Observatoire, 14e arrondissement van Parijs


is voor toeristen niet het meest interessante gedeelte van Parijs. De reden is dat er niet zoveel monumenten en bekende bezienswaardigheden staan. Les Catacombes is een kilometerslange ondergrondse begraafplaats. Hier liggen miljoenen skeletten op elkaar gestapeld, ‘verhuist’ uit de oude binnenstad. Het Observatoire de Paris heeft totaal geen belangstelling voor wat er onder ons afspeelt, maar juist wat er boven ons gebeurt. Het is een oude sterrenwacht uit 1667. Het 14e is eigenlijk het Parijs van de Parijzenaren.


Catacombes de Paris

Aangelegd: rond 1800
Openingstijden zie: www.catacombes.paris.fr
icono-mapa-65

Catacombes de Paris

De Catacombes herinneren ons aan de periode vlak voor 1800. In de snel groeiende stad waren de bestaande begraafplaatsen bepaald niet fris en mede oorzaak van vele ziektes. Rond 1780 werd echter de situatie onhoudbaar en besloot de stad een aantal begraafplaatsen te ruimen en de skeletten te verhuizen naar La Tombe-Issoire, een oude steengroeve ten zuiden van de stad. Vooral het oude Cimetière des Innocents was een probleem. Door de miljoenen lichamen die er gedurende vele jaren waren ‘begraven’, was het kerkhof 2 meter hoger komen te liggen dan het straatniveau en de ondraaglijke stank maakte iedereen het leven zuur. De ‘verhuizing’ nam ongeveer een jaar in beslag. Voor de skeletten hadden ze overdag zo'n 12.000 en ‘s nachts 3500 wagens nodig, daarnaast nog een 1000 kleinere karretjes voor de beenderen, enz. Door een edict van Lodewijk XVI werd het vrijgekomen terrein nadien afgestaan aan Les Halles, de kruiden- en groentemarkt die er vlak naast werd gehouden. Rondom de periode van 1860 transporteerde men nog eens 800 wagens met beenderen naar de voormalige steengroeve, nu bekend als Catabombes de Paris. In totaal werden er 17 begraafplaatsen geruimd en de meer dan zes miljoen(!) skeletten liggen nog steeds in de kilometerslange gangen, met links en rechts de nodige grafspreuken.

Vlak voor de bevrijding van Parijs in augustus 1944 had het Franse verzet een commandopost in de catacomben gevestigd. Vandaag de dag worden er wel eens illegale feesten georganiseerd, met alle risico’s vandien.

Tegenwoordig kan het publiek een 1,7 km lang gedeelte van de catacombes bezoeken. De ingang is te vinden bij het Place Denfert-Rochereau, bij het gelijknamige metrostation in de wijk Montparnasse. Na 130 treden, zo'n 25 meter afdaling, en een kleine fototentoonstelling komt je terecht in het gangenstelsel. Alle skeletten keurig netjes opgestapeld en gerangschikt per begraafplaats. Ondanks dat je maar door een klein deel van het eigenlijke ossuarium gaat, geeft het een goede indruk van de immense hoeveelheden botten en skeletten. Fotograferen met flits is verboden, uit respect voor de doden.
Voor invaliden en mensen met claustrofobie is dit duidelijk geen geschikt uitstapje. Voor avonturiers daarentegen is het allemaal wat te tam.

icon-tip- het is ‘maar’ 14 graden onder de grond,
- doe vooraf een plasje, er zijn geen toiletten,
- niet echt geschikt voor hele kleine kinderen
- door de trappen, niet gemakkelijk voor mensen die slecht te been zijn


Observatoire de Paris

Gebouwd: 1667
Architect: Claude Perrault
Opdrachtgever: Minister Colbert
icono-mapa-65

Observatoire Parijs

De bouw van dit instituut, waartoe minister Colbert opdracht had gegeven en waarvoor Claude Perrault het ontwerp had gemaakt, begon in 1667 op 21 juni, de langste dag van het jaar. Het Observatoire de Paris kwam in 1672 gereed. De koepel en de vleugels zijn in de tijd van Louis-Philippe toegevoegd. Belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van het instituut zijn onder andere de berekening van de reële afmetingen van ons zonnestelsel in 1672. Ook werd een exacte plaatsbepaling van de meridianen uitgemeten die Lodewijk de XIV deed zuchten omdat daardoor zijn koninkrijk aanzienlijk was gekrompen. Ook was er de berekening van de lichtsnelheid. Voorts komen ook van de hand van het Observatoire de Paris een grote kaart van de maan in 1679, de ontdekking van de planeet Neptunus in 1846 en de ontwikkeling van nieuwe instrumenten als het astrolabium en de elektronische camera.
Het gebouw zelf heeft iets unieks, de 4 muren van het pand staan precies op de 4 windstreken. De zuidkant van het gebouw bepaalt de breedtegraad van Parijs, terwijl precies door het midden van het gebouw de meridiaan loopt die tot 1911 (alleen) voor de Fransen als nulmeridiaan gold.

ARAGOLIJN

In 1634 besloot men in Frankrijk, onder Lodewijk XIII, dat de Meridiaan van Ferro als uitgangspunt gebruikt moest worden voor kaarten van de Westerse wereld. Men dacht dat deze Ferro Meridiaan 20 graden westelijk van Parijs liep. Een Frans astronoom, Jean Picard (1620-1682), was de eerste die daaraan werkte. Later werd met grotere precisie aan de meridiaan gewerkt, door o.a. François Arago (zie foto). In 1884 werd op een conferentie in Washington de Greenwich Meridaan geaccepteerd als de nulmeridiaan, maar de Fransen accepteerden dat pas in 1911. Tot die tijd hielden ze vast aan hun eigen Parijse meridiaan.
De Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets maakte in 1987 voor de Franse overheid ‘Hommage à Arago’, een reeks van 135 bronzen medaillons precies op de nul-meridiaan van noord naar zuid, dwars door Parijs. Helaas zijn een groot aantal van deze medaillons verdwenen. De ‘Hommage à Arago’ kwam ter vervanging voor het bronzen standbeeld van Arago dat, zoals zovele andere, in 1942 door de Duitsers werd omgesmolten voor andere doeleinden.

Een bijzonder leuk boekje over de Aragolijn is ‘Het spoor van de monumentale Meridiaan’, geschreven door Philip Freriks.

Een wat uitgebreider verhaal over de Aragolijn staat op deze pagina


Cité Universitaire de Paris

Gebouwd: vanaf 1920
Architecten: Diversen

Naar een idee van: André Honnorat
icono-mapa-65

Cité Universitaire de Paris

Het Cité Universitaire de Paris is een zeer groot universiteitscomplex voor studenten die een korte tijd in Parijs onderdak kunnen krijgen. Direct na de 1e wereldoorlog werd het opgericht door André Honnorat, met als doel een ontmoetingsplaats te creeren voor studenten. Het leuke is dat elk van de 40 gebouwen door een ander land gebouwd is, met een eigen ontwerp en architect, wat resulteerde in een diversiteit van bouwstijlen. Het Nederlandse Huis, Collège Néerlandais, is ontworpen door Willem Dudok, ook bekend door zijn ontwerp van het stadhuis in Hilversum. Het Belgische Huis kwam tot stand door een donatie van Jean-Hubert en Berthe Biermans Lapôtre en draagt ook hun naam.

Elk land is trouwens verplicht een aantal studenten van een andere nationaliteit op te nemen in hun huis, met het idee dat uitwisseling bijdraagt aan verdraagzaamheid en wereldvrede. Elk jaar verblijven zo’n 10.000 studenten met 140 verschillende nationaliteiten in Cité Universitaire de Paris.

Cité Universitaire de Paris

Het Parc de Montsouris, een idee van Georges-Eugène Haussmann, ligt al sinds de bouw in 1867 op je te wachten. Een heerlijk park van 15 hectare groot, een oase van rust.

Parc Montsouris Parijs


Square de Montsouris

Gebouwd: vanaf 1920
Architecten: Diversen
icono-mapa-65

Square Montsouris Parijs

Vernoemd naar het er naast gelegen Parc Montsouris, ligt dit 207 meter lange straatje verborgen in een niet echt toeristisch gedeelte van Parijs. En toch is het de moeite van een bezoek waard. Daarnaast zijn er nog een aantal leuke dingen in de buurt die het bezoek meer dan compleet maken.

Het kleine straatje werd gebouwd in de jaren 20 van de vorige eeuw en is particulier bezit, hetgeen de borden - privé - bij de ingang al doet vermoeden. Maar je kunt gewoon naar binnen lopen en je verbazen hoe groot het contrast is met al die andere (bekendere) toeristische plekjes in Parijs. Heb ze niet allemaal geteld, maar het straatje heeft zo’n 50 tot 60 huisjes en allemaal gebouwd in een andere stijl, het lijkt wel of je ergens in Engeland bent. De meeste zijn Art Deco, populair rond die tijd, en geen één is hetzelfde. De helft van de huisjes zijn speciaal gebouwd voor mensen met lage inkomens en is mede daarom in de loop der jaren vaak het onderkomen geweest van kunstenaars. Voor hun toen betaalbaar en niet ver gelegen van Montparnasse, in het begin van de 20e eeuw de wieg van de moderne kunst en 'the place to be'. Die lage prijzen zijn trouwens echt verleden tijd, op moment van schrijven staat er eentje te koop, 165 m2 voor maar liefst € 1.467.200,00……..tja.
Zeer opvallend is nummer 2 en is met recht een vreemde eend in de bijt. Je zou zeggen dat het een middeleeuws vakwerkhuis is, maar het is gebouwd in 1923 door de gebroeders Perret. Dezelfde bouwers als van het Théâtre des Champs-Élysées, hoe groot kan het verschil zijn. Het gehele straatje is tegenwoordig een beschermd erfgoed.

Reservoir Montsouris Parijs

Als je Square de Montsouris uitloopt aan de kant van Avenue Reille, en rechtsaf gaat richting Parc Montsouris, loop je langs de muren van Réservoir du Montsouris, één van de vijf grote opslagplaatsen voor het drinkwater van zuidelijk Parijs. Een plan van Eugène Belgrand, een man met veel verstand van water want hij was ook de grondlegger van het moderne rioolsysteem van Parijs. Hoe dit allemaal tewerk ging kun je lezen in het stuk over Egouts de Paris, op z'n Nederlands de Riolen van Parijs.

Een klein stukje verder ligt Parc Montsouris en zoals ook al in het vorige stukje gezegd; Een heerlijk park van 15 hectare groot en een idee van Georges-Eugène Haussmann. Het ligt al sinds de aanleg in 1867 op je te wachten, een oase van rust.

Een klikje wordt gewaardeerd (en Delen nog meer!)


→ Naar het 15e arrondissement

→ Naar boven

→ Naar HOME


→ Sitemap