Butte-Montmartre, het 18e arrondissement


is één van de meest bezochte wijken van Parijs. De oude schilderswijk en het uitgaansleven hebben een grote aantrekkingskracht op het toerisme. Maar de achteraf gelegen straatjes geven nog steeds het echte beeld van het vroegere dorp Montmartre. Matisse, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Renoir, etc. hadden hier hun atelier én stamkroegen. Boven op de berg ligt het schilderspleintje Place du Tertre met daarnaast de Sacré Coeur. De bonus voor de trappen naar boven is een adembenemend uitzicht over Parijs. Onder aan de berg een totaal andere wereld met de vele nachtclubs en sexshops en natuurlijk de vermaarde Moulin-Rouge. Maar wie het echte Montmartre wil zien moet de berg per voet gaan trotseren.

Een mooie wandeling, die voor een gedeelte door deze buurt loopt, is te bekijken en te downloaden op de wandelpagina.


Montmartre


icono-mapa-65

Montmartre Parijs

Tot in de 19e eeuw was Montmartre een boerendorp, gebouwd tegen een 134 meter hoge heuvel (La Butte) buiten Parijs. Ten tijde van de Revolutie telde het dorp iets meer dan 600 inwoners en maar liefst 40 molens. De bewoners bestonden voornamelijk uit molenaars en arbeiders die in gipsgroeves werkten. De naam van Place Blanche, het witte plein, doet ons herinneren aan deze tijd. Toen Baron Haussmann de hele stad Parijs op zijn kop zette, en de huren onbetaalbaar werden, verhuisden (lees vluchtten) veel Parijzenaars naar Montmartre. De huurprijzen waren betaalbaar en zeker net zo belangrijk, op de wijn werd geen tol geheven. Dat het een afzonderlijk dorpje was is nu nog te zien aan de kronkelige straatjes en de landelijke huisjes. Rond 1890 lag de bebouwing van Parijs echter al zo dicht tegen Montmartre aan, dat Montmartre werd opgenomen door Parijs. Hier ontstonden de danscabarets en daaromheen verzamelden zich bekende kunstenaars zoals Henri Matisse, Henri de Toulouse-Lautrec, Suzanne Valadon, Van Gogh, Pablo Picasso, Degas, Renoir en vele anderen.

Wat betreft het ontstaan van de cabarets en danslokalen zit ook hier weer een verhaal aan vast. In 1844 waren vier mannen van de molenaarsfamilie Debray betrokken bij gevechten met Kozakken, die Montmartre bezet hadden. Drie broers vonden de dood, maar de oudste bleef in leven. De drie zonen liggen trouwens begraven op de begraafplaats Calvaire (bij de St.-Pierre de Montmartre) en om het zware verlies te onderstrepen werd op de tombe een molentje geplaatst die bewust bloedrood werd geschilderd. Zo kwam volgens een onbewijsbare anekdote de Moulin Rouge eigenlijk aan haar naam, maar dat terzijde. De enige overgebleven zoon was door een bajonetsteek invalide geworden en aangezien hij daarom het zware molenaarsvak niet meer kon beoefenen, besloot hij van de molen een balzaal te maken.

Moulin Radet Montmartre Parijs

Moulin Radet, ter hoogte van 75 rue Lepic, wel goed naar boven kijken.

Hij serveerde bij het drinken een dun koekje, die de naam Galette (koekje) kreeg. En zo kreeg de molen de naam Moulin de la Galette, daarvoor droeg het de naam ‘Blute-Fin’. Het koekje wordt trouwens nog altijd gemaakt. Ook de molen is er nog en samen met Le Radet zijn het nog de enige twee overgebleven molens van de dertig die hier vroeger op de Butte stonden.

Een ander hoogtepunt van Montmartre, letterlijk en figuurlijk, is de Basilique Sacré-Coeur. Bovenaan de trappen bij deze kerk heb je een prachtig uitzicht op Parijs, maar het gebouw zelf is en blijft een soort grote suikertaart.

In de jaren dertig van de vorige eeuw verloor Montmartre zijn populariteit onder de kunstenaars. Montparnasse en de omgeving van de Boulevard St.-Germain waren toen dé plek. Schilders en schrijvers als Picasso, Miller, Stravinsky, Hemingway, Giacometti en vele anderen maakten van Montparnasse die jaren het culturele centrum van de wereld. Ze verzamelden zich daar in cafés als La Coupole, Brasserie Lipp en Cafe de Flore. Montmartre werd enige tijd vergeten, maar is sinds de jaren zeventig weer in opmars als toeristisch spektakel, ook al hebben sommige delen iets weg van een Noord-Afrikaanse souk.

Bijzonder leuk is een wandeling door het oude gedeelte van Montmartre (zie wandelen in Parijs). Beginnende bij de Rue Lepic en langs de nog dorpse straatjes zoekend naar de wijngaard, Dalida, La Maison Rose, serieuze Jeu de Boules spelers, Le Lapin Agile, de man uit de muur, Denis zonder hoofd, Poulbot, de ‘Ik hou van je muur’, de molens en zoveel meer wat dit gedeelte van Parijs tot mijn favorieten maakt.

Place Dalida Montmartre Parijs

Place Dalida, met het standbeeld (of moet je zeggen borstbeeld) voor de veel te vroeg gestorven, in Montmartre wonende, zangeres Dalida.

muur-ik-hou-van-je Montmartre Parijs

Le mur des je t’aime vind je op Square Jehan Rictus, vlakbij Place Abbesses. Op een oppervlakte van 40 m2 staat ‘Ik hou van jou’ geschreven in 311 talen. Frédéric Baron, componist en muziekschrijver, verzamelde de teksten en calligrafe Claire Kito schreef ze op.

Man-uit-de-muur Montmartre Parijs

Man uit de muur van Jean Marais, is te vinden op Place Marcel Aymé.

Le Consulat Montmartre Parijs

Le Consulat, een begrip op de Butte, vind je op het hoekje van rue Norvins de oudste straat van Montmartre.


Place Pigalle


icono-mapa-65

Moulin Rouge Parijs

Een vergissing die veel toeristen maken, is het in één adem noemen van Montmartre en Place Pigalle.
Fout, absoluut niet te vergelijken met elkaar. De Montmartre was het domein van kunstenaars terwijl Place Pigalle, beneden aan de voet van de berg, het centrum is van het nachtleven. Als de avond valt openen hier de bioscooptheaters, sexwinkels, dancings, nachtclubs en ontelbare cafés hun poorten, al dan niet ‘bewaakt’ met potige zware uitsmijters, om hun deel te krijgen van de naar lust en pret verlangende menigte. Een bont gezicht al die fel gekleurde lampen en neonbuizen. Eén van de meest bekende namen is natuurlijk de Moulin Rouge, het variététheater dat sinds 1889 bestaat, aan de Boulevard de Clichy. Hier ontstond de Can-Can, die in het begin een verboden dans was. De naam ‘Moulin Rouge’ heeft zij te danken aan het verhaal van één van de molens, aan de hoger gelegen Rue Lepic. La Galette, één van de laatste twee windmolens uit de 17e eeuw, bevindt zich hier nog steeds. De Moulin Rouge heeft zo'n 1600 bezoekers (veel Aziaten, nauwelijks Fransen) per dag, die forse bedragen betalen. De omzet in 2005 was 39 miljoen euro.


Maison Rose Montmartre Parijs

Maison Rose, op de hoek van Rue Girardon is beroemd geworden door het schilderij van Maurice Utrillo.


Place du Tertre


icono-mapa-65

Place du Tertre Montmartre Parijs

Meestal wordt een bezoek aan de Sacré-Coeur gekoppeld aan het Place du Tertre. Mensen krioelen hier door elkaar en staan rijen dik te kijken naar het vervaardigen van een schilderij, pentekening, karikatuur of kopen hier een souvenir van Parijs. De schilders zijn hier van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat bezig om hun kunstwerken aan de man (of vrouw) te brengen. Het plein is verdeeld in 149 genummerde plaatsen en er mogen maximaal 298 kunstenaars hun werk doen. Bekende namen hebben hier vroeger wel gezeten, maar tegenwoordig zijn het geen schilders meer uit Parijs en al helemaal geen schilders uit de Montmartre zelf. Maar, eerlijk is eerlijk, er zitten werkelijk kunstenaars tussen. Wat wel jammer is dat de prijzen, door het massatoerisme aan de pittige kant zijn. Grappig zijn de namen die de overvolle café’s hebben, ‘Le Papin Agile’ of ‘Chez Le Mere Catherine’, het klinkt in ieder geval beter als ‘Wimpy’ of ‘McDonalds’. Vooral ‘s avonds is het hier romantisch, de terrasjes zitten stampvol en ‘live’ muziek is hier nog gewoon een trekharmonica. Een plekje vinden is wel een probleem.

Place du Tertre Montmartre Parijs

Je betaald hier op een terrasje wel een paar cent, maar het sfeertje.....onbetaalbaar.


Sacré Coeur

Gebouwd: 1876-1914
Architecten: Abadie en Magne

Opdrachtgever: Stad Parijs
icono-mapa-65

Toegankelijk voor rolstoel, ingang aan achterzijde.

Sacre Coeur Montmartre Parijs

Het was Saint Denis, die eigenlijk de naam van deze 134 meter hoge berg veroorzaakte. In het jaar 250 komt Dionysius, vanuit Gallië met zeven metgezellen, het evangelie prediken onder de Romeinen. De legende vertelt dat hij samen met twee anderen (Eleutherius en Rusticus) in 272 ter dood veroordeeld werd en dat de executie zal plaatsvinden boven op een berg waar de Romeinen meestal dit soort executies uitvoerden. Op de weg naar boven werden de Romeinse soldaten ongeduldig, ze martelden en onthoofden Dionysus voordat ze boven zijn. Maar zie, hij raapt zijn hoofd op en loopt naar de top van de berg en gaat aan de andere kant de berg weer af. Uiteindelijk zakt hij na een wandeling van 6 kilometer(!) in elkaar, ...........dood.
Op de plek waar hij sterft wordt later een kerk gebouwd, waar op twee na alle koningen van Frankrijk (Robert de Vrome en Lodewijk VII) zullen worden begraven, en uiteraard Dionysius zelf. Dionysius wordt later heilig verklaart en de kerk zal zijn naam dragen, de Saint Denis. De berg waar het allemaal gebeurde kreeg de naam Montmartre, ofwel martelaarsberg.
Een andere versie is dat de naam Montmartre waarschijnlijk is afgeleid van Mons Martis (de berg van Mars), omdat er in de Romeinse tijd een tempel, gewijd aan Mars stond. Maar het eerste verhaal is mooier, toch?

Om een heel andere reden verrees op de top de Sacré Coeur, ook wel spottend genoemd ‘de zoete suikerbol’. Een Byzantijns bouwwerk, gemaakt van de witte kalkgrond, die hem op verre afstand herkenbaar maakt.

Sacre Coeur Montmartre Parijs

Deze kerk is een gedenkteken voor de, meer dan 50.000, slachtoffers die vielen in de oorlog tegen de Pruisen tussen 1870-1871. Ook de daaropvolgende Commune richtte een waar bloedbad aan in Parijs. Maar er was geen geld. Met speciale acties en inzamelingen, werd de benodigde 40 miljoen Franc bij elkaar gesprokkeld. Een opmerkelijk feit is dat een groot deel bij de dames van ‘lichte zeden’ vandaan kwam, die in deze buurt, beneden op Place Pigalle, hun werkterrein hadden en nog steeds hebben. Het geld wat men tekort kwam vulde uiteindelijk de Franse Staat aan, zodat de bouw in 1876 kon worden begonnen. De bouw verliep niet gemakkelijk, de berg was ondermijnd vanwege de jarenlange geëxploiteerde kalkgroeven met hun lange gangen en diepe putten. Deze moesten eerst allemaal worden dichtgegooid en worden versterkt, voordat de fundamenten gelegd konden worden. Maar toen de kerk in 1914 eindelijk klaar was had Parijs er weer een prachtig monument bij die tegenwoordig door vele toeristen wordt bezocht. De inwijding was een paar jaar later in 1919, dit in verband met de Eerste Wereldoorlog en aan het interieur werd zelfs gewerkt tot 1923.
In de 84 meter hoge, klokkentoren aan de achterkant van de kerk, hangt de ‘Savoyarde’. Een klok met een gewicht van 18.835 kg(!) en daarmee één der grootsten ter wereld. Helaas zullen we hem nooit horen luiden, want dan zou door de trilling de fundering van de kerk het begeven.

Sacre Coeur Montmartre Parijs

Vanaf het platform, voor de Sacré Coeur, heb je een prachtig uitzicht over Parijs. Hier kun je op twee manieren komen, door al de treden op te lopen, en dat zijn er niet weinig, of met een lift aan de buitenzijde van de trappen. De lift brengt je voor de prijs van een metrokaartje gemakkelijk en snel naar boven. De trappen zitten vol met toeristen, luisterend naar de straatmuzikanten die hier hun kunnen vertonen. Een mooi monument.

Sacre Coeur Montmartre Parijs


St.-Pierre de Montmartre

Gebouwd: 1134
Opdrachtgever: Lodewijk VI de Dikke
icono-mapa-65

Op weg naar de Place du Tertre, kom je een klein kerkje tegen, dat eigenlijk in het niet valt in de schaduw van zijn grote buurman de Sacré Coeur. Echter, historisch gezien kan zijn grote buurman niet bij hem in de schaduw staan. We moeten een hele tijd terug gaan om het levensverhaal van St.-Pierre de Montmartre te beginnen. In de nabijheid van de heuvel, waarop in de heidense (Romeinse) tijd een Mercurius-tempel had gestaan (Mons Mercore), vond volgens de legende de Dionysius met zijn metgezellen, in 272 na Christus de marteldood. Zo werd Mons Mercore, ook wel genoemd ‘Mons Martyrum’, de martelaarsberg. Sinds de Merovingische tijd bevond zich hier een kerk, waarin in het huidige bouwwerk nog restanten van zijn te zien. In 1134 werd hier een benedictijnenklooster gesticht door Lodewijk VI en zijn vrouw Adalaïde van Savoie, die ook in deze kerk werd begraven. In 1147 werd de kerk, het enige wat overgebleven is van het kloostercomplex, door Paus Eugenius III gewijd.

St.-Pierre de Montmartre Parijs

De kerk, één van de oudsten in Parijs, werd al in de 15e eeuw gerestaureerd. Helaas ging er in 1559 een groot gedeelte van het klooster in vlammen op. De abdij was de uitvalsbasis van Hendrik IV toen hij rond 1590 de stad belegerde en er wordt gefluisterd dat hij een zeer goede relatie had met de moeder-overste. In 1686 werd het klooster opgeheven en de overgebleven nonnen vestigden zich onder aan de voet van de heuvel, op de plaats waar de martelaar Dionysius zou zijn doodgemarteld. Tijdens de Franse revolutie kreeg het klooster een totaal andere bestemming, het werd een Tempel van de Rede. Na de revolutie werd er op het dak van het koor een telegraaf-installatie aangebracht voor de verbinding Parijs-Lille. In 1908 werd de kerk ingrijpend gerestaureerd, waaronder de buitenmuren die zowat geheel zijn vernieuwd. Na jaren van verval werd de kerk weer een kerk. De kruisgewelven uit 1200, zijn nog in de originele staat en daarmee één der oudsten van Parijs. Het naast de kerk gelegen kerkhof Calvaire is helaas voor het publiek gesloten. Op één dag in het jaar, 1 november Allerheiligen, is er een uitzondering en kun je de nog 87 aanwezige graven bekijken.


Villa Leandre Montmartre Parijs

Het dorpse karakter is nog goed te zien in straatjes als Villa Leandre

Een klikje wordt gewaardeerd!


→ Naar het 19e arrondissement

→ Naar boven

→ Naar HOME


→ Sitemap