (La Grande Baigneuse), Chaïm Soutine en Rousseau. Ook zijn er beelden van Rodin te bewonderen.


Palais Royal

Gebouwd: 1632
Architect: Jacques Lemercier
Opdrachtgever: Kardinaal Richelieu
icono-mapa-65

Het overgrote deel van het Palais Royal dateert uit de 18e eeuw en werd opgetrokken in opdracht van de hertogen van Orleans, een zijtak van de koninklijke familie.

Palais Royale Parijs

Het Palais omvat helaas nog maar een klein gedeelte (Galerie des Proues) van het oorspronkelijke Palais Cardinal, dat Kardinaal Richelieu (zie foto) op deze plaats had laten bouwen in 1632. Na de dood van Richelieu werd Lodewijk XIII de nieuwe eigenaar, die er trouwens maar weinig plezier aan beleefde aangezien hij enkele jaren later stierf. Het mooie Cour d’Honneur leidt via een dubbele galerij (1835) naar de tuin. Lodewijk XIV sleet hier zijn eerste levensjaren. Toen Lodewijk met zijn moeder moest vluchten voor de Fronde, een opstand in Frankrijk die zich afspeelde tussen 1648 en 1653, keerde hij niet meer terug naar Palais Royal, maar ging hij wonen in Versailles. Het paleis kwam in handen van Henriëtte van Frankrijk, de weduwe van Karel I. Na haar dood erfde haar dochter Henriëtte Anne en haar man Filips I, hertog van Orléans en broertje van Lodewijk XIV, het paleis. De jaren daarna bleef het in handen van de familie Orléans.
Tijdens het regentschap van Lodewijk XIV werden er de beruchte libertijnse banketten gehouden. In de periode voor de revolutie was de eigenaar Louis-Philippe-Joseph, later bijgenaamd Philippe Égalité. Deze kwam zonder geld te zitten en liet een deel van de tuin afbreken. In plaats daarvan bouwde hij rondom een gebouw met vertrekken en boetiekjes die hij verhuurde. Deze Philippe Égalité zou later voor de doodstraf stemmen in de rechtzaak tegen zijn neef Lodewijk XVI, maar ook hijzelf zou uiteindelijk onder het hakmes terecht komen in 1793.

In de periode van Philippe Égalité werd Palais-Royal een zeer levendig oord met een slechte reputatie. Er waren heel wat goklokalen en iedereen kwam er om te brassen, de hoeren te bezoeken of keet te schoppen. Onder de gaanderijen lokten café’s en speelzalen massa’s volk. Over de prostitutie in het Palais-Royal in die periode (eind 18e, begin 19e eeuw) zou een hele studie kunnen gemaakt worden. Er verschenen ook een groot aantal brochures: een soort gidsen waarin de schoonheden beschreven stonden, tesamen met hun tarieven. ‘Marie, groot en blond, bleek gezicht, rotte tanden, slechts 3 pond........ maar bij afdingen, 1 pond en 4 cent.’ Hier kwamen de revolutionaire sprekers en werd het volk opgehitst tegen het koningshuis. Camille Desmoulin riep hier in het Palais Royal op 12 juli 1789 uiteindelijk het Parijse volk op naar de wapens te grijpen. In de vijver waar Lodewijk XIV als kind bijna verdronk, werd uit boosheid een volksvertegenwoordiger gegooid. De revolutie was geboren...........op naar de Bastille!

Jardin Palais Royale Parijs

Nu is het Palais Royal veel braver geworden. De huidige bewoners genieten het grote voorrecht te leven bij een rustige tuin in het hartje van Parijs. Slechts enkele handelszaken in postzegels, juwelen, binnenhuisdecoratie en antiquiteiten houden nog stand. Pogingen om de plek te reanimeren zijn mislukt. Tegenwoordig is het ministerie van cultuur en de Franse Raad van State in het paleis ondergebracht.
Aan de voorkant, Place Colette, ligt het Comédie-Française. Het staatstheater van Frankrijk, werd opgericht bij decreet van Lodewijk XIV. De Franse toneelschrijver en acteur Molière (Jean Baptiste Poquelin), kan beschouwd worden als de wegbereider voor de Comédie-Française. Molière ging hier dood (1673) in het harnas, hij ‘speelde’ in één van z’n ontelbare toneelstukken dat hij zou sterven in een stoel. Hij stierf in dit toneelstuk, op het podium, in de bewuste stoel. Een andere versie is dat hij viel, de leunstoel die zijn val brak staat als ‘bewijs’ in de foyer.

De manier waarmee Parijs met oud en nieuw weet om te gaan staat vaak in discussie, maar hier bij Palais Royal hebben ze, volgens mij, laten zien hoe het moet. Twee in het oog springende kunstwerken en ze passen allebeide perfect in hun oude omgeving. Maar ik ben me bewust dat velen het niet me eens zijn.

Palais Royale Parijs

Les Deux Plateaux

Daniel Buren (1938), maakte in 1986 op het Cour d’Honneur een kunstwerk van 280 zwart-witte zuilen. De gestreepte zuilen, op ongelijke hoogte, beslaan een oppervlakte van 3.000 m2. Het kunstwerk kreeg de naam 'Les Deux Plateaux', maar is meer bekend onder de naam 'Collones des Buren'. De opdracht werd gegeven door de toen huidige socialistische minister van cultuur Jack Lang, maar de rechtse burgemeester Jacques Chirac (latere president van Frankrijk) voerde de politieke strijd tussen links en rechts zover door dat het plan zelfs een poosje werd stilgelegd. Na amper tien jaar moesten de Collones alweer worden gerenoveerd, de kosten waren maar liefst € 5.000.000. Zoek de put met een zuil onder de grond en probeer een muntje op de zuil te gooien. Blijft het muntje liggen, dan kan het geluk niet op (zeggen ze).
Palais Royale Parijs

Sphérades

Pol Bury (1922-2005), maakte in 1985, onder het presidentschap van François Mitterand, twee sculpturen met glanzende bollen bij de Galerie d'Orleans. Bury, een Belgische kunstenaar, heeft meerdere fonteinen gemaakt met als basis staal en de beweging van het water. Hij begon zijn carriere als kunstschilder en was lid van de bekende Cobra-groep. Minder bekend en zeker niet zo spraakmakend als de 'Collones des Buren', maar niet minder opvallend tussen de oude galerijen van het vroegere Palais Cardinal, het huidige Palais Royal. De Sphérades zijn een tweetal fonteinen met ieder 17 glanzende bollen van roestvrij staal, gedrapeerd op een achthoekige schaal. Vooral met veel zon en een stralend blauwe hemel is het een prachtig gezicht en kunnen de bollen haast fungeren als spiegels.


Place Dauphine

Gebouwd: omstreeks 1607
Architect: Achille de Harlay
Opdrachtgever: Hendrik IV

Je loopt in de drukte van Île de la Cité, duizenden auto’s per uur rijden over de kades van het eiland, je slaat Rue de Harlay in en loopt langs het grootse Palais de Justice en dan ineens……een oase van rust en één van de mooiste pleintjes van Parijs.
Het Place Dauphine is een driehoekige plein dat in de punt uitkomt op de Pont Neuf. Deze oudste brug van Parijs is de eigenlijke reden van dit plein, want eind 16e eeuw lagen hier drie eilandjes die aan elkaar werden gesmeed ten behoeve van de bouw van deze eerste stenen onbewoonde brug van Parijs. Het Jodeneiland (Ile aux Juifs), het Îlot de la Gourdaine, het Ile du Patriarche en zelfs een mogelijk vierde eiland, het Koeieneiland (Ile aux Bœufs) wat meer een zandbank was dan een eiland, werden verenigt met het grote Île de la Cité.
Al tijdens het koningschap van Hendrik IV werd er besloten om op de onstane driehoek particuliere woningen te bouwen. De naam voor het plein was sneller gevonden dan gemaakt, men had er namelijk lang op moeten wachten, maar tijdens de bouw van de brug werd er een kroonprins (dauphin) geboren, de latere koning Lodewijk XIII.

Ga even zitten op één van de bankjes of terrasjes en je waant je in een dorpje in de provincie. ‘s Avonds zijn er een paar gezellige restaurantjes geopend, in het weekend wordt er vaak een spelletje jeu de boules gespeeld en overdag zijn er een paar piepkleine terrasjes voor een heerlijke koffie (of iets anders).

Place Dauphine Parijs

Ik zou er niet over schrijven als ook dit niet weer een plek met geschiedenis zou zijn.
Op vrijdag 13 oktober 1307 kwam er in opdracht van Philips IV de Schone een einde aan de Tempeliersorde. De Orde van Tempeliers was een machtige monnikenorde die zich ook wel de ‘Soldaten van Christus’ noemde. Ze hadden grote rijkdommen vergaard in het midden-oosten, waren grootgrondbezitters en het waren de eerste bankiers van Europa en daarmee rijker geworden dan de koning zelf, die dankzij de vele oorlogen spreekwoordelijk geen nagel had om aan zijn kont te krabben. Ook wordt er door sommigen beweerd dat de Tempeliers de bewaarders waren van de Heilige Graal. De San-Greal, de schaal of beker waarin bloed van Christus is opgevangen tijdens zijn kruisiging of de beker die is gebruikt bij het Laatste Avondmaal, of misschien wel de speerpunt waarmee Christus werd gestoken tijdens de kruisiging. In de film Da Vinci Code wordt zelfs beweerd dat ze de beschermers zijn van de nakomelingen van Christus, en daarmee na de Katharen de bewakers van zijn bloedlijn, de Sang-Real.
Maar dat terzijde, of het Filips nu ging om de macht, de kennis en/of het vele geld, we zullen het nooit weten. Misschien was het wel de teleurstelling én de boosheid dat hij geweigerd was om plaats te mogen nemen in de orde. De koning beschuldigde uiteindelijk de Tempeliers van ketterij, homofilie, het aanbidden van de duivel en nog meer onzinnige dingen. De bewaarders van de ‘Heilige Graal’ waren in ieder geval zeer goed in verstoppen, want de Graal maar ook hun grote geldschatten zijn tot op de dag van vandaag nooit gevonden.

Op het Ile aux Juifs (het Jodeneiland), één van de vroegere eilandjes, werden op 18 maart 1314 de Grootmeester van de Tempeliersorde Jacques de Molay, en een aantal andere hoogwaardigheidsbekleders van de Orde, levend verbrand. Dit na een jarenlang belachelijk schijnproces en bekentenissen onder vele martelingen. Volgens de overlevering sprak Jaques de Molay vlak voordat hij op de brandstapel stierf een vloek uit over de koning en zijn stroman Paus Clement V. De echte zondaars zouden binnen één jaar sterven. De paus stierf binnen twee maanden aan iets wat wij tegenwoordig maagkanker noemen. Later bleek dat de paus, aan de macht gekomen dankzij de koning, absolutie had verleend en zelfs vergiffenis had gevraagd, maar koning Filips IV besliste anders. Philips IV zelf viel een paar maanden later tijdens de jacht van zijn paard en overleed aan zijn verwondingen.

Waar is het dan allemaal precies gebeurd? Dan moet je toch even naar de brug lopen en achter de kont van het paard, waar de opdrachtgever van de brug op zit, is een trapje naar beneden. Voordat je het kleine parkje inloopt draai je je om naar de muur en zie daar.

De dag van de opheffing van de Orde, is men sindsdien blijven zien als ongeluksdag, vrijdag de 13e.

Place Dauphine Parijs


Place Vendôme

Gebouwd: 1687 tot 1720
Architect: Hardoin Mansart
Opdrachtgever: Lodewijk XIV

Place Vendome Parijs

De werkelijke oprichters van het Place Vendôme waren vijf financiers die van dit kale stuk grond, in de 17e eeuw, een pronkstuk wilden maken (én er grof geld mee wilden verdienen). De minister van Lodewijk XIV, Jean-Baptiste Colbert stak er een stokje voor, maar direct na zijn overlijden wist Hardouin Mansart, zelf één van speculanten, de koning toch te overtuigen. En zo kocht de koning het Hôtel Vendôme, waarna Mansart het bouwplan uitvoerde voor een rechthoekig plein, dat op de Rue de St.-Honore zou uitkomen. Om de koning te plezieren werd er in het midden een ruiterstandbeeld geplaatst, waar Girardon de opdracht voor kreeg. Een ingang zou in de vorm van een triomfboog moeten worden gemaakt, maar de oorlog van 1688 verhinderde het plan en de koning schonk alles in 1689 aan de stad Parijs, met als verplichting dat aan de wensen van Mansart zou worden voldaan. Elk huis zou er aan de voorkant gelijk uitzien, wat in die tijd wel vaker gebeurde, en achter de gevel mocht een ieder zijn eigen ontwerp maken. De kopers waren allemaal financiers en speculanten. Mansart heeft hier zelf ook nog gewoond. Het ruiterstandbeeld werd in 1792 vernield en hiervoor in de plaats kwam, op bevel van Napoleon, in 1806, een 44 meter hoge zuil naar voorbeeld van de zuil van Trajanus in Rome.
De zuil werd gemaakt van 1200 kanonnen die Napoleon buitmaakte bij de slag in Austerlitz. Bovenop de zuil stond Napoleon, uitgebeeld als Romeins krijgsheer. Napoleon was een groot bewonderaar van Caesar, wat zeker te zien is in allerlei monumenten in de stad. De opvolgers van Napoleon, de Restauratie, haalden hem er af en smolten hem om tot Hendrik IV, die elders in de stad geplaatst werd. Bovenop de zuil kwam toen een grote lelie. Louis-Philippe liet er in 1833 weer een Napoleon, iets minder dictatorachtig, opzetten. Napoleon III wilde de familie-eer weer herstellen en veranderde het weer in een Romeins veldheer, compleet met lauwerkrans. Tijdens de Commune werd het wéér omvergetrokken, waarvan de schilder Gustave Courbet de schuld kreeg. Tijdens de daaropvolgende Derde Republiek, besliste men dat het op zijn kosten moest worden gerestaureerd. Of hij ooit heeft betaald.....hij emigreerde naar Zwitserland. Alleen over de zuil zou je al een boek kunnen schrijven.

Nu is het Place Vendôme een centrum van dure winkels (o.a. Cartier) en in de omgeving zijn een aantal onbetaalbare hotels. Op nummer 15 van het plein zelf misschien wel de meest bekende, Hôtel Ritz. Het perceel werd in 1705 van de stad Parijs gekocht door Antoine Bitaut de Vaillé die er een herenhuis liet bouwen. Bekende bewoners waren de hertogin de Gramont (het huis stond sindsdien bekend als Hôtel de Gramont) de maarschalk De Lautrec en de markies De Villette. In 1897 werd het onder architectuur van Charles Mewès verbouwd tot hotel, in opdracht van César Ritz die het op 1 juni 1898 opende. In 1979 verkocht de familie het hotel Ritz aan de Egyptische zakenman Mohamed Al-Fayed, die het niet alleen kocht, maar ook grondig liet verbouwen. In 1997 bezocht Al-Fayed's zoon Dodi het hotel samen met zijn vriendin Diana Spencer. Het paar werd door een chauffeur van het hotel weggebracht en verongelukte bij de Pont de l'Alma. Van de vier inzittenden overleefde alleen de bodyguard van Dodi het ongeluk.
Coco Chanel had 35 jaar lang een appartement in het Ritz Hotel en overleed daar in 1971 op 87-jarige leeftijd. Zij werd waarschijnlijk door de magische vormen van het plein Place Vendome geinspireerd voor de wijzerplaat van haar beroemde horloge premiere. Verder had de hertog van Windsor er een sprookjesachtig appartement en logeerden er vele beroemde acteurs en actrices. Het is nu nog steeds zeer favoriet bij de rijkelingen der aarde, die de laatste jaren even geduld moesten hebben. Vanaf 2012 tot 2016 stond het Ritz namelijk in steigers en werd het voor een slordige 200 miljoen euro’s aangepast aan de moderne tijd.


Jeanne d'Arc

Jeanne d'Arc in het goud......
Het kan soms vreemd lopen, in 1431 op het schavot en in de brand, nu op een sokkel en in het goud op het mooie Place des Pyramides. Wilde na Orléans ook Parijs bevrijden van de Engelsen, werd verraden en bedrogen en verloor daardoor de strijd. Ze werd veroordeeld tijdens een oneerlijk proces door de (Engelsgezinde) geleerden van de Sorbonne tot levenslange gevangenisstraf. De Engelsen gingen een stapje verder en veroordeelden haar tot de doodstraf. De koning en kerk gaven na 25 jaar al toe dat er gruwelijke fouten waren gemaakt, Jeanne werd gerehabiliteerd. In 1920 heilig verklaard en vanaf 1922 patrones van Frankrijk. Patrones van de radio en telegrafie omdat zij vanaf haar 13e jaar hemelse stemmen hoorde in haar hoofd.



Pont Neuf

Gebouwd: 1578 tot 1604
Architect: Jean Baptiste Androuet du Cerceau
Opdrachtgever: Hendrik III
icono-mapa-65

Het is, ondanks zijn naam, de oudste nog bestaande brug van de stad en met 238 meter de op drie na langste brug van Parijs. De Pont Neuf werd tussen 1578 en 1604 gebouwd naar een ontwerp van Jean Baptiste Androuet du Cerceau. De brug heeft twaalf rondbogen en bestaat uit twee delen. Een deel bestaande uit vijf bogen dat de linkeroever verbindt met het Île de la Cité, en een deel van zeven bogen dat het eiland verbindt met de rechteroever van de Seine.

Pont Neuf Parijs

Het was Hendrik III die in 1578 de eerste steen legde en daarmee het startsein gaf tot het bouwen van de brug en Hendrik IV die, in 1604, deze eerste ‘onbewoonde’ brug opende. Nou ja, opende? Hij liep over een plank, de brug was nog niet helemaal klaar, van ene kant naar de andere kant om er zeker van te zijn dat hij de eerste was. Achteraf was deze waaghalzerij niet nodig geweest, hij overleefde de bouw van de brug.
In die tijden was het gebruikelijk dat er huizen op de bruggen stonden, met aan elke kant een versterkt kasteel (Châtelet), een Grand voor de rechtspraak en een Petit voor de het heffen van de tol. Maar Hendrik IV zag meer in een mooie brede brug met als mogelijkheid om er te flaneren en elkaar te ontmoeten. Daarnaast gebeurde het regelmatig dat de houten bruggen in elkaar zakten door het gewicht van de huizen. Het werd een regelrecht succes, de onbebouwde brug werd een graag geziene plek. Allerlei activiteiten vonden hier plaats zoals, voorstellingen, voordrachten, muziek, het houden van duels, de uitvoeringen van lijfstraffen en de handel wat uiteraard ook weer zakkenrollers en oplichters aantrok.

Deze Hendrik IV was een zeer geliefd vorst en had begrip voor zijn onderdanen. Een bekende uitspraak van hem was; “Elke Parijzenaar moet minstens éénmaal per week een kip in het pannetje kunnen eten”. In het midden van de brug staat dan ook een standbeeld ter ere van Hendrik IV, die men ook wel “Vert Galant” noemde, vrij vertaalt “de Oude Snoeper”, dit omdat hij niet vies was van het vrouwelijk vlees. Het beeld van Hendrik IV (zie foto) is niet het origineel wat is geplaatst in 1614. Ook deze werd, zoals alle koninklijke beelden, tijdens de Revolutie vernield. In 1818 werd het weer teruggezet, wel in zijn originele vorm, maar gegoten uit het metaal van twee beelden van Napoleon.

Helaas voor het volk werd hun geliefde Hendrik op 14 mei 1610 vermoord door de fanatieke jezuïet Jean-François Ravaillac. Hendrik IV was van oorsprong een Calvinistische leider, maar hij had zijn geloof afgezworen voor de troon van Frankrijk en was katholiek geworden, met al weer een bekende uitspraak van hem; ”Parijs is mij wel een mis waard”. Enkele jaren later was het juist hij, die in 1598 met het Edict van Nantes, de godsdienstvrijheid voor de Hugenoten bewerkstelligde en zo in katholieke kringen veel vijanden maakte. Oh, en zoals te doen gebruikelijk, Ravaillac werd gevierendeeld op Place de Greve.
De bekende kunstenaar Christo ‘pakte’ de brug in, tussen 23 september en 6 oktober 1985. Gelukkig maar voor twee weken......


La Samaritaine

Gebouwd: 1869
Verbouwd: 2008 tot .......

Hendrik IV Parijs

Het eerste grote warenhuis van Parijs, tegenover Pont Neuf, met op de 9e verdieping een prachtig uitzicht over Parijs. Lift gaat tot de 8e verdieping, trappie op naar boven en zie daar, een prachtig uitzicht. De naam Samaritaine is te 'danken' aan de pest. In de middeleeuwen was ook in Parijs deze moordende ziekte een groot probleem.
200.000 mensen vonden de dood en het meeste werd veroorzaakt door het verontreinigde water en ongedierte. Uiteindelijk werd er een drinkwaterinstallatie gebouwd aan de oever van de Seine, met een bas-reliëf van de barmhartige Samaritaan, die van 1609 tot 1813 in gebruik was. Op déze plek, bij de Pont Neuf, werd jaren later een warenhuis gebouwd en vernoemd naar de Samaritaine, die hier vroeger misschien wel vele levens heeft gered. Het warenhuis werd gebouwd in Art-Deco stijl en het aangeboden assortiment is een beetje te vergelijken met Printemps en Galeries Lafayette. Het heeft in de daarop volgende jaren vele verbouwingen gekend en groeide uit tot één van de meest vooraanstaande warenhuizen van Parijs.

Op 15 juni 2005 sloot La Samaritaine onverwachts haar deuren, volgens de directie wegens veiligheidsredenen. Volgens de vakbonden ging het echter om een langdurige reorganisatie. Verwacht werd dat de situatie nog een aantal jaren zou duren. Op 6 juni 2008 presenteerde de directie een verbouwingsplan. La Samaritaine zou in de toekomst onderdak moeten bieden aan winkels, kantoren, een hotel, en woningen voor de lagere inkomens. Elk jaar komen er wel weer veranderingen in de planning en een nieuwe openingsdatum. Volgens de laatste gegevens zou het niet 2013 maar 2015 gaan worden. Benieuwd of we dan weer kunnen genieten van het uitzicht op de 9e verdieping.

Tegenwoordig is een prima vervanger het dakterras van Lafayette, oké niet op de 9e maar op de 7e, maar ook daar is het uitzicht mooi en de de koffie van een echte Barista is van de allerbeste kwaliteit.


St.-Eustache

Gebouwd: 1532
Architect: Lemercier
Opdrachtgever: Frans I

Met je gezicht richting Centre Georges Pompidou, aan je linkerhand de plek waar vroeger de hallen stonden en met je rug naar de St.-Eustache. Geen enkele plek in Parijs heeft meer stof doen opwaaien dan de afbraak in 1972 van de befaamde markthallen van Baltard. Het ging hierbij immers niet alleen om een verkeersprobleem of een uit hygiënisch oogpunt begrijpelijke maatregel, maar om de afbraak van ‘een onderdeel’ van Parijs. Émile Zola beschreef het uitvoerig in zijn roman ‘de buik van Parijs’. Een diepgewortelde historie en niet te vergeten, één van de meest opmerkelijke structuren van ijzeren bouwtechnieken. Al eeuwenlang was dit de plek waar de handel bedreven werd en het had een zeer sterke sociale functie.
Honderden kleine cafés en eethuizen serveerden hier de bekende uiensoep en de Pied de Cochon (varkenspoot), om de toen verkleumde lichamen van de marktkooplui te doen verwarmen. Als je anno nu hier rondloopt is het een nog veelvoorkomend onderdeel op de menukaart, alleen nu voor de toeristen die hier in grote getale aanwezig zijn.

De enorme verkeerschaos was misschien wel de grootste reden dat de markten werden ‘verplaatst’ naar Rugnis, het immens grote industrieterrein van Parijs. Nu is er nog steeds wel de drukte van het verkeer, maar die is boven de grond niet te merken. Er is een geweldige ondergrondse verkeersader gemaakt, een aantal parkeerterreinen en in 1977 werd hier het grootste RER/metrostation ter wereld geopend. Boven de grond werden nieuwe huizen gebouwd waarvan de huren niet te betalen zijn. Veel van de oorspronkelijke bewoners zijn dan ook verhuisd naar elders in de (buiten)steden. Een grote groenstrook werd aangelegd voor de St.-Eustache, en op die plek is onderstaande foto genomen.

St.-Eustache Parijs

De St.-Eustache is altijd de kerk van de Hallen geweest.
Door een gift van Frans I in 1532 kon worden begonnen met de bouw, op de plek waar ooit al eens een kerk had gestaan. Het duurde echter tot 1637 voordat de op één na grootste kerk van Parijs in gebruik kon worden genomen. Wat afmetingen betreft kan hij namelijk wedijveren met de Notre-Dame, de kerk meet 106 meter en het middenschip heeft een hoogte van 34 meter en dat is bijna net zo hoog als de Notre-Dame. De kerk was in eerste instantie bestemd voor de gilden van de bij de Hallen werkzame kooplieden.

De St.-Eustache is een ‘rijke’ kerk, door de vele bekende persoonlijkheden die hier begraven liggen en de schenkingen van vele schilderijen en sculpturen. Hier zijn de graven van o.a. La Fontaine, Rameau, de moeder van Mozart, en niet te vergeten Colbert, de belangrijkste minister van Lodewijk XIV, voor wie Le Brun in de zevende zijkapel een grafmonument ontwierp. Richelieu, Madame de Pompadour en Molière werden hier gedoopt en Lodewijk de XIV deed hier zijn eerste commune, een belangrijke kerk dus.

De St.-Eustache wordt veel gebruikt als concertzaal, de akoestiek is fenomenaal. Berlioz voerde hier in 1855 zijn ‘Te Deum’ uit, in 1860 beleefde Liszt hier de eerste uitvoering van zijn ‘Messe von Gran’. Het mooie orgel, en grootste van Frankrijk, heeft maar liefst 8000 pijpen en werd in 1989 gebouwd door de Nederlandse orgelbouwer Jan van den Heuvel.

Les Halles Parijs

Carreau des Halles

update 2016: De Buik van Parijs krijgt 18.000 ramen.
In 2007 werd een prijsvraag uitgeschreven en waren Patrick Berger en Jacques Anziutti de architecten van het nieuwe Carreau des Halles. Prijskaartje maar liefst 1 miljard euro. Het meest opvallende is La Canopée, het dak van 25.000 m2 en 18.000 beweegbare glasplaten. Onder de grond nog steeds een groot aantal winkels, een gigantische parkeerplaats en daaronder één van de drukste metro- en treinstations van Parijs met 700.000 klanten per dag(!). Op 5 april 2016 werd het lintje doorgeknipt en werd het nieuwe centrum feestelijk geopend. Het omliggende park laat nog even op zich wachten tot 2018, maar aan de rand van het park staat de St.-Eustache kerk al vanaf 1532 op je te wachten………en is trouwens veel mooier. Oh ja, de kerk werd in 1844 na een brand gerestaureerd door Victor Baltard, die van de echt mooie Les Halles. 
Foto Carreau des Halles: www.parispropertygroup.com


St.-Germain l'Auxerrois

Gebouwd: 12e tot 15e eeuw
Architect: Hittorff
icono-mapa-65

St.-Germain-l'Auxerrois Parijs

Sinds de Merovingische tijd bevond zich niet ver van de rechteroever een kerk, of heiligdom, die gewijd was aan de Heilige Germanus, de in 488 gestorven bisschop van Auxerre. De kerk werd pas belangrijk toen Philips Augustus haar bij de stad had betrokken en tot kerk van een parochie had gemaakt. Toen de koningen in het Louvre woonden werd het de parochiekerk voor de koninklijke familie. Een rol van betekenis heeft de klokkentoren ‘Marie’ in de geschiedenis wel gehad. Het was op de vooravond van 23 augustus 1572, toen de klokken het begin inluiden van de Parijse Bloednacht, wat later als ‘Bartholomëusnacht’ de geschiedenis in zou gaan. De politieke en godsdienstige onlusten vinden in die nacht hun hoogtepunt. Hugenotenleider Admiraal Coligny, en meer dan 3.000 andere Hugenoten worden vermoord, tijdens de bruiloft van Hendrik van Navarra met zijn nicht Margaretha van Valois. De Seine was rood gekleurd van het bloed. Het complot was in het geheim beraamd door Catharina de Medici, kardinaal De Guise, Karel IX en de latere koning Hendrik III. Hendrik overleefde de moordpartij, maar enkele jaren later in 1594, zal hij zijn protestantse geloof ‘ruilen’ voor het katholieke koningschap. Bij zijn intocht in Parijs moet hij de veelzeggende woorden hebben gesproken; “Parijs is mij wel een mis waard”, en nu wil het dat de eerste mis dan ook in deze kerk heeft plaatsgevonden.
Onder het bewind van Napoleon heeft het voortbestaan van deze kerk aan een zijden draadje gehangen. Napoleon wilde een triomfweg aanleggen vanaf de Bastille naar het Louvre, maar dan had deze oude parochiekerk moeten verdwijnen omdat hij precies op de route lag. Pas jaren later toen Baron Haussmann het stedenbouwkundig voor het zeggen kreeg, werd dit plan definitief terzijde gelegd, omdat dit een afbreuk zou zijn aan de historie van Parijs, en zonde van de 300 lange jaren die eraan gewerkt zijn. Het is allang geen koningskerk meer, maar een kerk van de kunstenaars. De bekende architecten Le Vau en Soufflot liggen hier begraven.


St.-Roch

Gebouwd: 1653
Architect: Robert de Cotte
Opdrachtgever: Lodewijk XIV

De Saint-Roch werd in opdracht van Lodewijk XIV gebouwd, die samen met zijn vrouw Anna van Oostenrijk in 1653 zelf de eerste steen legde. Wegens geldgebrek lagen de werkzaamheden vanaf 1660 geregeld lange tijd stil. In 1701 werd onder leiding van de beroemde architect Jacques Hardouin-Mansart de Sagonne de bouw hervat. Het duurde echter tot 1736 voordat de voorgevel was opgetrokken.

St.-Roche Parijs

De kerk is in jezuïtische barokstijl ontworpen door Robert de Cotte. De St.-Roch is een bouwwerk met drie beuken, een dwarsschip en een ronde koorsluiting in klassieke stijl. Opvallend is de grote ovale Mariakapel in het verlengde van het koor, in 1706 ontworpen door Jules Hardouin-Mansart. De kerk bezit talloze kunstwerken. Veel beeldhouwwerken gingen echter verloren tijdens de Franse Revolutie, toen de kerk werd leeggeplunderd.

Het plein voor de kerk was op 5 oktober 1795 het toneel van een bloedige strijd. Een groep gewapende royalisten wilden via de Rue St.-Roche naar het Palais de Tuilerieës optrekken, om de daar aanwezige leden van de Nationale Conventie aan te vallen. Napoleon Bonaparte, die met de zorg voor de veiligheid van de Conventie was belast, liet de mannen voor de kerk neerschieten. Een aantal van hen beklom de gevel van de kerk, waar de kogelgaten nog te zien zijn.
In de kerk liggen onder meer de schrijver Pierre Corneille, tuinarchitect André Le Nôtre en Denis Diderot, voorvechter van de ‘verlichting’ begraven.

Een klikje wordt gewaardeerd!


→ Naar het 2e arrondissement

→ Naar boven

→ Naar HOME


→ Sitemap