MÉNILMONTANT, het 20e arrondissement van Parijs

  • parijsmijnstad | Père Lachaise
    Père Lachaise
  • parijsmijnstad | Père Lachaise
    Père Lachaise
  • parijsmijnstad | La Campagne à Paris
    La Campagne à Paris
  • parijsmijnstad | Père Lachaise
    Père Lachaise
  • parijsmijnstad | Eglise St.-Germain de Charonne
    Eglise St.-Germain de Charonne
is een wat minder bezocht gedeelte van Parijs. Eigenlijk een beetje onterecht, want er zijn best een aantal leuke dingen om te bezoeken. De grootste publiekstrekker is natuurlijk Père Lachaise. Het grootste én meest imponerende kerkhof van Parijs met beroemde bewoners. Het oude dorpskarakter van Charonne en La Campagne à Paris zijn in het 20e nog volop aanwezig. Voor de nieuwste muziek moet je naar Le Flèche d’Or, een tempel voor hedendaagse muziek in een oud treinstation van de vroegere Petite Ceinture. Voor de wat oudere muziekliefhebber is deze buurt een herinnering aan de legendarische Edith Piaf, die hier in deze buurt haar jeugd doorbracht. →  Père Lachaise
→  Le Mur des Fédérés
→  Le Mur des Victimes des Révolutions
→  La Cimetière des Chiens
→  La Petite Ceinture
→  La Campagne à Paris
→  Edith Piaf 

Een mooie wandeling, die voor een groot gedeelte door deze buurt loopt, is te bekijken en te downloaden op de wandelpagina.

PÈRE LACHAISE

Locatie: [GoogleMaps]

parijsmijnstad | begraafplaats Père Lachaise Parijs
Hier liggen de graven van Maria Callas, de Balzac, Jim Morrison, Oscar Wilde, Edith Piaf, Simone Signoret samen met Yves Montand, Georges Bizet, Frederic Chopin, Charles Hugo, Richard Wallace, Gioacchino Rossini, Karel Appel, etc, etc,….. Opvallend is trouwens hoeveel buitenlanders, veel Russen en Japanners, op deze plek in Parijs begraven willen worden.
Een bezoek aan Père Lachaise geeft je het idee in een pelgrimsoord te zijn. Zeker wanneer je de drommen mensen ziet staan voor het graf van de in 1971 overleden zanger van The Doors, Jim Morrison. Een ware trekpleister van fanatieke fans die nog iets proberen mee te nemen van het restant van de grafsteen, terwijl er maar 5 mensen waren tijdens zijn begrafenis. Men zegt dat zijn steen al drie keer is vervangen en de laatste keer dat ik hier was in 2011 stonden er zelfs dranghekken om de omliggende graven te beschermen. De steen van Oscar Wilde zit helemaal onder de lippenstift en bij het monument van Chopin staat altijd wel een assortiment bloemen, waar menig bloemenwinkel jaloers op zal zijn. Er werden zelfs mensen ‘herbegraven’ om nog meer naam te krijgen als prestigieuze begraafplaats van Parijs. Enkele namen van deze ‘reclamestunt’ zijn, , en .

parijsmijnstad | begraafplaats Père Lachaise Parijs
De naam heeft het kerkhof te danken aan de biechtvader van Lodewijk XIV, pater François d’Aix de La Chaise. De grond, in totaal een oppervlakte van 45 ha, behoorde vanaf 1626 aan de , die hier een rusthuis hadden gebouwd. De grond, toen bekend onder de naam Mont Lois, werd in 1763 verkocht om de schulden van de Jezuïeten te kunnen aflossen. In 1803, tijdens Napoleon Bonaparte, werd het aangekocht door de stad Parijs en officieel als begraafplaats in gebruik genomen. Cimetière De l’Est, de eerste naam van de begraafplaats, werd voor 1850 al vijf keer uitgebreid van een goede 15 hectare naar ruim 45 hectare.

parijsmijnstad | begraafplaats Père Lachaise Parijs

het graf van Frédéric Chopin, altijd een bloemenzee

Groot, groter, grootst, van huisje tot een waar paleisje, alles kom je hier tegen en dat is wat Père Lachaise ook zo boeiend maakt. Volgens de kenners misschien wel het ‘mooiste’ kerkhof van de twintig(!) die er zijn in Parijs. Een aantal andere bekende begraafplaatsen zijn Montmartre, Montparnasse en Passy. Je zou Père Lachaise kunnen omschrijven als een stad in een stad. Meer dan 1,3 miljoen mensen hebben er hun laatste rustplaats gevonden, er zijn 80.000 graven, er is 16 kilometer wandelpad, er staan 12.000 bomen en is daarmee ook meteen het grootste park van Parijs. Niet alle bewoners zijn overleden, er wordt gezegd dat er maar liefst 400 katten leven. Al met al is Père Lachaise een een bijzondere plek die een diepe indruk op je achterlaat en zeker de moeite van een bezoek waard is. Om niet te verdwalen en de meest bijzondere graven te vinden is een plattegrond aan te raden. Deze zijn te koop bij de Pompes Funèbres, er zit er een precies tegenover de hoofdingang. 
Auteur en beeldend kunstenaar Andy Arnts heeft een aantal mooie en informatieve filmpjes gemaakt over onder andere Père Lachaise, met de titel Overgankelijk Parijs. Ze zijn hier te bekijken. 

LE MUR DES FÉDÉRÉS

locatie: [GoogleMaps]

parijsmijnstad | Le Mur des Fédérés Parijs
Helemaal in de zuid-west hoek van het kerkhof zie je een gedenkplaat tegen de muur. Meestal liggen er nog wel een paar bosjes bloemen. Hier vond in 1871 de laatste stuiptrekking van de  plaats, een revolutionair bewind dat na twee maanden bloedig werd neergeslagen. Enkele tienduizenden doden vielen achteraf te betreuren. De laatste 147 leden van de Commune werden hier zonder enige vorm van proces, op bevel van Adolphe Thiers, door het Franse regeringsleger op de avond van 27 mei 1871 tegen de muur van het kerkhof doodgeschoten. De nog steeds aanwezige kogelgaten en een gedenkplaat, herinneren ons aan de zwartste dagen van Parijs. Het wrange is dat zowel het monument voor de 147 Communards als ook het graf van Adolphe Thiers op Père Lachaise is te vinden. Nog steeds wordt elk jaar, 28 en 29 mei, op deze plek een herdenkingsceremonie (Montee au Mur) gehouden door de Vereniging van de Vrienden van de Commune van Parijs.

LA CIMETIÈRE DES CHIENS

locatie: [GoogleMaps]

parijsmijnstad | Cimetière des Chiens ParijsEen heel ander kerkhof is La Cimetière des Chiens. Eén van de oudste en mooiste dierenbegraafplaatsen. Het ligt dan wel niet in het 20e arrondissement, maar is zeker het vermelden waard.
De naam doet vermoeden dat het alleen een begraafplaats is voor honden, maar er liggen ook katten, schapen, parkieten, papegaaien en zelfs paarden begraven. Zo’n 40.000 dieren in totaal. De graven zijn over het algemeen eenvoudig: kleine staande stenen waarop een foto zelden ontbreekt. Een enkel huisdier is vereeuwigd in steen of marmer.
La Cimetière des Chiens ligt in Asnières sur Seine, een voorstad van Parijs, net naast de Seine en werd in 1899 aangelegd. De grote toewijding waarmee de graven verzorgd worden is echt opvallend en het kerkhof behoort zonder twijfel tot het best onderhouden en meest bezochte van Europa. De graven zijn prachtig versierd met verse bloemen en de grafstenen zijn perfect onderhouden. Tijdens de Kerstdagen worden vele graven vaak opgesierd met kerstbomen, slingers, kaarsjes, enz. Veel grafteksten zijn ware tranentrekkers. Blijkbaar is de liefde voor huisdieren vaak net zo groot of zelfs nog groter dan die voor een medemens. In Asnières vind je niet alleen beroemde huisdieren, zoals de beroemde TV-hond Rintintin, maar ook huisdieren van beroemdheden, zoals Kroumir, de kat van de beroemde Franse journalist en politicus Henri De Rochefort, waarvan verteld wordt dat ze uit verdriet vier dagen na haar meester stierf. (bron: www.allpets.nl)

LE MUR DES VICTIMES DES RÉVOLUTIONS

Locatie: [GoogleMaps]

parijsmijnstad | Victimes des Révolutions Parijs
Verscholen in het parkje Jardin Samuel-de-Champlain, aan de Rue Gambette, is een muur geplaatst tegen de buitenmuur van de begraafplaats Père Lachaise. Het parkje is trouwens aangelegd ter ere van meneer Champlain, die in 1608 de stad Québec in Canada stichtte, maar dat terzijde. Het monument is gemaakt door Paul Moreau-Vauthier en is hier te vinden vanaf 1909. De muur van de Victimes des Révolutions is een nagedachtenis aan alle slachtoffers van een revolutie, vriend of vijand, waar ook ter wereld. Parijs 200 Zloty papiergeldDe muur Victimes des Révolutions wordt regelmatig verward met Mur des Fédéres, maar die is gemaakt voor de gevallenen tijdens de  van Parijs (1871) en ligt aan de de andere kant én binnen de muren van Père Lachaise.
Een bevestiging dat de muur vaak in verband wordt gebracht met de Commune blijkt wel uit het feit dat Polen in 1976 een 200 zloty biljet uitgaf, met hierop een afbeelding van het beeldhouwwerk van Vauthier, met als tekst “monument voor de doden van de Parijse Commune”. Als we de Vereniging van de Vrienden van de Commune van Parijs mogen geloven, een foutje dus.

CHEMIN DE FER DE PETITE CEINTURE

Locatie: [GoogleMaps]

Omstreeks 1850 werd er begonnen met de aanleg van een 35 km lange spoorlijn rondom Parijs. Het doel was om de grote stations van Parijs met elkaar te verbinden en mede daardoor de wegen te ontlasten van het vele goederenverkeer. In die dagen nog bestaande uit paard en wagen en dat allemaal door de smalle straten van de binnenstad. Baron Haussmann was toen nog niet helemaal klaar met zijn brede boulevards. De, zeg maar ronde, cirkel rondom Parijs werd d.m.v. 29 stations met elkaar verbonden. Door deze opzet was de lijn ook zeer geschikt voor personenvervoer en eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Petite Ceinture de voorloper was van het huidige metrosysteem.
Maar het was juist die metro die ervoor zorgde dat vanaf 1900 het aantal passagiers behoorlijk verminderde en wel zo drastisch dat er in 1934 werd besloten om de lijn, op een enkel stuk na, alleen nog maar te gebruiken voor goederenvervoer. In de tweede wereldoorlog werd de trein vaak het doelwit van het Parijse verzet.
In de jaren 80 van de vorige eeuw werd besloten om helemaal te stoppen met Petite Ceinture. Heden ten dage is nog maar ruim 20 km over van de oorspronkelijke spoorlijn en wordt er al jaren over gepraat wat er mee zou moeten gebeuren. Opties zijn o.a. fietspaden, tuinen of parken. Het meest voor de hand liggende zijn wandelroutes, iets wat nu ook al regelmatig gebeurt.
parijsmijnstad | Le Flèche d'Or, Petite Ceinture Parijs
De stations van toen kregen vaak een totaal andere bestemming, zoals ook station Charonne, 102 bis Rue Bagnolet. Tegenwoordig is hier een bekend rock-concertzaal gevestigd, Le Flèche d’Or. Als de deuren open zijn zou je even naar binnen moeten om te kijken naar de rails die onder het gebouw doorlopen. Een voorbeeld van vergane glorie………

LA CAMPAGNE À PARIS

Locatie: [GoogleMaps]

parijsmijnstad | La Campagne à Paris

je weet dat je in Parijs loopt, maar het lijkt wel een volksbuurt in Engeland

Parijs Edith PiafDe meeste toeristen kennen in Parijs wel de grote monumenten, weten de rondvaartboten te vinden, de winkels op de Champs Elysées, de grote warenhuizen, etc. etc. Wat minder bekend, maar o zo leuk, is het oude volksbuurtje La Campagne à Paris.

Aan de rand van Parijs, vlakbij de Boulevard Périphérique, ligt dit volksbuurtje bestaande uit iets meer dan negentig eengezinswoningen. Een betonnen trap met hout-reliëf, in de Rue Geo Chavez, brengt je met 80 treden(!) naar boven.
Op deze plek waren tot het eind van de 19e eeuw de gipsgroeves. Toen de groeves waren leeggehaald, werden ze opgevuld met de vrijgekomen grond van de bouw van de metro en werden hier 92 huisjes neergezet. 48 huizen werden net voor de 1e wereldoorlog gebouwd en na de onderbreking van de oorlog werd de rest gebouwd. Zeker voor die tijd waren ze voorzien van redelijke luxe zoals een toilet, badkamer, stromend water en allemaal een eigen voortuintje. De huisjes zijn ontworpen door verschillende architecten, één zelfs zonder architect, waardoor dat ze allemaal verschillend zijn. La Campagne à Paris heeft geen winkels, cafés, zelfs geen dokter en tandarts, gewoon …..92 huisjes. Wel jammer is dat het hier vrij parkeren is en de straten vaak vol met auto’s staan.

Als je vanaf hier met de trap naar beneden gaat, kom je uit op het Place Edith Piaf. Hier staat ter nagedachtenis aan , die in deze buurt haar jeugd doorbracht, een bronzen standbeeld. De laatste keer dat ik hier was zag het zeer onverzorgd uit, jammer. Het beeld van Lisbeth Delisle is geplaatst op 11 oktober 2003, op die dag was het 40 jaar geleden dat ze overleed. Piaf heeft in deze buurt op verschillende locaties gewoond. Een klein stukje hier vandaan, Rue Crespin du Gast 5, is haar vroegere huis als museum ingericht. Aan de buitenkant net zo onverzorgd als dit standbeeld(*). De grootste zangeres die Frankrijk ooit heeft gekend, zou toch een beter lot moeten verdienen. Je zou voordat je verder gaat nog even iets kunnen drinken bij het leuke cafeetje dat je net tegenkwam op het hoekje van de Rue Emile Pierre Casel, met de naam (hoe toepasselijk) Bar de la Place Edith Piaf, wel goedverzorgd……..

(*)Kreeg te horen dat het standbeeld medio 2013 weer opgeknapt is.

→  Ga naar bet begin van deze pagina

Parijs Abélard en HéloïsePierre Abélard, gelatiniseerd Petrus Abaelardus (Le Pallet bij Nantes, 1079 — in het klooster St. Marcel bij Chalon-sur-Saône, 21 april 1142) was een middeleeuwse Franse theoloog en filosoof, die gerekend wordt tot de scholastici. Hij ligt begraven op het kerkhof Cimetière du Père-Lachaise in Parijs.

Abaelardus was op jonge leeftijd reeds iemand met een grote reputatie te Parijs. Eerst was hij leraar in de dialectica, vervolgens docent theologie aan de kathedraalschool van de Notre-Dame.
Abélard is minstens even beroemd vanwege zijn privé-leven, waarover een uitgebreide briefwisseling tussen hem en zijn geliefde Héloïse is overgeleverd. Toen de dialecticus lesgaf in Parijs, verwekte hij een kind bij Héloïse, die het nichtje was van de domkanunnik bij wie hij in huis woonde. Daarom liet zijn gastheer hem castreren en mochten de geliefden elkaar niet meer zien. Na een lange periode geen contact te hebben gehad begon Héloïse een briefwisseling met Abélard die later als een van de hoogtepunten van de Middeleeuwen te boek zou komen te staan.

Héloïse (ca. 1101-1162) was een Franse abdis die vooral bekend is om haar liefdescorrespondentie met de theoloog Petrus Abaelardus.
Meestal wordt aangenomen dat ze geboren is omstreeks het jaar 1100, maar Clanchy meent door een brief van Petrus Venerabilis, waarin hij vermeldt dat Héloïse reeds bekend is tijdens zijn jeugd, dat Héloïse ouder dan Petrus moet zijn en dus omstreeks 1090 werd geboren. Dit is een belangrijk verschil inzake de relatie tussen Héloïse en Petrus Abaelardus aangezien ze door de geboortedatum van Clanchy geen tienerbruid zou zijn zoals door de meeste andere biografieën wordt aangeduid. Hoewel in de Historia Calamitatum verwezen wordt naar haar ouders, is ze waarschijnlijk een (halve) wees of de dochter van een ongehuwde moeder, Heresindis.
Haar eerste onderwijs geniet ze van de nonnen van Argenteuil, waar ze naast Latijn ook Grieks en Hebreeuws leert; er kan dus gesteld worden dat ze intelligent was.
Ze trekt omstreeks 1117 in bij haar oom Fulbert, die voor haar het onderricht van Abélard regelt. Zoals reeds vermeld, krijgt ze van hem meer onderricht in de liefde dan in de literatuur en de filosofie.
Nadat ze in Le Pallet, het geboortedorp van Abélard, is bevallen van haar zoon, Astralabe, en ze naar de wil van haar oom in het geheim is getrouwd met Abélard, treedt ze in het klooster van Argenteuil. Daar werkt ze zich op tot priorin, maar wordt in het begin van de jaren 1120 wegens immoreel beleid samen met haar zusters uit Argenteuil gezet.
Abélard biedt haar de Parakleet aan waar ze in 1129 opnieuw priorin wordt en in 1136 abdis. Over haar verblijf in de Parakleet is nauwelijks iets bekend. Ze sterft op 16 mei 1163 en wordt naast Abaelardus begraven.
bron: nl.wikipedia.org

Parijs MolièreMolière (geboren als Jean-Baptiste Poquelin) (Parijs, 15 januari 1622 – aldaar, 17 februari 1673) was een Frans toneelschrijver en acteur die bekendheid verwierf met zijn satirische komedies. Zijn meest bekende werken zijn Dom Juan, Tartuffe en L’Avare (De Vrek).

Jean-Baptiste Poquelin was de zoon van een welgestelde behanger-stoffeerder. Hij bezocht het Parijse College de Clermont, waar hij kennis maakte met het werk van Epicurus en Pierre Gassendi. Hij studeerde rechten in Orléans. In 1643 stichtte hij, gedreven door een onweerstaanbare roeping, met de familie Béjart een toneelgezelschap l’Illustre Théâtre, en nam de naam Molière aan. Het gezelschap werkte zonder succes. Molière moest wegens schulden enige tijd in de gevangenis doorbrengen. Hij verliet Parijs en reisde met zijn kameraden gedurende een twaalftal jaren door de provincie. Al spoedig begon hij zelf komedies te schrijven.
Op 24 oktober 1658 trad hij voor het eerst op voor koning Lodewijk XIV en zijn hele hof in een zaal van het Louvre. De bijval was zo groot, dat Molière’s gezelschap de naam Troupe de Monsieur mocht voeren en een zaal van het Petit-Bourbon tot zijn beschikking kreeg. In 1659 opende hij met Les précieuses ridicules een reeks van ongeveer dertig kluchten en blijspelen, die hem de gunst en bescherming van Lodewijk XIV bezorgden en hem bij het nageslacht beroemd maakten. In 1662 huwde hij met de zeventienjarige toneelspeelster Armande Béjart.
In zijn komedies had Molière kritiek op edelen en geestelijken, die bevoorrecht leefden, op hun sleur, hun blinde aanbidding van gezag, hun minachting van ervaring en waarneming. Hij richtte zijn kritiek ook op medici, schijngeleerden en de overdreven bewonderaars van kunst en wetenschap. Lodewijk XIV kon hem wel waarderen en steunde het gezelschap van Molière. Hij gaf toestemming op te treden in zijn eigen Palais-Royal. Na de afbraak van het paleis ‘Petit-Bourbon’, wegens uitbreiding van de oostelijke vleugel van het Louvre, speelde het gezelschap vaker op de nieuwe locatie.
Molière overleed op 51-jarige leeftijd na de vierde voorstelling van zijn laatste komedie, Le malade imaginaire, waarin hij zoals gewoonlijk de hoofdrol vertolkte. In dit toneelstuk werd de spot gedreven met ziek zijn. Een goed recept tegen ziekte was onverdunde wijn met een groot stuk rundvlees en Hollandse kaas. Tijdens de opvoering werd Molière plotseling onwel. Hij werd naar huis gebracht en vroeg om een stuk Parmezaanse kaas, het enige dat hij nog kon eten. Het mocht echter niet baten, Molière stierf nog diezelfde avond.
In 1680, zeven jaar na zijn dood, werd bij decreet door Lodewijk XIV de Comédie Française opgericht waarvan Molière als de wegbereider mag beschouwd worden. De lokale clerus ontzegde hem een begrafenis op gewijde grond, maar na bemiddeling van lokale notabelen werd hij uiteindelijk begraven bij de ongedoopte kinderen. Er zijn verscheidene speelfims gemaakt over het leven van Molière.
Later werd het talent van Molière ook in intellectuele kringen erkend. Hij werd postuum lid van de Académie Française. Op zijn borstbeeld in de erezaal van de Academie werd in 1778 de tekst aangebracht: Rien ne manque à sa gloire, il manquait à la nôtre (‘niets ontbreekt aan zijn eer, hij ontbreekt aan de onze’).
bron: nl.wikipedia.org

Parijs La FontaineJean de La Fontaine (Château-Thierry (Champagne), 8 juli 1621 — Parijs, 13 april 1695) was een classicistische Franse schrijver en dichter, vooral bekend om zijn fabels.

Over de jeugd van La Fontaine is weinig bekend. Hij was een tijdlang houtvester, en trad op een gegeven moment in overheidsdienst. Toen hij in dienst trad van de hertogin van Bouillon en de hertogin van Orléans, werd hij zelf in de adelstand verheven. Hij had toen al een aantal werken op zijn naam staan.
De La Fontaine werd in 1683 lid van de Académie Française. Hij overleed in Parijs, waar hij werd begraven op de begraafplaats van de Onschuldigen. Zijn grafsteen echter, staat op de begraafplaats Père Lachaise in Parijs.
Jean de La Fontaine werd vooral bekend door zijn fabels. Daarnaast heeft hij enkele verhandelingen geschreven, waarvan er één zeer antiklerikaal werd bevonden en een polemiek veroorzaakte.
La Fontaine was een classicist. Voor zijn fabels haalde hij zijn inspiratie voornamelijk uit de klassieke oudheid, zoals Aesopus en Phaedrus, maar ook uit de Indiase literatuur: de Pañcatantra.

bron: nl.wikipedia.org

Parijs JezuïetenDe Sociëteit van Jezus, bekend als de jezuïeten, is een katholieke religieuze orde die in 1534 in Parijs werd opgericht door een groep studievrienden rond Iñigo Lopez de Loyola, beter bekend onder zijn Latijnse naam Ignatius van Loyola. Het aanvankelijke doel was hulp aan de naaste, vooral zieken.

De oprichting van de orde der Jezuïeten is niet zonder slag of stoot verlopen. Nadat Ignatius van Loyola in zijn dertigste levensjaar gedurende zijn dienst als officier in het leger gewond was geraakt aan zijn been inspireerde vrome lectuur hem een eigen orde te stichten.
Toen Ignatius met zijn groep gelijkgestemden in 1537 op weg was naar Rome kreeg hij bij het plaatsje La Storta een visioen, waarin Christus met het kruis tot hem zei: “Ego vobis Romae propitius ero” (Ik zal jullie in Rome welgezind zijn) alsook “Ik wil dat u ons dient”. Dit visioen was voor Ignatius en zijn volgelingen aanleiding in Rome de Societas Jesu te vestigen.
De acceptatie van de orde verliep moeizaam. Ignatius werd meermaals in hechtenis genomen en verhoord door de Inquisitie. Hij kreeg ook spreekverboden en werd gesommeerd te verhuizen. De sociëteit werd in 1540 goedgekeurd door Paus Paulus III in de bul Regimini militantis Ecclesiae. Van de mannelijke katholieke orden is het de grootste, met ongeveer 19.000 leden waarvan ruim 13.000 priesters.
Jezuïeten vormen geen kloosterorde en leven niet noodzakelijk in kloosters. Net als veel andere orden zijn zij gehouden tot kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Zij onderscheiden zich van andere orden vooral door absolute gehoorzaamheid aan de paus, en vallen niet onder het gezag van een bisschop. Een pater jezuïet zet veelal achter zijn naam de afkorting sj of S.J. van Societas Jesu (vroeger ook S.I. van Societas Iesu, aangezien het oude Latijn geen ‘j’ kent). Veel jezuïeten zijn naar de aard van hun opdracht leraar, maar zij vervullen ook andere beroepen, zoals advocaat en econoom. De jezuïetenorde wordt geleid door de generaal-overste (Praepositus generalis) van de orde. Sinds 19 januari 2008 is dit de Spanjaard Adolfo Nicolás.

bron: nl.wikipedia.org

De Commune van Parijs was een revolutionaire regering die heerste over de stad Parijs van 18 maart 1871 totdat ze bloedig werd neergeslagen op 28 mei van datzelfde jaar.

Op het moment dat de opstand in Parijs uitbrak resideerde de legitieme Franse regering in Versailles, na tijdens de Frans-Duitse Oorlog in ballingschap in Tours en Bordeaux gevestigd te zijn geweest. Het leiderschap van de Commune was democratisch gekozen op 26 maart en werd geïnstalleerd op 28 maart.
In de dagen dat de Commune de stad regeerde werden ingrijpende hervormingen doorgevoerd: zo werd het leger vervangen door een nationale garde van burgers, kerk en staat werden gescheiden, en de middenstand werd gesteund door kwijtschelding van schulden. In de beweging waren uiteenlopende groepen revolutionairen actief, waaronder anarchisten, marxisten, blanquisten en republikeinse liberalen.
De Commune vond haar einde in de semaine sanglante (bloedige week) van 21-28 mei 1871, waarin de revolutie van de Parijzenaars bloedig werd onderdrukt door het Franse regeringsleger. In de strijd en tijdens de daaropvolgende massa-executies werden ongeveer 30.000 mensen gedood en rond de 40.000 gevangengenomen. Van het regeringsleger werden 900 soldaten gedood. De communards doodden ook ongeveer zeventig gijzelaars onder wie Georges Darboy, de aartsbisschop van Parijs. In de bloedige week werden talloze gebouwen in brand gestoken waaronder het stadhuis en het Tuilerieënpaleis.
Bij de begraafplaats Père-Lachaise staat de Mur des Fédérés waar 147 leden van de Commune zonder proces gefusilleerd werden.

bron: nl.wikipedia.org

De Commune van Parijs was een revolutionaire regering die heerste over de stad Parijs van 18 maart 1871 totdat ze bloedig werd neergeslagen op 28 mei van datzelfde jaar.

Op het moment dat de opstand in Parijs uitbrak resideerde de legitieme Franse regering in Versailles, na tijdens de Frans-Duitse Oorlog in ballingschap in Tours en Bordeaux gevestigd te zijn geweest. Het leiderschap van de Commune was democratisch gekozen op 26 maart en werd geïnstalleerd op 28 maart.
In de dagen dat de Commune de stad regeerde werden ingrijpende hervormingen doorgevoerd: zo werd het leger vervangen door een nationale garde van burgers, kerk en staat werden gescheiden, en de middenstand werd gesteund door kwijtschelding van schulden. In de beweging waren uiteenlopende groepen revolutionairen actief, waaronder anarchisten, marxisten, blanquisten en republikeinse liberalen.
De Commune vond haar einde in de semaine sanglante (bloedige week) van 21-28 mei 1871, waarin de revolutie van de Parijzenaars bloedig werd onderdrukt door het Franse regeringsleger. In de strijd en tijdens de daaropvolgende massa-executies werden ongeveer 30.000 mensen gedood en rond de 40.000 gevangengenomen. Van het regeringsleger werden 900 soldaten gedood. De communards doodden ook ongeveer zeventig gijzelaars onder wie Georges Darboy, de aartsbisschop van Parijs. In de bloedige week werden talloze gebouwen in brand gestoken waaronder het stadhuis en het Tuilerieënpaleis.
Bij de begraafplaats Père-Lachaise staat de Mur des Fédérés waar 147 leden van de Commune zonder proces gefusilleerd werden.

bron: nl.wikipedia.org

Parijs Edith PiafÉdith Giovanna Gassion werd op 19 december 1915 geboren in één van de armste wijken van Parijs, Ménilmontant hier vlakbij het kerkhof. Haar ouders waren de kroegzangeres Anita Maillard en de acrobaat Louis Alphonse Gassion. Édith had een niet bepaald gelukkige jeugd, de eerste levensjaren groeit ze op bij haar oma die een bordeel runde in Normandie. Hier krijgt zij een hersenvliesontsteking en raakt voor enkele jaren blind. Wanneer Édith 7 of 8 jaar oud is gaat zij terug naar haar vader. Hij stuurt haar niet naar school, maar laat haar voor hem werken. Hier, op straat, leert Édith zingen. In 1935 wordt zij ontdekt

door nachtclubeigenaar Louis Leplee, die vlak voordat Édith succes krijgt, wordt vermoord. Édith is de hoofdverdachte, maar zal worden vrijgesproken. Daarna leert Édith Raymond Asso kennen. Hij neemt Édith onder haar hoede, haalt haar uit het criminele circuit en geeft haar de naam Piaf. Piaf betekent trouwens in het Frans ‘mus’, gekozen vanwege haar kleine gestalte van 1.40 meter. Vanaf dat moment begint haar carrière te bloeien en volgen vele hits. Piaf schreef gedurende de bezetting het wereldberoemde nummer “La vie en rose”. Na de oorlog reikt haar ster, als de zangeres met het speciale stemgeluid, als maar hoger.
Édith heeft zich altijd ingezet voor aankomend talent, waaronder onder andere Charles Aznavour en Yves Montand. De zangeres van “Non, je ne regrette rien” en het beroemde “Milord” was erg hard voor zichzelf.
Haar gezondheid ging hard achteruit, maar ze bleef optreden. In 1960 stortte ze op het podium in en gaf bloed op. Pijnstillers in combinatie met alcohol zijn hiervan de oorzaak. Dokters adviseren haar naar een kliniek te gaan en rustig aan te doen. Maar rustig aan doen is iets wat niet voorkomt in het woordenboek van Édith.
Op 10 oktober 1963 overlijdt Édith Giovanna Gasson aan de gevolgen van leverkanker. Haar lijfspreuk was “Ik heb nergens spijt van” ofwel “Non, je ne regrette rien”.
Tijdens de uitvaart waren honderdduizenden mensen op de been in Parijs en werd de begraafplaats geblokkeerd door meer dan 40.000 fans. Sinds het einde van de 2e Wereldoorlog was dit het enige moment dat het hele verkeer in Parijs stil lag. Haar vriend Yves Montand sterft dezelfde dag door een hartaanval na het horen van het tragische nieuws

bron: nl.wikipedia.org